29-12-08

Sporttraining voor beginners

Hoe begin ik met sport?
Elementaire kennis voor beginners
Met het zomerse, aangename weer besluipt veel mensen de zin om ‘aan sport te gaan doen’. Daarbij wordt nogal eens onbesuisd van start gegaan, wat verkeerd kan uitpakken. Er is de stijfheid na de inspanning, men ziet geen vorderingen en in het slechtste geval krijgt men last van peesontstekingen of gewrichtsklachten. Het oorspronkelijke enthousiasme neemt dan snel af en vaak wordt het grote plan wat later met stille trom begraven. Dit dossier biedt een aantal cruciale richtlijnen om zonder nodeloos afzien een behoorlijk activiteitsniveau te bereiken. Hij is een handreiking aan iedereen die langdurig en comfortabel wil kunnen bewegen en daar bovendien nog veel plezier aan wil beleven ook.

Lichamelijke inspanning heeft een gunstige invloed op de lichaamsconditie. Ze verbetert de kwaliteit van het leven en doet het risico op ernstige chronische aandoeningen dalen. Met een beetje extra beweging kan men ervoor zorgen dat men in conditie blijft en dat het lichaam op een aangenaam niveau blijft presteren zodat men niet teveel hinder krijgt van ‘de oude dag’. U hoeft dus geen specifiek doel voor ogen te hebben om met sport te beginnen, maar dat kan. Sommige mensen nemen op een dag het besluit dat ze ooit nog eens een hele of halve marathon willen lopen. Of ze beginnen met beweging om overgewicht te verliezen. Of ze willen zich gewoon beter voelen. Al deze mensen worden echter geconfronteerd met dezelfde vraag : “Hoé moet ik beginnen?” Deskundigen op gebied van sport en beweging leveren duidelijke richtlijnen die een beginnende sporter moet respecteren. Deze richtlijnen zijn echter niet goed bekend. Integendeel zelfs, er bestaan nogal wat foutieve opvattingen waardoor de inspanning meer schade berokkent aan lichaam en geest, dan voordeel op te leveren. Vooraleer we met die praktische richtlijnen kunnen beginnen, moet echter eerst toegelicht worden op welke typische manier het lichaam reageert op inspanning.

Positieve ervaringen versterken de motivatie
De mens is een onscheidbare eenheid en zowel lichamelijke als psychologische processen zijn belangrijk voor een evenwichtige opbouw van de gezondheid. Pret, motivatie, bekwaamheid en zelfvertrouwen zijn daarbij 4 belangrijke richttermen.
Elk begin is moeilijk. Er is de vrees stommiteiten te begaan, uitgelachen te worden, enz. Naarmate men blijft oefenen, verwerft men echter inzicht in de reacties van zijn lichaam, leert men doseren, de hartslag te registreren, enz. De bekwaamheid neemt dus toe en tegelijk daarmee doorgaans ook het zelfvertrouwen. Deze positieve ervaringen ondersteunen immers het zelfbeeld en men begint zich zekerder te voelen.
Het is bijgevolg belangrijk dat men aan de lichaamsbeweging plezier beleeft en dat het niet alleen zwoegen en zweten is. Zeker voor beginners moet alle beweging deugddoend, heilzaam en zonder pijn kunnen verlopen. Negatieve ervaringen en pijnlijke herstelperioden blussen immers het jonge enthousiasme.
Dit alles wordt ondersteund door het persoonlijke belang dat men hecht aan de samenhang tussen beweging en gezondheid. De inwendige motivatie vormt de drijfkracht achter de regelmatige inzet, maar berust gedeeltelijk ook op de bekwaamheid en het zelfvertrouwen in de eigen bewegingscapaciteit.

Herstel staat centraal
Veel mensen streven via beweging een algemene verbetering na van de lichaamsconditie. Men kan dit vertalen als het opbouwen van een betere uithouding tijdens inspanning. Daartoe bestaan duidelijke richtlijnen.


Reactiecyclus op inspanning

beginners fig 1


Fig 1: Het lichaam reageert op een specifieke manier op inspanning. Deze reactie kan men in 4 stappen opdelen.

  • Fase 1 : vermoeidheid Tijdens de inspanningsfase worden diverse mechanismen in het lichaam aangesproken, zoals de levering van energie, de afvoer van afvalstoffen, enz. Een ongetraind lichaam raakt al snel overbelast door de inspanning en dit uit zich als vermoeidheid. De vermoeidheid neemt stelselmatig toe en de activiteitsreserve daalt steeds verder.
  • Fase 2 : herstel Na de inspanning duurt het een tijd vooraleer de normale werking van het lichaam hersteld is. De energievoorraden in het lichaam moeten immers opnieuw aangevuld worden. De afvalstoffen die in de spieren achtergebleven zijn, moeten afgevoerd worden en eventuele schade, bv. aan overbelaste spiervezels moet hersteld worden. Het prestatievermogen is tijdelijk lager dan normaal.
  • Fase 3 : supercompensatie Het herstel na de inspanning blijft nog even aanhouden nadat het lichaam de oorspronkelijke toestand bereikt heeft. Het lichaam verstevigt dus een aantal functies zodat het beter gewapend is voor toekomstige inspanningen. Deze verbetering wordt het trainingseffect genoemd. Tijdens deze fase kan men meer inspanning aan dan oorspronkelijk.
  • Fase 4 : daling tot beginsituatie Wanneer er geen inspanningen geleverd worden, daalt de opgebouwde reserve geleidelijk aan weer tot het oorspronkelijke niveau.

beginnersfig2


Fig. 2: evolutie van de conditie

  1. supercompensatie en de opbouw van de conditie
    De herstelfase na een inspanning wordt afgerond met een opbouw van de conditie tot een hoger niveau dan voorheen. Dit wordt de supercompensatiefase genoemd. Van deze fase moet men gebruik maken om de conditie op te bouwen. Door telkens in deze fase te trainen, krikt men de conditie beetje bij beetje op.
  2. overbelasting en de nadelen ervan voor de conditie
    Door te snel en te zwaar na elkaar te oefenen, krijgt het lichaam te weinig tijd om zich te herstellen. Het gevolg is dat het prestatievermogen langzaam afneemt.

Eerst moet er echter een belangrijk misverstand uit de weg geruimd worden. Veel mensen menen dat de inspanning het belangrijkste element is voor het verbeteren van het uithoudingsvermogen. Dit is niet het geval. Het herstel van het lichaam nà de inspanning en de gepaste dosering van die inspanning zijn véél belangrijker (zie kader en fig 1).
Wanneer de inspanning groter is geweest dan normaal, heeft het lichaam namelijk de neiging om bij het herstel een aantal structuren en functies te verstevigen. Op die wijze zorgt het ervoor dat het beter voorbereid is op gelijkaardige inspanningen in de toekomst. De (lichte) verbetering die men op deze wijze na elke inspanning bereikt wordt het trainingseffect genoemd. Het is dit effect dat na verloop van tijd voor de merkbare verbetering van het uithoudingsvermogen zorgt (fig. 2a).
Uiteraard is de inspanning ook belangrijk. De conditie kan immers slechts verbeteren indien het lichaam geprikkeld wordt door een extra inspanning. Door op een goed gekozen hoger inspanningsniveau te presteren, wordt het lichaam gedwongen om zich aan te passen.
Veel sportievelingen (en niet alleen beginnelingen) lijken echter alleen maar bezorgd voor het opdrijven van snelheid, kracht, afstanden, enz. en schenken nauwelijks of geen aandacht aan de reacties van hun lichaam tijdens de inspanning en de herstelfase nadien. Dit houdt een risico in. Begint men een nieuwe training immers reeds nog voor de herstelfase volledig voorbij is, dan loopt men het risico de vermoeidheidsgraad op te drijven en dus net het omgekeerde te bereiken van de zo gewenste conditie- opbouw (fig. 2b). Het komt er dus op aan het moment én de dosering van de training goed te kiezen.

Hoe lang duurt herstel?
Vermits men de volgende activiteit best niet te vroeg begint, maar ze ook niet te lang mag uitstellen, komt het er op aan te weten hoe lang de herstelfase duurt. Die lengte wordt in hoofdzaak beïnvloed door 2 factoren:
• de persoonlijke conditie : hoe beter de conditie, hoe sneller men herstelt ;
• de geleverde inspanning: hoe zwaarder een inspanning is, hoe langer het duurt vooraleer men volledig hersteld is.

Inspanning: hoe zwaar?
De zwaarte van een inspanning wordt bepaald door de combinatie van de volgende 4 factoren : intensiteit, aard, duur en frequentie. Deze factoren kunnen onmogelijk los van elkaar gezien worden.

Intensiteit
Intensiteit is de mate waarin men zich moet inspannen voor een activiteit. Bij een lage intensiteit, bv. rustig fietsen, wandelen of zwemmen, moet men zich nauwelijks of slechts weinig inspannen. Men kan dit dan ook lang volhouden. Een sprintje tot men in ademnood is, vraagt van de meeste ongetrainde mensen echter een maximale inzet. Zéér intensieve inspanningen kan men slechts korte tijd volhouden. Hoe heviger of intensiever een inspanning is, hoe intensiever men moet ademen en hoe hoger de hartslag oploopt tot hij een maximum bereikt. De hartslag is bijgevolg een handige maatstaf voor de intensiteit van een inspanning (zie verder).

