25-09-13

Revalidatie na CVA

Een beroerte wordt ook CVA of cerebrovasculair accident (CVA) genoemd. Letterlijk betekent het een ongeval in de bloedvaten van de hersenen. In België krijgt elke 53 seconden iemand een beroerte. De gevolgen van een beroerte zijn zeer uiteenlopend: van halfzijdige verlamming of taalproblemen tot gezichtsstoornissen of geheugenverlies. Ongeveer 15 % van de patiënten overleeft een beroerte niet. Daarmee is het in onze samenleving de derde belangrijkste doodsoorzaak.

Welke soorten beroerte bestaan er?

  • Herseninfarct(vaakst voorkomend): een bloedklontertje blokkeert de bloedtoevoer naar een deel van de hersenen. Daardoor krijgt dat deel geen zuurstof meer en ontstaat er al na een paar minuten onherstelbare schade.
  • Hersenbloeding:dit soort beroerte wordt veroorzaakt door een scheur in een hersenbloedvat.

Wat zijn de symptomen van een beroerte?

  • plotse verlamming van een arm en/of been, aan één kant van het lichaam
  • scheefhangende mond
  • verminderd gezichtsveld of dubbelzicht
  • spraakstoornissen
  • coördinatieproblemen of dronkenmansgang

beroerte.jpgOmdat de eerste 3 uur cruciaal zijn na een beroerte, is het zeer belangrijk de symptomen op tijd te herkennen en snel te reageren. Ontdek meer informatie op www.herkeneenberoerte.be.

Belangrijk om te weten: een derde van de patiënten die een CVA krijgen, werd in de weken daarvoor gewaarschuwd met een TIA of Transiënt Ischemisch Attack. Dat is als het ware een beroerte in het klein met dezelfde symptomen die echter na 2 uur voorbijgaan. In dat geval moet meteen medische hulp gezocht worden om het risico op een echte beroerte sterk te verkleinen.

Wat zijn de oorzaken van een beroerte?

De meest voorkomende oorzaken van een CVA zijn:

  • problemen in de grote bloedvaten van de hals of de hersenen
  • vernauwingen in de kleine bloedvaten van de hersenen
  • specifieke hartritmestoornissen

Bij zowat 30 % van de patiënten is er geen duidelijke oorzaak te vinden.

Hoe kunt u een beroerte voorkomen?

  • Laat een te hoge bloeddruk behandelen (hypertensie is voor 30 tot 40 % bepalend voor uw risico op een beroerte).
  • Leef gezond door niet te roken, uw alcoholconsumptie te beperken (niet meer dan 2 à 3 eenheden per dag), uw cholesterolgehalte onder controle te houden, zwaarlijvigheid te vermijden en voldoende te bewegen.

Andere factoren zijn niet of moeilijker te controleren. Ouderdom is namelijk bij uitstek de grootste risicofactor. Ook hartritmestoornissen, hartafwijkingen en diabetes doen het risico stijgen. Door verhoogde aandacht voor preventie gaat het aantal beroertes in de meeste geïndustrialiseerde landen in dalende lijn.

Hoe wordt een beroerte (CVA) behandeld?

De eerste 3 uur na een beroerte zijn cruciaal. Dan is namelijk een intensieve behandeling met bloedverdunners mogelijk (trombolyse) om de bloedklonter op te lossen en de blijvende schade te beperken. Na 3 uur is die behandeling niet meer mogelijk, omdat er dan een groot risico is op een hersenbloeding in de zone waar het CVA heeft toegeslagen.

Voor met trombolyse wordt gestart, wordt bij de patiënt een CT-scangenomen om een hersenbloeding uit te sluiten. In dat geval zijn bloedverdunners namelijk uit den boze. Daarnaast zijn er nog andere factoren die bepalen of iemand al dan niet in aanmerking komt voor trombolyse, waaronder leeftijd, medicatiegebruik en de omvang van de beroerte.