Aard
De aard van de geleverde activiteit heeft een grote weerslag op de zwaarte ervan. Zo raakt bv. zelfs een getrainde fietser snel vermoeid wanneer hij moet lopen of zwemmen. De verklaring ligt voor de hand. Bij bepaalde bewegingen worden ook slechts bepaalde spiergroepen aangesproken. Andere spiergroepen ondervinden geen of slechts een zeer klein trainingseffect. Wanneer men bewegingen uitvoert die men niet gewoon is en ongetrainde spieren aanspreekt, raakt men sneller vermoeid dan wanneer men zijn vertrouwde sport beoefent.

Duur
Voor niet-getrainde mensen kunnen zelfs korte inspanningen reeds erg vermoeiend zijn. Algemeen wordt voor hen aangeraden om licht intensieve inspanningen te leveren die dan wel wat langer aangehouden moeten worden. Hoe lang is echter niet goed geweten. Een algemene regel stelt: hoe lager de intensiteit, hoe langer de inspanning volgehouden moet worden om een trainingseffect op te wekken.

Frequentie
Intensieve en lange inspanningen vragen een langer herstel dan lichtere en eerder korte inspanningen. Begint men te snel aan een nieuwe training, dan heeft het lichaam niet de kans gekregen om volledig te herstellen. De nieuwe inspanning wordt dan zwaarder. Wacht men te lang tussen twee activiteitsperiodes dan kan het trainingseffect van de vorige inspanning reeds weggeëbd zijn.

Oriëntatie op de hartslag

De hartslag geeft een zeer goed beeld van de hevigheid of intensiteit waarmee men oefent. Men voelt trouwens spontaan dat de hartslag oploopt. Dit hoeft niemand aangeleerd te worden. Het kan echter handig zijn om te weten aan welk aantal hartslagen (= hartfrequentie) men oefent.

Een duidelijke richtlijn kan helpen om het niveau van de inspanning beter in te schatten. Die richtlijn kan opgemaakt worden aan de hand van het maximale aantal slagen dat het hart per minuut kan leveren. Een nauwkeurige bepaling van de maximale hartslag is werk voor experten, bv. een sportarts, en moet in een aangepaste testomgeving plaatsvinden.
Men kan zich echter ook baseren op de wat ruwe, maar zeer eenvoudige en dus handige berekening van de maximale hartslag aan de hand van de leeftijd (fig. 3). Men neemt namelijk aan dat de maximale hartslag vanaf 20 jaar met 1 slag per jaar daalt. Hij kan voor de meeste mensen berekend worden door de leeftijd in jaren af te trekken van 220. Voor een vrouw van 40 jaar komt dit dus overeen met : 220 - 40 = 180.
Dit richtcijfer is voor de meeste mensen nauwkeurig genoeg om er hun oefeningen op af te stemmen. Afwijkingen van een tiental hartslagen zowel naar boven als naar onderen, zijn echter mogelijk (zonder dat men zich daarover ongerust hoeft te maken).

Oefenniveau = 70 %
Men heeft vastgesteld dat een trainingseffect opgewekt wordt van zodra men oefent aan een hartfrequentie die boven 70 % van de maximale hartslag uitstijgt. Dit aantal bereiken ongetrainde mensen doorgaans sneller dan zij vermoeden. Van zodra men merkt dat de hartslag gestegen is, zit men doorgaans reeds boven dit minimum en neemt het risico op overbelasting en negatieve ervaringen toe. Het is bijgevolg duidelijk dat men zich niet al te zwaar moet inspannen om een trainingseffect te bereiken. Een niveau van 70 % van de maximale hartfrequentie bereikt men doorgaans reeds bij matige inspanningen die men lange tijd kan blijven uitvoeren en waarvan men slechts weinig of geen hinder ondervindt. Een handige vuistregel is dat men tijdens de activiteit nog moet kunnen blijven praten zonder buiten adem te raken.

Hoe de hartslag controleren ? U kunt uw hartslag controleren aan de hand van de kloppingen (pulsaties) van de slagaders in de pols of de hals.

beginnersfig3

Fig. 3: richtschema voor de maximale hartfrequentie en de hartslag tijdens de activiteit.


De hartfrequentie waaraan men best oefent om de uithouding te verbeteren, komt overeen met ongeveer 70 % van de maximale hartfrequentie.

Wat met kleine afwijkingen?
Wanneer men zich op de hartslag wenst te baseren, komt het er op aan zijn eigen lichaam te leren kennen. De individuele hartslag is immers vrij stabiel, zij het dat hij beïnvloed wordt door talrijke factoren, bv. door de omgevingstemperatuur, spanningen, voeding (bv. koffie), enz. Men moet zich over kleine afwijkingen niet al te ongerust maken.
Wanneer men op een dag merkt dat de hartfrequentie zo’n 20 slagen hoger ligt dan normaal, dan is er waarschijnlijk iets mis. De verhoogde hartslag kan dan wijzen op een verhoogde vermoeidheid, een nakende verkoudheid of iets dergelijks. U beperkt uw sportieve activiteiten dan best gedurende enkele dagen of u kunt zelfs rusten tot uw hartslag weer normaal is.


Matig de intensiteit
Het ‘gevoel’ biedt eveneens een betrouwbare aanwijzing voor de intensiteit. Daarbij kan men zich richten op de diepte en snelheid van de ademhaling of op het algemene vermoeidheidsniveau. Uiteraard gaat het hier om een gevoel, met andere woorden een persoonlijke indruk die individueel sterk kan verschillen.
Er bestaan echter een soort meetlatjes of schalen (bv. een vermoeidheidsschaal, fig. 4) waarmee deze persoonlijke indruk iets neutraler uitgedrukt wordt. Het is niet moeilijk om eventueel een eigen schaaltje te maken dat uzelf meer geschikt lijkt.

1 geen invloed
2 uitermate licht
3 zeer licht
4 licht
5 matig
6 zwaar
7 zwaarder
8 zeer zwaar
9 uitputtend
10 maximaal uitputtend


De kloppingen aan de pols en de hals moeten steeds met de toppen van de vingers gevoeld worden en nooit met de duim. De gemakkelijkste methode bestaat er in gedurende 15 seconden het aantal slagen te tellen en dit getal met 4 te vermenigvuldigen. Ook hier komt het weer niet op één hartslag aan. Het is vooral de orde van grootte die telt.
U kunt ook korter of langer tellen, bv. gedurende 10 of 20 seconden. Hoe korter de telperiode duurt, hoe zorgvuldiger u moet tellen, omdat de eventuele telfouten vermenigvuldigd worden. Hoe sneller de hartslag is, hoe moeilijker het wordt om hem met de hand te tellen. Boven de 160 slagen per minuut wordt dit zelfs onmogelijk en is het aangeraden om met een hartslagmeter te werken (zie verder).
Wanneer u uw activiteitsniveau op uw hartslag wil oriënteren, moet u hieraan tijdens de eerste weken extra aandacht besteden. Het nemen van de pols is immers een vaardigheid die u zich eigen moet maken én bovendien moet u uw lichaam leren kennen.
Het is een goed idee om ook uw rustpols te leren kennen. Dit is de pols die u neemt ‘s ochtends nog voor u opstaat. Normaal hebt u op dat moment een rustige hartslag. Dit maakt het ook gemakkelijker om uw pols te nemen dan ergens in de loop van uw oefening.
De ochtend- of rustpols is verder ook erg interessant als merkteken voor uw algemene lichamelijke conditie. Wanneer uw lichaam niet in goede doen is, is uw ochtendpols vaak merkbaar verhoogd.
Er bestaan ook hartslagmeters die de hartslag tijdens de activiteit continu weergeven. Ze kunnen een nuttige en stimulerende hulp zijn bij de training, zeker voor mensen die zich ernstiger op hun sport gaan toeleggen. Ze zijn echter duur. De goedkoopste kosten enkele duizenden franken. Topmodellen kosten een veelvoud daarvan.
Het is ook een goed idee om het gebruik van de hartfrequentie te bespreken met uw arts bij het voorafgaande algemene onderzoek. Uw arts kan u dan eventueel helpen bij het leren nemen van de pols indien u daar niet mee vertrouwd bent.

Tijdens de oefening U moet uw oefeningen even stoppen met sporten om de hartslag te kunnen tellen. Hierbij kan de hartslag iets dalen. U moet er dus rekening mee houden dat de hartslag tijdens de activiteit iets hoger ligt dan diegene die u telt. Wanneer u echter onmiddellijk begint te tellen, blijft deze afwijking beperkt.


”Begin liever te traag dan te snel”
en andere praktische richtlijnen

De waarop het lichaam op inspanning reageert, heeft belangrijke gevolgen voor de wijze waarop men aan sport kan doen om de conditie te verbeteren. Deze inzichten kunnen gebundeld worden tot een aantal elementaire richtlijnen.

Wanneer beginnende sporters de richtlijnen volgen en respecteren, kunnen zij op een veilige wijze met sport van start te gaan.

Eerst naar de dokter
Mensen ouder dan 40 jaar ondergaan best eerst een uitgebreid onderzoek vooraleer ze met sport beginnen.
U gaat best ook eerst langs de arts wanneer u :
• gedurende de laatste 5 jaar zeer weinig beweging gehad hebt;
• overgewicht, een verhoogde bloeddruk, een hoog cholesterolgehalte of ademhalingsmoeilijkheden hebt; • symptomen van een ziekte vertoont;
• familieleden hebt die op jonge leeftijd plots overleden zijn aan een hartaandoening.

Bespreek uw plannen liefst met een sportarts. Deze heeft ervaring met de invloed van inspanning op het menselijke organisme. Ga samen na hoe u uw oefenschema wil uitwerken.
Vraag de arts hoe u eventuele risicosymptomen kunt herkennen en wat u in dat geval moet doen.
U kunt samen enkele malen met de hand de pols nemen, zodat u zeker bent dat u correct tewerk gaat. Een contact met een bewegingsexpert, bv. een sportleerkracht, kinesitherapeut, een inspanningsdeskundige in een degelijk fitnesscentrum, enz., kan bijkomende nuttige informatie opleveren.

Leg een dagboek aan
Begin met hierin het oefenschema te noteren dat u met uw arts besproken hebben.
Noteer in uw dagboek telkens de resultaten en de belangrijkste aspecten van uw oefening, bv.:

  • de duur van de oefentijd ;
  • de afstand die u gelopen, gefietst, gezwommen, enz. hebt ;
  • de algemene indruk van uw vermoeidheid (zie vermoeidheidsschaal);
  • eventueel bijkomende opmerkingen in verband met ziekten (bv. verkoudheden), klimatologische omstandigheden, indrukken van pijn, vragen die u zich stelt tijdens uw oefeningen;
  • indien gemeten: de hartslag.

Aan de hand van het dagboek kunt u reeds na enkele weken uw vorderingen vaststellen, wat stimuleert tot doorzetten.
Het dagboek is eveneens nuttig bij het overleg met de arts of andere bewegingsexperten over de mogelijke oorzaak en oplossing van problemen.

Begin zeer rustig
Begin liever te langzaam dan te snel. Dit advies kan niet genoeg herhaald worden. Mensen die lange tijd niet gesport hebben of weinig beweging gehad hebben, moeten zéér rustig beginnen. Het risico op kleine spier- en gewrichtsletsels is tijdens de beginperiode groot. De spieren en gewrichten zijn de grotere belasting immers niet gewoon. Ze moeten de tijd krijgen om zich aan te passen.
In hun aanvankelijk enthousiasme beginnen vele starters te snel en te intensief. Ze richten de aandacht vooral op de uithouding, kracht afstand en snelheid en letten te weinig op de signalen van hun lichaam die op een overbelasting wijzen. Wanneer men tijdens de activiteit hinder ondervindt of pijn voelt in een spier, gewricht of lidmaat, dan contacteert men best een ervaren sportarts. Negeert men de pijn of klachten en blijft men aan eenzelfde ritme verder oefenen, dan is het risico op een ernstig letsel zeer reëel.
Letsels aan spieren en gewrichten vormen één van de grootste bedreigingen voor de verderzetting van de sportieve activiteit. Ze veroorzaken een verzwakking van het bewegingapparaat die tot een chronisch probleem kan uitgroeien bij een slechte verzorging. Men wordt gedwongen de activiteit tijdelijk te onderbreken. Hierdoor kan de conditie aftakelen zodat men ze nadien opnieuw moet opbouwen. Beginners herkennen de eerste alarmtekens niet. Dit is een bijkomende reden om het de eerste weken zeer rustig aan te doen, zodat u vertrouwd raakt met de reacties van uw lichaam.

Bij overgewicht : dubbel opletten
Het advies dat men rustig moet beginnen, geldt dubbel voor mensen met overgewicht. Het risico op klachten en spier- en gewrichtkwetsuren neemt toe naarmate het overgewicht groter is.

Bouw langzaam op
Wandelen bv. is dan meer aangewezen dan onmiddellijk te beginnen met lopen, langdurig fietsen, tennis, squash, enz. Zwemmen is eveneens een veilige sport om van start te gaan, zeker voor mensen met overgewicht.
Er wordt vaak verteld dat wandelen bv. té licht is om enig effect te hebben op de uithouding. Dit is niet zo. Absolute beginners ondervinden wél een trainingseffect van zulke lichte langdurige activiteiten.
Beginners moeten zich ook vooral concentreren op het opbouwen van de uithouding. Snelheid, kracht, lenigheid, enz. zijn aspecten die later aan bod komen, eens men over een goede uithouding beschikt.
Een voorstel van een oefenschema voor absolute beginners vindt u wat verder.

Een gulden regel is dat men als beginner best ‘nooit buiten adem’ oefent. Wanneer men in ademnood raakt, bv. tijdens fietsen, zwemmen, lopen, enz., oefent men aan een hogere intensiteit dan strikt nodig is om de conditie op te bouwen. Zelfs geoefende atleten trainen vooral zonder buiten adem te raken. Buiten adem oefenen houdt men trouwens nooit lang vol, zeker niet als beginner.

Een goede maatstaf om het tempo te beoordelen, is wanneer u aan het einde van de oefening zegt : “Ik had nog langer bezig kunnen blijven”. U bent dan duidelijk binnen uw re serves gebleven en hebt niet geforceerd. Vergeet dat men zwaar moet afzien om de conditie te verbeteren. U kunt evengoed aan een rustig en voorzichtig tempo opbouwen zodat de oefeningen prettig blijven. Vermijd reeksen van korte, zeer hevige inspanningen afgewisseld met rusten. Met de leeftijd nemen de problemen van hart en bloedvaten toe, onder meer door arteriosclerose (slagaderverkalking). Korte en zeer hevige belastingen stellen hoge eisen aan hart en bloedvaten. Ze zijn bijgevolg uit den boze voor oudere mensen en soms zelfs ronduit gevaarlijk wanneer men niet getraind is.


Té fel geoefend
De algemene stelling luidde vroeger dat men flink moest afzien om enig gunstig effect te bereiken. “No pain, no gain”, luidde het in het Engels (geen pijn, geen winst). Van deze zienswijze is men teruggekomen.
Tegenwoordig stelt men dat men zich voldoende moet inspannen zodat het lichaam tot overcompensatie gestimuleerd wordt, maar méér hoeft niet. Integendeel, wanneer men zich forceert, verhoogt het risico op kwetsuren.
Het lichaam zelf is een uitstekend meetinstrument. Het geeft duidelijk aan of de vermoeidheid toeneemt dan wel of de conditie verbetert. U kunt zich op een aantal eenvoudige en goed herkenbare tekenen oriënteren.

Ongunstige tekens

  • U voelt zich nog stijf en vermoeid wanneer u opnieuw begint te oefenen. Of u hebt de indruk dat uw spieren nog niet helemaal in orde zijn.
  • U raakt ‘s avonds niet goed in slaap en slaapt minder goed door. ‘s Morgens voelt u zich duf en niet uitgeslapen.
  • Het lijkt langer te duren vooraleer u van de inspanning bekomen bent.
  • Het duurt langer om dezelfde oefening uit te voeren.
  • Prikkelbaarheid, snelle vermoeidheid, concentratieverlies, minder eetlust, sneller zweten, minder goed of ongemakkelijk in uw vel zitten.
  • Een goed teken is de hartslag ‘s ochtends in bed, nog vóór u opgestaan bent. Een verhoogde hartslag (bv. een 10 slagen per minuut extra) kan op vermoeidheid wijzen. De verhoging kan ook een aanwijzing zijn voor andere mistoestanden, bv. een opkomende verkoudheid of infectie.

Wanneer u de indruk hebt dat uw activiteit u tijdelijk minder goed afgaat, doet u er goed aan de inspanningen te temperen. Oefen aan een rustiger tempo en minder lang. Of las een extra rustdag in. U kunt ook even een minder belastende sport kiezen, bv. zwemmen of fietsen in plaats van lopen. U kunt ook uw doelstellingen verleggen, bv. niet meer naar de afstand of snelheid kijken, maar vooral rekening houden met de hartslag, bv. door te oefenen zonder boven 130 of 140 slagen per minuut uit te stijgen.

Slaap voldoende
De nachtrust is bij uitstek de periode van herstel. ‘s Nachts stijgt de afscheiding van groeihormoon waardoor het ritme van allerhande herstelmechanismen versnelt. Te weinig slapen maakt de herstelfase na de inspanning nodeloos langer. Vermijd ook alles wat uw slaap kan storen, zoals bv. koffie of alcohol s’ avonds. Wanneer u slecht geslapen hebt, bent u niet optimaal uitgerust. U doet er goed aan om die dag wat lichter te oefenen. Een training sluit u best nooit af met alcohol, een foutief gedrag dat helaas nog in teveel clubs van voetballers en wielertoeristen voorkomt.

Rust bij koorts
Koorts is altijd een reden om tijdelijk te rusten. De meeste mensen hebben trouwens ook weinig of geen zin om te oefenen wanneer ze koorts hebben.
Na een virale infectie (bv. bij een verkoudheid of griep) kan het bovendien nog een tijdje duren vooraleer u zich volledig hersteld voelt. In dat geval kunt u uitgaan van de volgende vuistregel : voorzie na het verdwijnen van de koorts evenveel dagen rust als het aantal dagen dat u koorts gehad hebt. Wanneer u 7 dagen koorts gehad hebt, neemt u de volgende 7 dagen best nog rust. Nadien kunt u uw training weer opnemen.
Voelt u zich bij het heropnemen van de training nog moe of lijkt de training u niet al te best af te gaan, doe het dan wat rustiger aan en neem contact op met uw arts.