Bloedsuiker en eventuele koorts moeten ook nauwkeurig worden gecontroleerd en het is ook uitkijken voor infecties en zwelling van het hersenweefsel, de meest gevreesde complicatie bij een CVA. Daarna komt het er vooral op aan het risico op een tweede CVA te verkleinen met de nodige medicijnen, vaak een combinatie van een bloedverdunner en een cholesterolverlagend middel. Soms is een operatie nodig om een vernauwing van een halsbloedvat te behandelen.

stroke treatment.jpg

Hoe verloopt de revalidatie?

Sommige patiënten kunnen snel weer naar huis, anderen blijven verschillende weken in het ziekenhuis. Soms gaan ze daarna naar een revalidatiecentrum.

Omdat de gevolgen van een beroerte zeer divers kunnen zijn, is de revalidatie uitgesproken multidisciplinair:

  • Kinesitherapeut en ergotherapeut: voor de motorische revalidatie.
  • Logopedist: voor spraak-, taal- en slikproblemen.
  • Psychologe: hulp bij onder meer cognitieve problemen zoals geheugen- of aandachtsstoornissen.
  • Ergotherapeut: om verzwakte of uitgevallen fysieke en cognitieve functies te herkrijgen of te stimuleren.

Vaak is een gecombineerde therapie nodig. De behandeling wordt gestuurd door de revalidatie-arts. Daarnaast maakt de maatschappelijk werker u en uw familie wegwijs in het aanbod van tegemoetkomingen en voorzieningen. Ze kan u ook begeleiden als de woning moet worden aangepast of zoekt mee naar een oplossing als u niet meer naar huis kunt.

Hoe vroeger de revalidatie start, hoe groter de kans op herstel. De volledige revalidatie na een zwaar CVA kan tot een half jaar of zelfs een jaar duren. Ook daarna is er nog kans op lichte verbetering. Sommige patiënten hebben blijvend kinesitherapie nodig. In welke mate een patiënt zal herstellen, is meestal – in grote lijnen – duidelijk na 2 weken tot een maand.

| |  Print

23-09-13

Herstel na CVA (beroerte)

Wat zijn de kansen op herstel na een beroerte of CVA (Cerebrovasculair Accident)?

Meer dan de helft van de mensen getroffen door een een beroerte of CVA kan weer zelfstandig functioneren

In geval van een beroerte of CVA is het zaak om zo snel mogelijk om met de revalidatie te beginnen. Die kan al in het ziekenhuis opgestart worden, om vervolgens nadien vanuit thuis verder te worden gezet. In ernstige gevallen zal een patiënt van een beroerte of CVA (moeten herstellen in een gespecialiseerd opvangcentrum.

Wat zijn de kansen op herstel na een beroerte of CVA? Die liggen behoorlijk goed, meer dan de helft van de mensen getroffen door een beroerte of CVA kan na verloop van tijd weer zelfstandig functioneren. Vanzelfsprekend dient geval per geval te worden bekeken. Zware gevallen kunnen moeilijker herstellen. In ieder geval is een stuk herstel bijna altijd mogelijk.

cva.jpg

Een deel van de revalidatie zal er op gericht zijn om een volgende beroerte of CVA te voorkomen. In dat verband is het belangrijk om de levenswijze aan te passen aan de meegegeven voorschriften. In ieder geval zal het leven van iemand er na een beroerte of CVA heel anders gaan uitzien.

Sommige mensen zullen na een beroerte of CVA permanente problemen blijven hebben, laat daar zich geen misverstanden over bestaan. Volledige genezing is eerder een zeldzaamheid. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat iemand na een beroerte of CVA aan één zijde deels verlamd zal blijven.

Mensen die een beroerte of CVA hebben meegemaakt, delen hun leven vaak in twee fasen in. De eerste fase is die voor het beroerte of CVA, de tweede het leven daarna. Opvallend is dat ze niet noodzakelijk ongelukkig zijn, ook al zijn ze bepaalde vaardigheden kwijtgeraakt. Het realiseren van successen tijdens het revalidatieproces kan een belangrijke stap in de goede richting betekenen. Geleidelijk aan zal de herinnering aan de beroerte of CVA naar de achtergrond verdwijnen. Concluderd: de kansen op een herstel na een beroerte of CVA liggen behoorlijk goed, maar verwacht geen wonderen. Volledige genezing is mogelijk, maar hou er rekening mee dat bepaalde gevolgen een blijvend karakter zullen hebben.