Cooling down is noodzakelijk
Een sportactiviteit abrupt beëindigen moet sterk afgeraden worden. Aan het einde er nog een sprintje uitknijpen en vervolgens de remmen dicht en op een bank van een drankje genieten, is erg ongunstig en wel om twee redenen.

  • De regelmatige samentrekking en ontspanning van de spieren helpt de rondstuwing van het bloed tijdens de inspanning. Wanneer men plots stopt, valt de spierpomp stil, zodat het hart op dat moment zwaar belast wordt. Het moet nl. het werk van de spierpomp onmiddellijk overnemen.
  • De tweede reden is het herstel. Tijdens de sportactiviteit draait het energiesysteem in de spieren op hogere toeren. Bij een plotse stop blijft dit systeem nog een tijdje doordraaien, terwijl de bloeddoorstroming sterk afneemt. Het gevolg is dat metabole stoffen zoals bv. melkzuur, zich in de spieren opstapelen, wat de herstelperiode verlengt.

Bouw de inspanning daarom tegen het einde aan langzaam af. Wanneer u bv. een uurtje gaat fietsen, doet u er goed aan de laatste 10 minuten uit te bollen. Ideaal is wanneer u in de douche kunt afronden met het gevoel dat u reeds volledig uitgerust bent van de inspanning.
Wanneer u een activiteit plots moet staken, bv. doordat de huur van een terrein afgelopen is, moet u een afkoelingsperiode voorzien. U kunt bv. een tiental minuten rondwandelen en daarbij gevarieerde oefeningen uitvoeren.
Rekoefeningen na de afkoeling zijn eveneens erg nuttig.

Zorg voor uw materiaal
Een krakende fiets met wielen die paraplu staan, oude afgetrapte loopschoenen of vuile kledij nodigen niet uit tot oefenen. Zorg ervoor dat uw materiaal in orde is, bv. dat u in frisgewassen kledij kunt vertrekken indien u de dag voordien fel gezweet hebt of toevallig een modderstrook gepasseerd bent. Eenvoudig en degelijk materiaal hoeft niet duur te zijn (zie verder). Een oude fiets kan mits wat olie en een minimum aan herstellingen soms omgetoverd worden tot een soepel bollend exemplaar dat uitstekend geschikt is om u doorheen uw startperiode te helpen. Voorkom alvast dat slecht en onverzorgd materiaal een excuus kan worden om af te zien van uw oefeningen.

Kies tijdstip en omgeving
Neem de tijd om uit te kijken naar een omgeving die zich leent voor het soort oefeningen dat u wil uitvoeren. Een ongestoord landelijk parcours houdt voor sommige mensen extra voordelen in, zoals de rust, de stilte en het directe contact met de natuur. Andere mensen stellen meer prijs op de aanwezigheid van collega’s en verkiezen voor hun looptrainingen bv. een park waar ze nog andere lopers tegenkomen.

Voor lopers is de ondergrond van belang. Een harde ondergrond veroorzaakt grote piekbelastingen in de gewrichten en het bewegingsapparaat. Oppervlakken zoals beton, asfalt, betegelde stoepen, enz. vermijdt men best zoveel mogelijk.
Een zachte, gelijkmatige ondergrond is het meest geschikt, zeker voor beginners. Naarmate de voet- en enkelspieren en -structuren beter getraind raken, kan men ook een meer ongelijkmatige ondergrond, bv. veldwegels, als parcours uitkiezen.

Kies een geschikt tijdstip. Zwembaden kunnen tijdens de schooluren druk bezet zijn, maar daarbuiten oorden van rust blijken.

Welke bewegingsactiviteit kiezen?
De ene sport is al beter geschikt voor een verbetering van uithoudingsvermogen dan de andere. Sporten zijn echter moeilijk te vergelijken. De ene is nl. al technischer dan de andere, en wordt in groep uitgeoefend, bestaat uit korte hevige inspanningen met tussenpozen of juist één lange aangehouden inspanning, enz.

Wat telt is dat elke vorm van beweging een gunstige invloed heeft op de gezondheid. Het komt er bijgevolg op aan een sport te kiezen waarbij men zich het best voelt en rekening te houden met het specifieke profiel van de sport. Enkele korte toelichtingen maken een en ander duidelijk.

Wandelen, lopen, aerobics, enz.
De continue activiteit van de grote spiergroepen van de benen en de romp vraagt grote hoeveelheden bloed, wat van het hart een behoorlijke inspanning vraagt. Deze sporten zijn uitstekend geschikt voor de verbetering van de uithouding. Bij het wandelen moet men wel een fluks tempo aanhouden. Slenteren haalt weinig of niets uit.
Bij aerobics hangt de intensiteit van de inspanning af van het programma en de lengte van de pauzes tussen de oefeningen.
Het risico op kwetsuren is zeer klein bij wandelen, maar het loopt op naarmate er heviger en langer bewogen wordt, bv. bij het lopen en bij aerobics.

Fietsen : het gewicht wordt gedragen waardoor de benen minder hard moeten werken dan tijdens lopen. Bij alle-terrein-fietsen ligt de inspanning iets hoger dan bij fietsen op de weg omdat men vaker recht op de pedalen staat en omdat het terrein gevarieerder is. Fietsen vraagt een goed evenwicht, een degelijke bewegingscontrole en een goed zicht. Het is dus minder aangewezen voor mensen met problemen op dit vlak. Doordat het gewicht gedragen wordt, is fietsen dé oefenvorm bij uitstek voor mensen met overgewicht. Het spaart immers de gewrichten.

Zwemmen : het water draagt het lichaamsgewicht en ontlast een aantal spieren. Zwemmen is een technische sport en vraagt een specifieke ademhalingstechniek. Niet getrainden raken vaak snel buiten adem. Zwemmen vraagt ook veel van de arm- en heupspieren. Deze zijn dergelijke inspanningen niet gewend en raken vlug vermoeid. Bovendien wordt het hart slecht weinig belast. Zwemmen is bijgevolg een uitstekende sport om de soepelheid en lenigheid van het lichaam te onderhouden, maar het draagt weinig bij tot de uithouding tenzij men zich echt toelegt op baantjes zwemmen. Het risico op letsels of kwetsuren is zeer beperkt.

Tennis : bij dit spel wisselen snelle bewegingen af met relatief lange rustpauzes. Tennis draagt alleen iets bij tot de uithouding indien er tijdens het spel voldoende gelopen wordt. Balletjes naar elkaar toespelen, heeft weinig of geen nut voor de uithouding. Bovendien moeten beginners opletten voor het risico van een tenniselleboog door foutieve bewegingen en een eenzijdige belasting van de arm. Tennis is een technische sport die een zekere leertijd vraagt. Het is bijgevolg misschien niet de aangewezen sport voor beginners vermits men dan met teveel factoren ineens geconfronteerd wordt, nl. het verbeteren van de conditie én het aanleren van de sport.

Badminton : bestaat vooral uit korte, explosieve reacties die al snel leiden tot een stijging van de hartslag, maar waarvan de bijdrage tot het verbeteren van de uithouding eerder beperkt blijft. Om enigszins ernstig te kunnen spelen, heeft men ook een zekere basisconditie nodig. Deze sport is dus niet echt geschikt voor beginners. Verder gelden hier ook de meeste van de opmerkingen die voor tennis gemaakt kunnen worden.

Voetbal : het effect van dit spel is vergelijkbaar met dat van tennis. Sommige spelers hebben er bovendien een handje van weg om zich de bal in de voeten te laten spelen en deze vervolgens door te geven. Voetbal heeft alleen nut voor de uithouding in de mate dat er voortdurend gelopen wordt. De korte sprints tellen minder mee. Voetbal is bovendien één van de sporten waarin de meeste kwetsuren geteld worden.

Langlaufen : dit is één van de meest geschikte sporten voor het verbeteren van de uithouding omdat het lichaam zeer algemeen aangesproken wordt (benen, bovenlichaam én armen). Het is een zéér technische en letselgevoelige sport. Ongunstige omstandigheden (bv. ijs) en de techniciteit van de sport kunnen immers snel tot controleverlies leiden. De grote krachtarmen van ski’s en skistokken kunnen bijdragen tot kwetsuren.

Schaatsen en inline-skating : het inspanningsprofiel gelijkt enigszins op dat bij fietsen. Het grote verschil is de trager verlopende beweging waarbij men steeds lang op één been staat. Beide sporten zijn goed voor het verbeteren van de uithouding, maar ze vragen een goede evenwicht- en bewegingscontrole. Bij inline-skating moet steeds beschermende kledij gedragen worden. Vooral de polsbeschermers zijn belangrijk en daarnaast ook een helm en kniebeschermers.

Oefenschema voor beginners

Week opwarmen wandelen lopenuitbollen
1 10 min. 3 x 2 min. 4 x 1 min. 10 min.
2 3 x 2 “ 4 x 2“
3 3 x 1 “ 4 x 3“
4 3 x 1 “ 4 x 4“
5 3 x 1 “ 4 x 5“
6 3 x 1 “ 4 x 6“
7 3 x 1 “ 4 x 7“
8 2 x 1 “ 3 x 9“

Indien u dit schema kunt volgen, kunt u op acht weken tijd ongeveer een half uur lopen, zij het nog in verschillende stukken met een korte wandelpauze tussenin.
U kunt dit schema verder uitwerken door de looptijden per week te verlengen en de wandelminuutjes in te korten of volledig weg te laten tot u een half uur aan één stuk kunt lopen, zonder buiten adem te raken. Drie maal per week een half uur lopen is voldoende om de conditie op peil te houden. Oefent men minder dan zal de conditie slechts langzaam verbeteren.


Dit schema is bestemd voor mensen die willen beginnen lopen.

  • Een eerste blik maakt onmiddellijk duidelijk dat er op een zeer rustige manier van start gegaan wordt : met enkele minuten lopen en wandelen tussendoor.
  • De bedoeling is dat u streeft naar een gelijkmatig loopritme dat u kunt aanhouden zonder buiten adem te raken. De gouden richtlijn is : “Kunnen blijven praten terwijl u loopt”. Dit ritme kan aanvankelijk zeer laag liggen, maar dit is geen probleem vermits het raadzaam is eerder te traag dan te snel te beginnen.
  • Het streefdoel van dit schema is dat u uw uithouding verbetert. Dit wordt vooral nagestreefd door de looptijd te verlengen en dus ook de afstand die u loopt. Het is de bedoeling dat u een zekere snelheid bereikt, maar niet dat u er systematisch naar streeft uw snelheid te vergroten. Naarmate u beter geoefend bent, zult u vermoedelijk ook wat sneller beginnen lopen, maar dit wordt niet bewust nagestreefd.

Het schema past niet

  • Lijkt de opbouw u te snel te gaan, blijf dan bij het weekschema dat u het best afgaat of zak af naar een lager weekschema. Is dit het schema voor week 1, houd u daar dan aan tot u het zonder problemen kunt afwerken.
  • Is volgens uw aanvoelen zelfs het schema voor week 1 te zwaar, beperk u dan tot wandelen en pleeg eventueel een kort loopje tussendoor dat u wel aankunt. U kunt bv. beginnen met 15 minuten wandelen en 2 maal een halve minuut lopen.
  • Leidt het wandelen en lopen tot pijn in voeten en gewrichten, dan kan u een activiteit kiezen waarbij uw gewicht gedragen wordt, bv. fietsen of zwemmen.
  • Bent u reeds verder in het schema en lijkt u last te hebben, doe dan een stapje terug. Herneem het schema van de vorige week. Controleer ook of u zich niet forceert.
  • Lijkt het schema u te licht, schakel dan over naar het schema voor de volgende week. Bedenk echter dat het opbouwen van de conditie langzaam verloopt en de nodige tijd vergt. Het is niet omdat u in een bepaalde week zeer vlot loopt dat uw conditie plots ook een reuzensprong gemaakt heeft. Let er voor op dat u niet te snel wil gaan en u niet forceert.
  • U kunt eventueel ook meer oefenen dan 3 maal per week, maar bedenk dat het lichaam de nodige tijd heeft om uit te rusten en volledig te herstellen. Indien u vaker oefent dan 3 maal per week, moet u zeer aandachtig letten op alle tekenen die op vermoeidheid kunnen wijzen en uw schema daaraan aanpassen, wat betekent: lichter maken.

Andere activiteiten
Dit schema kan aangepast worden voor fietsen, zwemmen, enz. U moet er wel rekening mee houden dat oefeningen waarbij het gewicht gedragen wordt, minder inspanning vragen. Dit betekent dat u de tijd best wat verlengt, zelfs verdubbelt.
Het kan wat zoekwerk vragen om uit te vissen hoe lang u met uw favoriete sport bezig moet zijn, maar de basisprincipes blijven gelden voor àlle soorten oefeningen : voorzichtig beginnen, opletten voor overbelasting en kwetsuren, oefenen zonder dat u buiten adem raakt, stoppen op een moment dat u zegt : “Ik had nog wat langer kunnen blijven trainen”, enz.
Verder kunt u de tempowisselingen volgen, bv. voor het fietsen : afwisselen tussen gewoon fietsen (te vergelijken met wandelen aan een stevig tempo) en even wat sneller gaan (zonder buiten adem te raken). Bij het zwemmen kunt u bv. één lengte wat sneller zwemmen en vervolgens twee of drie lengtes uitzwemmen.

Bron: www.gezondsporten.be

10-06-08

Sporten bij gewrichtspijn

Komt een man bij de dokter: “Dokter, als ik hier druk doet het pijn.” Zegt de dokter: “Dan moet u daar niet drukken.” Een flauwe mop, maar toch maken patiënten bij gewrichtspijn maar al te vaak precies deze fout. Als lopen zeer doet, stoppen ze met lopen. Terwijl u bij gewrichtspijn juist moet blijven bewegen. Daarom zetten we geschikte sporten op een rijtje.

kniepijnGewrichtspijn wordt vaak veroorzaakt door een ontsteking in een gewricht (artritis). Dit is een ontsteking die het kraakbeen aantast. Een andere aandoening is artrose. Hierbij wordt het kraakbeen afgebroken. Nare aandoeningen, want zonder kraakbeen kan een gewricht niet meer soepel bewegen. Hierdoor beschadigt het gewricht wat een (erg) pijnlijk gevoel veroorzaakt.

Veel mensen zijn geneigd om bij pijn hun lichaam rust te geven. Een logische en vaak ook verstandige reactie, want wie bij kloppende hoofdpijn niet even gaat liggen, blijft nog lang last houden. Toch moet u bij gewrichtspijn juist datgene doen waarvan uw lichaam lijkt te zeggen dat u het vooral moet laten: bewegen.

Door het aangetaste gewricht te bewegen, versterkt u namelijk de spieren rondom dat gewricht. En omdat sterkere spieren voor meer steun zorgen, heeft u ook minder pijn. Bovendien helpt bewegen stijfheid te verminderen, af te vallen en een betere conditie op te bouwen.

Goede sporten bij gewrichtspijn
Er zijn verschillende sporten waarbij u uw spieren traint zonder uw gewrichten al te zwaar te belasten. Deze sporten zijn bij uitstek geschikt om de pijn die wordt veroorzaakt door een vorm van artritis te verminderen.

Zwemmen
Stap in het water, laat u achterover zakken en u merkt dat u maar weinig hoeft te doen om te blijven drijven. Het water duwt uw lichaam omhoog en biedt overal ondersteuning. Door rustig te bewegen is de belasting op de gewrichten minimaal. Uw spieren doen het werk en worden snel sterker als u het zwembad een paar keer per week opzoekt.

Duiken
Duiken heeft ten opzichte van zwemmen als nadeel dat u een zware zuurstoffles op uw rug moet dragen, maar als voordeel dat u een extra dimensie aan het zwemmen toevoegt. Bij een duikschool kunt u leren hoe u de zuurstoffles in het water kunt ombinden en afdoen. Bij gewrichtspijn is dat ideaal, want in het water merkt u niks van het gewicht van de fles. U belast uw gewrichten dus niet, terwijl u met duiken wél uw spieren traint.

Aquarobics
Ook bij aquarobics profiteert u van de kracht van het water. U staat tot uw buik of tot uw schouders in het water en traint vooral de spieren in buik, benen en billen. Aanmoedigingen helpen u om intensief te bewegen. Wie moeite heeft om zichzelf te motiveren, heeft veel baat bij de opzwepende muziek en de aanmoedigingen van de train(st)er. Pas wel op, want bewegen in het water kan bij (bijvoorbeeld) artrose zo gemakkelijk gaan dat u uzelf eenvoudig kunt overbelasten.

 

wandelenWandelen
Wandelen is een prima activiteit bij gewrichtspijn. Hardlopen juist weer niet. Wanneer u gaat rennen, belast u uw knieën en enkels, omdat ze steeds een klap moeten opvangen wanneer uw voeten de grond raken. Bij een wandeling is de belasting op uw knie- en enkelgewrichten juist minimaal. Stevig doorwandelen mag ook. Het is prima wanneer u na een stuk lopen uw spieren voelt. Overweeg ook om af en toe de gebaande paden achter u te laten. Een wandeling dwars door de natuur met kleine hoogteverschillen (hiking) is een uitstekende manier om uw spieren te versterken. Zorg wel voor goede wandelschoenen en overdrijf niet: bergbeklimmen is weer wat teveel van het goede.

Nordic walking
Bij artrose in de armgewrichten is Nordic Walking een gezonde vorm van bewegen. De populaire wandelsport met stokken is natuurlijk ook een goede training voor de beenspieren. Bij Nordic Walking verbrand u meer calorieën dan wanneer u gewoon een stukje gaat lopen. Dat maakt Nordic Walking ook uitermate geschikt voor mensen die last hebben van gewrichtspijn door overgewicht.

Kangoo Jumps
Ze zien er wat merkwaardig uit, maar Kangoo Jumps zijn prima hulpmiddelen om te bewegen zonder u gewrichten zwaar te belasten. Kangoo Jumps zijn sportschoenen met een speciale vering aan de onderzijde. Je beweegt springend vooruit en versterkt de spieren bij uw enkels, schenen, knieën, heupen en onderrug. De springschoenen helpen sporters sneller te herstellen van een blessure en zijn ook een uitkomst voor mensen met gewrichtspijn.