| |  Print

18-09-13

Artrose

Artrose

Meer bewegen met minder moeite.
Uw gewrichten voelen stijf aan. Als u wilt bewegen doet dat pijn. En u heeft moeite met lopen. Dit kan wijzen op artrose, de meest voorkomende gewrichtsaandoening, ook wel ‘gewrichtsslijtage’ genoemd. Artrose kan zich in alle gewrichten voordoen maar komt meestal voor in de heup en de knie. Meestal is artrose geen ernstige aandoening. Als u af en toe pijnlijke, stijve gewrichten hebt, hoeft u zich niet meteen zorgen te maken. Maar als de klachten verergeren, is het goed om dit te bespreken met uw huisarts of fysiotherapeut. Meestal kan hij/zij op basis van de klachten beoordelen of u last heeft van artrose; een röntgenfoto is daarvoor zelden nodig. Als artrose klachten geeft, kan de fysiotherapeut u helpen om weer beter te bewegen. Dit kan hij door u oefeningen te leren, u te begeleiden bij het ontdekken van wat uw lichaam aankan en met adviezen gericht op uw dagelijkse leven.

artrose knieWat is artrose?
Artrose is een aandoening waarbij het gewrichtskraakbeen slechter wordt. Dit kraakbeen zorgt er mede voor dat het gewricht soepel en pijnloos kan bewegen en heeft een schokdempende werking. Bij artrose raakt het gewrichtskraakbeen echter beschadigd, kan zich niet herstellen en zelfs geheel verdwijnen. Het gewricht kan schokken minder goed opvangen en bewegen gaat moeilijker. Door de reactie van het onderliggende bot hierop kunnen problemen ontstaan. Het gewricht kan uitsteeksels vormen, dikker worden en een andere vorm krijgen. Bewegingen worden pijnlijk. 
Als reactie gaat u minder bewegen wat weer stijfheid en slappe spieren veroorzaakt. Er kunnen ook ontstekingen in de gewrichten ontstaan. Het gewricht wordt dan behalve pijnlijk ook warm en gezwollen

Oorzaak van artrose.
Hoe artrose ontstaat, is niet precies bekend. Het is wel duidelijk dat het afhankelijk is van meerdere factoren. Een belangrijke factor voor het ontstaan van artrose van heup en/of knie is overgewicht. Ook zware belasting van de gewrichten door zwaar lichamelijk werk of intensief sporten kan tot artrose in de heup en/of knie leiden. Soms kan beschadiging van het gewricht door een ongeval aanleiding zijn voor het ontstaan van artrose. Het kan ook ontstaan doordat het gewricht juist heel weinig wordt belast, bijvoorbeeld als u zittend werk doet of deed. Waarschijnlijk speelt aanleg ook een rol. Geschat wordt dat in Nederland ongeveer 500.000 mensen in meer of mindere mate last hebben van artrose van het heup- of kniegewricht. Artrose komt meer voor bij ouderen en meer bij vrouwen dan bij mannen.

Wat merkt u van artrose?
De invloed van artrose op uw dagelijkse leven hangt af van hoe de aandoening zich ontwikkelt. Dat is bij iedereen anders. Bij artrose van heup en/of knie overheersen meestal de pijnklachten. Andere klachten kunnen zijn ochtendstijfheid, verminderde beweeglijkheid, afname van spierkracht en stabiliteit en een verminderde conditie. Geleidelijk kunnen problemen ontstaan met allerlei activiteiten zoals lopen, traplopen, in en uit de auto stappen, fietsen of schoenen aantrekken. Door toename van artrose kan de pijn verergeren en de beweeglijkheid van het heup- of kniegewricht en de spierkracht verder verminderen. Sommige mensen ondervinden thuis of op hun werk serieuze problemen. In een ernstige vorm van de aandoening kan de stand van de botten veranderen en daardoor de lichaamshouding. Het komt vaak voor dat de pijnklachten verminderen, ondanks een steeds verder afnemende beweeglijkheid en een toenemend verlies van de gewrichtsfunctie. 