Golfen
Sommige mensen vinden het wat elitair, anderen nemen in het weekend graag de golfclub in handen om op 'de green' een paar holes te pakken. Of u nou liefhebber bent of niet, golf kan, mits goed uitgevoerd, een goede sport zijn bij gewrichtspijn. Doordat u in een rustig tempo flinke afstanden aflegt, traint u de beenspieren. Wel is het verstandig om een karretje met clubs te duwen en niet te trekken, zo trekt u uw gewrichten niet uit elkaar. Overweeg ook om golf met krachttraining te combineren. Train dan vooral de spieren in uw onderarmen. Zo voorkomt u dat uw gewrichten in armen en rug overbelast raken bij het slaan van de bal.

Fietsen
Als u op de fiets zit, hoeven uw benen uw lichaamsgewicht niet te dragen. De gewrichtsbelasting bij fietsen is dan ook minimaal. Veel fysiotherapeuten en huisartsen raden mensen met een vorm van artritis aan zo vaak mogelijk de fiets te pakken. Zowel de spieren in boven- en onderbenen en rondom het kniegewricht profiteren van deze bewegingsvorm. Het is onverstandig om bij gewrichtspijn op de mountainbike te stappen. U in het zweet fietsen op een hometrainer is weer wel een goed idee.

Buikdansen
Dansen is een elegante bewegingsvorm die in veel gevallen goed valt te combineren met gewrichtspijn. Het exotische buikdansen is bijvoorbeeld heel geschikt. De bewegingen zijn intensiever dan u zou verwachten. U merkt al snel dat een groot aantal spieren in uw lichaam wordt gestimuleerd. Buikdansen is trouwens niet alleen voor vrouwen. Bij de meeste dansscholen worden ook mannen toegelaten die zich deze elegante bewegingsvorm eigen willen maken. Buikdansen niks voor u? Kijk dan eens naar stijldansen. Tap- en line-dansen zijn geen aanraders bij gewrichtspijn.

Yoga
Mensen die bang zijn dat ze bij yoga niet mee kunnen komen omdat ze hun benen niet in hun nek kunnen leggen, hoeven zich geen zorgen te maken. Yoga biedt een breed scala aan oefeningen die goed zijn voor zowel lichaam als geest. Verreweg het merendeel van de oefeningen kan ook gedaan worden door gewrichtspijnpatiënten. Enkele jaren terug is op kleine schaal onderzoek gedaan naar het effect van yoga op gewrichtspijn. Er waren te weinig proefpersonen om goede conclusies te kunnen trekken, maar de mensen die meededen, vonden dat yoga hun pijnklachten verminderde.

Welke sporten moet u vooral niet doen?
Er is verschrikkelijk veel mogelijk op sportgebied. De sporten die hierboven zijn omschreven zijn slechts een greep uit alle mogelijkheden die u hebt wanneer u iets aan uw gewrichtspijn wilt doen. Voor diegenen die andere sporten overwegen, volgt hier nog een reeks sporten die fysiotherapeuten afraden bij gewrichtspijn:

  • Intensieve balsporten, zoals voetbal, basketbal, honkbal, volleybal, tennis en squash
  • Vechtsporten zoals judo, karate, jujutsu, kempo en kendo
  • Wintersporten zoals skiën, snowboarden en langlaufen
  • Krachtsporten zoals gewichtheffen of (berg)klimmen

Fitness
Fitness wordt niet door alle fysiotherapeuten aangeraden bij gewrichtspijn. Dat komt omdat bij slechte begeleiding mensen met (bijvoorbeeld) artrose zichzelf nogal eens te zwaar belasten en daarmee de boel alleen maar erger maken. Bij fitness is een goed trainingsschema noodzakelijk en moet u zelf goed opletten of u uw spieren of juist u gewrichten belast. Heeft u de dag na de workout spierpijn, dan heeft u het goed gedaan. Spierpijn wijst erop dat u spiermassa ontwikkelt. Heeft u de volgende dag (meer) last van gewrichtspijn, dan heeft u verkeerd getraind en moet u uw programma bij (laten) stellen. Doet u dat niet, dan loopt u het risico uw kraakbeen verder te beschadigen.


Adviezen bij sporten met gewrichtspijn
Sporten bij gewrichtspijn is goed, maar u moet uw eigen lichaam goed in de gaten houden. Hieronder de antwoorden op vragen als ‘hoe lang’, ‘hoe vaak’ en ‘wanneer doe ik het niet goed’.

Warming-up en cooling-down
Wat geldt voor mensen zonder gewrichtspijn, geldt dubbel en dwars voor mensen met een vorm van artritis: doe een warming-up en een cooling-down! Rek en strek voordat u gaat bewegen en zorg dat uw spieren zijn opgewarmd voordat u begint met sporten. Warm u spieren eventueel verder op met een warm gelpack (of kruik) en koel ze na het sporten af met een koud gelpack (of een zak ijs). Overleg eventueel met een fysiotherapeut of trainer over een goede warming-up en cooling-down.


Hoe vaak en hoe lang?
Het is verstandig om in ieder geval een half uur te bewegen per dag. Bij artritis is het raadzaam om minstens om de dag intensiever te bewegen, bijvoorbeeld door te sporten. Het duurt gemiddeld zo’n vier tot zes weken voordat u het effect hiervan (minder pijn) begint te merken. Dat kan frustrerend zijn, zeker omdat het in sommige gevallen zelfs nog langer kan duren. Toch is het belangrijk om door te zetten. Op pijnstillers en protheses na is bewegen op dit moment nog de enige bekende remedie om gewrichtspijn te verminderen.

Luister naar uw lichaam!
Bij alle aanbevolen activiteiten geldt: luister naar uw lichaam! Spierpijn na bewegen is goed, gewrichtspijn na een inspanning niet. U herkent gewrichtspijn eenvoudig door het stekende karakter ervan. Spierpijn geeft juist een verzuurd gevoel. Doseren is belangrijk. Voelt u na het sporten namelijk helemaal niks (ook geen spierpijn), dan bent u te mild voor uzelf geweest en was de activiteit niet intensief genoeg. Uw spieren worden dan niet sterker en uw gewrichten profiteren dus niet van uw krachtinspanning. Heeft u na het sporten juist veel en langdurig pijn (langer dan één uur), dan bent u te hard van stapel gegaan en moet u rustiger opbouwen. Andere indicatoren hiervoor zijn hevige vermoeidheid en gewrichten die verder opzwellen. Let ook op als u bepaalde bewegingen moeilijker kunt maken na het sporten.

Overleg met uw dokter!
Wat u bij artrose of artritis vooral niet moet doen is uw lichaam overbelasten. Afhankelijk van de ernst van de gewrichtsontsteking is het raadzaam om met uw huisarts of fysiotherapeut te overleggen hoeveel lichaamsbeweging verstandig is. Ga bij twijfel of hevige pijn altijd naar uw dokter.

Bron: Gezondheidsnet.nl

16-04-08

Springersknie

springersknieEen van de meest voorkomende knieklachten bij sporters is de springersknie, een overbelasting van de aanhechting van de kniepees aan de onderzijde van de knieschijf. De medische term is apexitis patellae. Deze blessure treedt vooral op bij serve-, volleyspelers en handballers, daar zij veel moeten sprinten en springen.

Ook regelmatig op harde banen spelen is een risicofactor. De klachten zijn langzaam verergerende stekende of zeurende pijn bij belasting van de knie (springen, sprinten, diep door de knieën gaan, trap lopen). Vaak voelt de knie na afloop van een training en 's morgens bij het opstaan stijf en pijnlijk aan.
Antipronatie schoenen zijn vaak de veroorzaker van knieklachten.

    Hoe voorkom je een springersknie
  • Een volledige warming-up vóór en cooling-down na de training of wedstrijd van elk tenminste 15 minuten, met voldoende aandacht voor correct uitgevoerde rekoefeningen van de bovenbeenspieren
  • Zorg voor een goede basisconditie door regelmatig te fietsen, zwemmen, steppen of hard te lopen.
  • Laat stijven bovenbeenspieren regelmatig losmasseren.
  • Voer regelmatig rek- en spierversterkende oefeningen uit.
  • Draag tennis- en hardloopschoenen met een schokdempende zool en train bij voorkeur niet op een harde ondergrond.
  • Zorg voor een geleidelijke trainingsopbouw, met name als het gaat om sprint- en sprongtraining.
    Eerste hulp
    Bij het ontstaan van knieklachten is het zinvol de knie de eerste 48 uur regelmatig 10 tot 15 minuten te koelen en rust te geven. Rust betekent stoppen met spelen en die activiteiten vermijden welke pijn veroorzaken. Een snelle en goede eerste hulp is van groot belang voor een goede genezing. Verwijs bij ernstige gevallen naar een arts.
    Hoe kunt u de training weer opbouwen?
    Op het moment dat de behandelaar aangeeft dat de genezing van de knie voldoende is gevorderd of zodra gewoon lopen zonder pijn weer mogelijk is, kan men aan de slag gaan met de opbouw van de belasting. Bij deze opbouw is pijn het signaal om rust te houden; men mag de pijngrens niet overschrijden. Immers, indien de oefeningen te zwaar en te pijnlijk zijn wordt de genezing niet bevorderd maar juist vertraagd. Op opbouw van de belasting kan in drie stappen geschieden. Deze opbouw gaat van licht naar zwaar.
  • Fase 1: verbetering van de functie
    In deze fase wordt vooral aandacht besteed aan de spierversterking en de verbetering van de coördinatie en de flexibiliteit van de bovenbeenspieren. (zie oefening 1 t/m 5 van de rek- en spierversterkende oefeningen.
  • Fase 2: opbouw van de sportbelasting
    In de tweede fase gaat de aandacht uit naar de specifieke tennisbelasting. De toename van de belasting zou in onderstaande volgorde kunnen plaatsvinden:
    • Oefening 1 t/m 7 van de rek- en spierversterkende oefeningen
    • Fietsen (van een lichte naar een zware weerstand opbouwen)
    • Hardlopen (op zachte ondergrond, draai en keeroefeningen, hardlopen of geaccidenteerd terrein
    • Minitennis en tennis tegen een oefenmuurtje
  • Fase 3: volledige sportbelasting
    Bij de volledige sprotbelasting worden de oefeningen uitgebreid, bijvoorbeeld in onderstaande volgorde:
    • Baseline tennis (uit stand)
    • Tennis drills
    • Service en smash
    • Sprongsmash en lage volleys
    • Oefenwedstrijd
    • Wedstrijdtennis
    Herhaling voorkomen
    Het is verstandig alle coördinatie- rek en spierversterkende oefeningen ook na volledig herstel regelmatig te herhalen.

    Therapie
    Raadpleeg een podotherapeut om te controleren of uw voetafwikkeling juist is. Een verkeerd looppatroon kan overbelasting geven op de spieren, pezen ene/of botten zodat recidief van de klachten kan ontstaan.
    podotherapiePodotherapeutische zolen hebben een stimulerende, corrigerende of ontlastende werking. D.w.z. het looppatroon wordt positief beinvloed zodat er geen overbelasting op de spieren, pezen en/of botten kunnen ontstaan.
    De functie van de voet wordt bepaald tijdens een uitgebreid onderzoek van 3 kwartier. Indien nodig wordt er gebruik gemaakt van gang-analyse met behulp van een computer met een drukmeetsysteem.
    Omdat iedere voet anders functioneert worden de zolen individueel gemaakt en wordt er geen gebruik gemaakt van halffabrikaten.
    Voor sporters worden speciale materialen gebruikt en een afdek dat niet glijdt.

    Verwacht resultaat
    Afhankelijk van de duur van de klachten is een goed resultaat mogelijk. Bij klachten langer dan 6 maanden is het effect minder goed. Correctie van de verkeerde voetstand is dan juist nodig.

02-10-07

De basis van sport

zwemmenAls je gaat informeren naar een passende sport, vliegen de krachttermen je om je oren. Natuurlijk wil je je spierkracht verbeteren, je uithoudingsvermogen rekken en flexibel en lenig worden. Maar wat houdt dat precies in en hoe train je dat? Lees hier meer over die veelgebruikte termen.

Uithoudingsvermogen 
Met uithoudingsvermogen wordt vaak cardiovasculair uithoudingsvermogen bedoeld. Dit is de toestand van het hart en het bloedvatensysteem en de mogelijkheid die dit systeem heeft om bloed en zuurstof te leveren aan de spieren. Om deze capaciteit te verbeteren, dien je 3 tot 5 keer per week een aërobe activiteit te verrichten. De activiteiten moeten van gemiddelde constante intensiteit zijn en er moet vermeden worden dat je een verzuring in de spieren creëert. Om te weten of je in de goede, aërobe, hartslagzone traint, is er de praattest. Kun je nog praten tijdens de inspanning, dan kan je lichaam de belasting goed aan.

Flexibiliteit en lenigheid
Flexibiliteit is de bewegingsmogelijkheid van een gewricht waarover een spier of spiergroep loopt. Met het ouder worden en door inactiviteit worden de spieren korter waardoor de bewegingsmogelijkheid belemmerd wordt. Dit kan leiden tot snellere blessures omdat je minder flexibel kan reageren op de omgeving. Door regelmatig stretchoefeningen te doen blijf je flexibeler en krijgt de spier een grotere bewegingsmogelijkheid.

Spieruithoudingsvermogen
Als je een activiteit lang kunt volhouden train je het spieruithoudingsvermogen. Door de lange duur, en veel herhalingen bij een lage belasting creëer je nieuwe bloedvaatjes in het weefsel. Daardoor kan er meer bloed en zuurstof getransporteerd worden en kunnen meer voedingsstoffen worden opgeslagen in de spieren. Je krijgt dus meer energie en kunt prestaties langer volhouden met minder vermoeidheid.

Spierkracht
Spierkracht is de kracht van een spier(groep) tijdens één samentrekking. Een spier bestaat uit motorunits. Deze hebben een aantal eigenschappen: ze kunnen samentrekken of ontspannen, of ze kunnen met meerdere motorunits samenwerken. Het vaak aan en uitgaan van een motorunit of het samenwerken van verschillende motorunits levert spierkracht op. Door regelmatige herhaling zal een spier of spiergroep zich aanpassen aan deze belasting en daardoor sterker en dikker worden. De dwarsdoorsnede wordt groter.


Snelheid
Snelheid wordt wel eens uitgelegd als het vangen van een vlieg. Snelheid staat altijd in dienst van uithoudingsvermogen of kracht. Voor de eenvoudige sporter is het belangrijk om te onthouden dat onderbreking van tempo of ritme fijn is voor het lichaam. Je moet dus niet steeds hetzelfde patroon in je trainingen toepassen, maar ook af en toe korte intensieve acties inlassen.

 

Coördinatie
Samenwerking tussen het centraal zenuwstelsel en de spieren heet coördinatie. Hoe sneller de actie verloopt, hoe meer coördinatie nodig is. Probeer nieuwe oefeningen dus langzaam aan te leren en ga pas later, als je de techniek goed onder de knie hebt, het tempo verhogen.

Bron: GezondheidsNet.nl

30-09-07

Sporten zonder blessures

mountainbikenSporten is gezond, daar bestaat geen twijfel over. Maar wie er onvoldoende voorbereid aan begint of niet over het ideale materiaal beschikt, loopt het risico op ernstige blessures. Welke sporten zijn geschikt voor u? Waarop moet u letten bij de aankoop van uw materiaal en kleding? Hoe voorkomt u de meest courante blessures? En waarom zegt u bij een blessure niet SMILE, maar ICE?

Wie een inspanning levert zonder een aangepaste opwarming zondigt niet alleen tegen een van de basisprincipes van het gezond sporten, maar ook van het gezond verstand. Een goede opwarming voorkomt niet alleen letsels, maar verbetert ook de prestaties. Actief bewegen van de belangrijkste spiergroepen van het lichaam tijdens de opwarming verhoogt de lichaamstemperatuur. Daardoor neemt ook de doorbloeding van de spieren toe, wat hun elasticiteit ten goede komt. Zachtjes lopen, huppelen, touwtje springen, fietsen op een hometrainer,... het zijn maar enkele van de mogelijkheden. En die moet u zeker een tiental minuten volhouden. Een opwarming moet geleidelijk aan gebeuren, maar wel zo dat de spiertemperatuur toeneemt en zonder dat vermoeidheid optreedt of de energiereserves worden aangesproken.

Na deze eerste fase van de opwarming kunnen eventueel een aantal stretch- of rekoefeningen aan bod komen om de lenigheid te bevorderen. Bovendien zijn spieren die gerokken zijn, minder gespannen wat de doorbloeding en zuurstofvoorziening ten goede komt. Statisch rekken van de spieren gedurende 8 tot 15 seconden is voldoende om dit effect te bereiken. Stretch echter nooit zonder eerst op te warmen. En tracht na het stretchen zoveel mogelijk te ontspannen door de spieren even los te schudden.

Even afkoelen achteraf

Afkoelen na het sporten (de coolingdown) is even belangrijk als de opwarming voordien. Het lichaam moet geleidelijk kunnen terugkeren naar zijn oorspronkelijke rusttoestand en kunnen herstellen van de geleverde inspanning. Te bruusk stoppen kan spierklachten veroorzaken. Vandaar dat ook na het sporten enkele rekoefeningen aan te bevelen zijn, plus nog even uitlopen. Dit is ontspannend voor de spieren en bovendien worden de afvalstoffen die zich in de spieren hebben opgeslagen versneld afgevoerd.

Een goede massage kan eveneens zorgen voor een betere afvoer van afvalstoffen en zal de spierspanning verminderen. Hebt u echter plaatselijk spierpijn aan uw sportprestatie overgehouden die zou kunnen wijzen op een letsel, vermijd dan massage. Het zou de gekwetste spier meer kwaad dan goed kunnen doen. Ook een sauna of een warm bad kan een weldadig effect hebben na een inspanning.

De geschikte kleding

Moet je over een blitse outfit beschikken om te kunnen sporten? Zeker niet. Maar de kleding moet wel aan een aantal basisvoorwaarden voldoen.