Wat kan fysiotherapie betekenen bij artrose?
Voor artrose is geen genezing mogelijk. U moet er letterlijk mee ‘leren leven’. De fysiotherapeut kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren. Zodat u het gewricht weer normaal of in elk geval zo goed mogelijk kunt gebruiken. U leert om tijdens uw dagelijkse activiteiten op een goede manier met de pijn en de stijfheid om te gaan. Samen met de fysiotherapeut ontdekt u wat uw lichaam aankan. Geleidelijk zal de pijn afnemen of verdwijnen. 
knie reva.jpgOm te beginnen zal de fysiotherapeut samen met u uw probleem in kaart brengen en er een behandelplan voor maken. De fysiotherapeut leert u oefeningen om de spieren rondom het ‘probleemgewricht’ te trainen. Ook krijgt u oefeningen om uw conditie te verbeteren. Daarnaast krijgt u advies over wat u zelf kunt doen en welke bewegingen voor u geschikt zijn, en leert u meer over het belang van voldoende bewegen. Ook leert u omgaan met bijvoorbeeld een kruk of een stok als dat voor u nodig is. Gaandeweg bent u in staat beter met de klachten te leven en met vertrouwen te bewegen. 
Verder kan de fysiotherapeut gebruik maken van andere therapievormen, 
zoals het oefenen in water om de pijn en stijfheid van de gewrichten te verminderen. U begint meestal met individuele oefentherapie. Soms kunt u vervolgens deelnemen aan groepstherapie. Dit kan prettig zijn omdat u ervaringen kunt uitwisselen. Hier leert u uw houding en bewegingen verder te verbeteren, op zo’n manier dat u er ook in uw dagelijkse leven profijt van heeft.
Het is belangrijk om u goed te realiseren dat u zelf veel kunt doen om uw klachten te verminderen. Het is belangrijk dat u tijdens en na afloop van de therapie actief blijft. Ook al doet het pijn, als u verstandig blijft bewegen heeft dat een positief effect. Het is namelijk gebleken dat hierdoor vaak de pijn en de beperkingen verminderen en de verergering van artrose afneemt.

Operatie.
Bij ernstige artrose kan het gewricht vervangen worden door een kunstheup of kunstknie. Als een operatie nodig is, kan de fysiotherapeut u zowel voor als na de operatie ondersteunen. U krijgt informatie over wat u direct na de operatie wel en niet mag doen en hoe u het geopereerde gewricht zo snel mogelijk weer goed kunt gebruiken. Ook leert de fysiotherapeut u goed gebruik te maken van bijvoorbeeld een kruk of een stok bij het lopen. 

Nog een paar tips.
Probeer uw conditie op peil te houden. Het is belangrijk dat u een balans vindt tussen in beweging blijven en rust nemen. Als pijnklachten en stijfheid optreden tijdens of na bewegen, dan moet u het (even) rustiger aan doen. 

• Blijf in beweging en doe dagelijks uw oefeningen. 
In het algemeen zijn alle bewegingsvormen goed waarbij u veelzijdig beweegt, zoals bijvoorbeeld zwemmen, fietsen en wandelen.
• Voorkom overgewicht.
• Vermijd plotselinge/schokkende bewegingen.
• Vermijd een te zware belasting van de heup/knie 
zoals bij traplopen, hurken, knielen of kruipen.
• Pas op met het tillen en sjouwen van zware voorwerpen
• Verander regelmatig van houding.
• Draag schoenen met schokabsorberende zolen.
• Rust op tijd uit, zeker als de gewrichten warm, 
gezwollen of pijnlijk zijn.

fitte-ouderen.jpg



Medicatie.
Sommige mensen met artrose gebruiken medicijnen tegen de pijn of de ontsteking van het gewricht. Door het onderdrukken van de pijn kunt u makkelijker in beweging komen. En als u meer beweegt, wordt de pijn vaak minder en neemt ook de behoefte aan pijnstillers af. Of medicijnen nodig zijn, verschilt per persoon. Uw huisarts of een medisch specialist kan u hierbij adviseren. De pijnstilling mag ook weer niet te zwaar zijn. Pijn heeft immers ook een functie, namelijk waarschuwen als u het gewricht te zwaar of te veel belast.

| |  Print