  • Wie een inspanning levert, zweet. Een deel van dat zweet verdampt, de rest wordt opgenomen door de kleding. Goede sportkledij is dan ook in staat vocht gemakkelijk op te nemen, maar moet er ook voor zorgen dat het vocht naar buiten kan. Vermijd puur katoen. Dit neemt het zweet op, maar laat het niet door waardoor de kledij nat wordt en dat voelt oncomfortabel aan. Gore-tex is een ideale stof voor sportkledij, maar niet goedkoop. Ook heel po-pulair is lycravezel.
  • Bij warm weer is de kleding het best loszittend en licht van kleur. Bij koud weer draagt u bij voorkeur meerdere lagen: een onderste laag die het zweet absorbeert, een middenlaag die warmte biedt en een bovenlaag die beschermt tegen wind en regen en toch toelaat dat het zweet verdampt. Vergeet bij koud weer geen muts te dragen. 50% van onze lichaamswarmte verdwijnt via het hoofd.
  • Sportkledij moet makkelijk te onderhouden zijn. Na elke sportprestatie moet ze gewassen kunnen worden.
  • Elk onderdeel van de sportkledij moet makkelijk zitten. Te strakke kledij belemmert de doorbloeding en kan spierkrampen en huidirritatie veroorzaken. Let ook op voor naden, labels in kledij of andere oneffenheden die over de huid kunnen schuren en blaren vormen.
  • Kousen moeten zeker goed passen. Tegenwoordig bestaan er kousen die specifiek gemaakt zijn voor bepaalde sporten en op gevoelige plaatsen extra bescherming bieden. Goede sportkousen zijn meestal vervaardigd uit kunstvezels (acryl, coolmax, polartec) ofwel uit wol of katoen gemengd met synthetische vezels.
  • Voor dames is een sportbeha raadzaam. Die heeft geen beugels, haakjes of andere elementen die verwondingen kunnen veroorzaken. Vrouwen met een grote cupmaat dragen het best een beha met twee aparte (naadloze) cups van niet-elastisch materiaal en met een elastische onderband. Vanzelfsprekend geldt ook hier: liefst een ademend materiaal en geen zuiver katoen.


Sportschoenen

Geschikte sportschoenen aantrekken, speelt een belangrijke rol in de preventie van sportletsels. Investeren in een degelijk paar sportschoenen is dan ook geen overbodige luxe. Het kan vooral helpen om enkelverzwikkingen, achillespeesontstekingen, scheenbeenirritatie en knieklachten te voorkomen.

Een sportschoen moet:

  • een aangepaste zool hebben die ervoor zorgt dat de schoen een stevige grip heeft op de ondergrond zonder te stroef te zijn. Is het zoolprofiel niet aangepast, dan glijdt u makkelijker weg of blokkeert uw voet, waarbij spierverrekkingen of spierscheuren kunnen optreden.
  • een ingebouwde schokdemper hebben die zoveel mogelijk van de schokken opvangt om de gewrichten te ontlasten. Zo voorkomt u enkel-, knie-, heup- en rugproblemen.
  • een goede pasvorm hebben zodat hij de voet volledig omsluit zonder te knellen maar ook zonder overtollige ruimte. Koop dus geen sportschoenen in een bevlieging. Neem rustig de tijd om te passen en te vergelijken. Ga eventueel naar een gespecialiseerde zaak waar men ook sportschoenen heeft voor mensen met afwijkende voeten (platvoeten, holvoeten,...).
  • tegelijk het transpiratievocht naar buiten laten en het vocht van buitenaf tegenhouden.

Vergeet ook niet dat een sportschoen geen eeuwig leven heeft. Met versleten schoenen verder sporten, vergroot de kans op blessures. Koop nieuwe sportschoenen bij voorkeur op het einde van de dag. Dan zijn uw voeten groter. Draag bij het passen dezelfde sokken als tijdens het sporten. En pas steeds beide schoenen want weinig mensen beschikken over twee compleet identieke voeten.

Bescherming waar nodig

Vaak is het misplaatste ijdelheid die de sporters ervan weerhoudt de nodige beschermkledij te dragen. Plus het feit dat voor heel wat sporten geen normen of voorschriften inzake beschermingsmateriaal voorhanden zijn. Toch kan een degelijke bescherming van goudwaarde zijn.

  • Elke fietser moet een degelijke fietshelm dragen, met een harde buitenlaag en een zachte binnenkant. Het is belangrijk dat de helm goed kan vastgemaakt worden en perfect past. Dit betekent dat hij niet knelt, en toch stevig op het hoofd blijft zitten wanneer u enkele malen met uw hoofd knikt zonder dat de sluitingen dicht zijn. Stapt u echt op de fiets, dan doet u de sluitingen vanzelfsprekend wél dicht!
  • Wie buiten sport, beschermt de ogen tegen de zon. Een sportzonnebril met onbreekbare glazen (uit policarbonaat) voorkomt dat de bril bij een val voor letsels zorgt.
  • Wie aan wielrennen of Nordic walking doet, beschermt de handen tegen blaren door middel van geschikte handschoenen.
  • Wie buiten sport, zorgt dat hij gezien wordt. Reflecterende kledij is een absolute noodzaak voor fietsers, wandelaars, joggers,... zeker bij mist of duisternis.


ICE-regel

De algemeen aanvaarde standaardaanpak voor de eerste zorgen bij een acuut sportletsel (verstuiking, kneuzing, spier- of peesscheuren, verrekking) kan in één letterwoord worden samengevat: ICE.

Het volledige letterwoord Ice is het Engelse woord voor ijs en laat aan duidelijkheid niets te gissen over: de eerste aanpak bestaat er altijd in de getroffen plek intensief te koelen. Intensief betekent gedurende 10 tot 15 minuten met behulp van koud water, een zak met ijsblokjes of een Cold Pack. Leg wel steeds een doekje tussen de huid en het ijs om bevriezing te voorkomen. Het afkoelen helpt tegen pijn, zwelling en bloeduitstorting.

Elk van de letters van ICE staat voor de volgende handelingen.

  • De I staat voor immobilisatie. Het geblesseerde lichaamsdeel mag niet meer belast worden en moet zoveel mogelijk onbeweeglijk gehouden worden.
  • De C staat voor compressie. Leg een drukverband aan met de bedoeling de gewrichten te ondersteunen en te immobiliseren en de zwelling te beperken. Gebruik hiervoor bij voorkeur een elastische zwachtel. Controleer regelmatig of het verband niet te strak zit.
  • De E staat voor elevatie (verhoging). Leg iets onder het getroffen lidmaat zodat het hoger ligt dan horizontaal, liefst boven harthoogte.

Voldoende drinken

Voldoende drinken tijdens een inspanning is absoluut noodzakelijk. Een vermindering van het totale lichaamsvocht door transpiratie met 1% -en daarvoor moet u nauwelijks een inspanning doen- geeft algauw een daling van de inspanningscapaciteit van 10%. Zeker op een zonnige zomerdag moet terdege rekening gehouden worden met de hitte. Het lichaam moet dan immers extra moeite doen om zijn warmte kwijt te geraken en doet dat enerzijds door meer te zweten en anderzijds door de bloedvaatjes in de huid wijdopen te zetten. Dit betekent concreet dat het bloed zich herverdeelt en er meer bloed door de huid en minder door de spieren vloeit.

Bij droog en zonnig weer, gecombineerd met een lage luchtvochtigheid merkt u nauwelijks dat u zweet. En dat is verraderlijk. U kunt onder die omstandigheden makkelijk tot 2 liter vocht per uur verliezen en dat moet gecompenseerd worden, zoniet treden uitdrogingsverschijnselen op: hoofdpijn, duizeligheid, krampen verwardheid, krachtverlies,...

Regelmatige drinkpauzes zijn noodzakelijk, zelfs wanneer u geen dorst hebt. Dorst treedt namelijk pas op als u al te veel vocht verloren hebt. Alleen bij extreme duursporten zoals een marathon in grote hitte kan te veel drinken gevaarlijk zijn omdat de balans tussen vocht en zout in het lichaam erdoor verstoord kan worden. Een krantenkop zoals "Marathonloper drinkt zich dood" hoeft dus geen leugen te zijn. Maar voor een amateursporter is dit risico uiterst klein.

08-07-07

Sport stimuleert de groei en ontwikkeling van de hersenen

Sport doet meer dan het stimuleren van de groei van spiercellen. Lichamelijke training zorgt ook voor ontwikkeling van de hersencellen. Dit verklaart misschien waarom hardlopen en een andere sportieve activiteit depressie bestrijden.

Bjornebekk van het Karolinska Institute in Zweden concludeert dat uit een onderzoek met ratten, waarover zij publiceert in de International Journal of Neuropsychopharmacology.

Bij deze ratten was sprake van genetisch bepaalde depressiviteit. De onderzoekers kunnen uit het passieve gedrag van de ratten afleiden dat ze depressief zijn. Wanneer depressieve ratten in het water terechtkomen dobberen ze maar wat rond, terwijl normale ratten zwemmen.

Uit het onderzoek bleek dat depressieve ratten die in hun kooi dertig dagen een tredmolentje hadden gehad zwommen. Dat lag geheel anders bij de groep depressieve ratten die geen tredmolen in hun kooitje hadden gekregen.

In de hersenen van de ratten bleek het aantal neuronen in het gebied rond de hippocampus door de beweging te zijn gegroeid. De hippocampus speelt een rol bij leerprocessen en het geheugen. Er is al bekend dat dit gebied krimpt bij mensen met een depressie, en het groeit als deze mensen SSRI’s krijgen.

hippocampus