22-04-08

Bekkeninstabiliteit

bekkenBekkeninstabiliteit is de laatste tijd behoorlijk actueel. Zo'n 1-9% van de zwangere vrouwen krijgt er mee te maken. Er wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de oorzaak.Wel weten we steeds beter hoe vrouwen met bekkeninstabiliteit behandeld moeten worden. In Rotterdam worden cursussen gegeven door het Spine and Joint Centrum over de behandeling en ook kunnen daar de "hopeloze gevallen" terecht.

Onder bekkeninstabiliteit in de zwangerschap verstaan we het verschijnsel dat de normale vergrote beweeglijkheid van de bekkengewrichten gepaard gaat met pijn en bewegingsbeperking. In de laatste zes weken van de zwangerschap verslappen de banden in het bekken onder invloed van hormonen. Daardoor is er voor het kind, tijdens de uitdrijving, meer ruimte. Meestal merkt een zwangere vrouw weinig van dit proces. Soms heeft zij wat last van pijn laag in de rug. Soms geeft de toegenomen beweeglijkheid van het bekken pijnklachten en een veranderd bewegingspatroon van de gewrichten. Deze zijn als het ware instabiel, de a.s. moeder heeft moeite met het belasten, veel pijn en een gevoel van machteloosheid.

Oorzaken
Naast de toegenomen beweeglijkheid van het bekken is er in en vooral na de zwangerschap sprake van zwakte van de buikspieren door uitrekking. Hierdoor ontstaan er problemen in de spierbalans waardoor krachten op het bekken en heupen niet goed opgevangen worden. Omdat tegenwoordig veel vrouwen een druk leven hebben (baan, huishouding, eventueel kinderen) is hun belasting groot, terwijl het lichaam (met name het bekken) in de zwangerschap minder aan kan. De activiteiten die voor de zwangerschap normaal waren, kunnen tijdens de zwangerschap voor een overbelasting zorgen.Er is vaak sprake van een hormonale component. Er zijn gevallen bekend waarin de verweking van het bandapparaat al in de derde maand begint en dus voor (te) veel ruimte in het bekken zorgt. Ook kan een moeizame bevalling bekkenklachten veroorzaken.


Klachten
Bij bekkeninstabiliteit heeft de vrouw vooral pijn op de plaats van het schaambeen, in de liesstreek of de verbindingen tussen heiligbeen en de bekkenhelften(laag in de rug). De pijn wordt vooral ervaren bij plotselinge bewegingen en bij het langer volhouden van bepaalde houdingen of bewegingen. Ook draaibewegingen kunnen veel klachten geven. Opvallend is dat soms de pijn niet tijdens de activiteit optreedt, maar pas enige tijd daarna. De pijn wordt erger bij vermoeidheid. Klachten van bekkeninstabiliteit kunnen soms al zeer vroeg in de zwangerschap ontstaan.

Behandeling
Tijdens de zwangerschap kan een manueeltherapeut de balans in het bewegen tussen lage rug en bekken verbeteren, waardoor de patiënte beter kan functioneren. Daarnaast is het belangrijk een goede houding te leren handhaven. Dit kan door middel van (huiswerk)oefeningen, waarbij de bekkenbodem- en buikspieroefeningen het belangrijkst zijn. Verder is het zaak een goed evenwicht te vinden tussen rust en bewegen. Een goed hulpmiddel is de zogenaamde bekkenband, deze geeft steun rondom het bekken en is verkrijgbaar bij uw fysiotherapeut.

Bij veel klachten is de begeleiding van een fysiotherapeut aan te bevelen, bij voorkeur één die op de hoogte is van de principes, die het Spine and Joint Centrum hanteert.

De nadruk bij deze benadering ligt op het oefenen, waarbij vooral de coördinatie in en rond het bekken van belang is. Vooral bekkenbodem-, buik- en rugspieren worden geoefend, eerst onbelast later met behulp van krachtapparatuur.

Dit beleid wordt gestart ongeveer drie tot zes weken na de bevalling, omdat het lichaam eerst enigszins moet herstellen, vooral op hormonaal gebied.
 

16-04-08

Springersknie

springersknieEen van de meest voorkomende knieklachten bij sporters is de springersknie, een overbelasting van de aanhechting van de kniepees aan de onderzijde van de knieschijf. De medische term is apexitis patellae. Deze blessure treedt vooral op bij serve-, volleyspelers en handballers, daar zij veel moeten sprinten en springen.

Ook regelmatig op harde banen spelen is een risicofactor. De klachten zijn langzaam verergerende stekende of zeurende pijn bij belasting van de knie (springen, sprinten, diep door de knieën gaan, trap lopen). Vaak voelt de knie na afloop van een training en 's morgens bij het opstaan stijf en pijnlijk aan.
Antipronatie schoenen zijn vaak de veroorzaker van knieklachten.

    Hoe voorkom je een springersknie
  • Een volledige warming-up vóór en cooling-down na de training of wedstrijd van elk tenminste 15 minuten, met voldoende aandacht voor correct uitgevoerde rekoefeningen van de bovenbeenspieren
  • Zorg voor een goede basisconditie door regelmatig te fietsen, zwemmen, steppen of hard te lopen.
  • Laat stijven bovenbeenspieren regelmatig losmasseren.
  • Voer regelmatig rek- en spierversterkende oefeningen uit.
  • Draag tennis- en hardloopschoenen met een schokdempende zool en train bij voorkeur niet op een harde ondergrond.
  • Zorg voor een geleidelijke trainingsopbouw, met name als het gaat om sprint- en sprongtraining.
    Eerste hulp
    Bij het ontstaan van knieklachten is het zinvol de knie de eerste 48 uur regelmatig 10 tot 15 minuten te koelen en rust te geven. Rust betekent stoppen met spelen en die activiteiten vermijden welke pijn veroorzaken. Een snelle en goede eerste hulp is van groot belang voor een goede genezing. Verwijs bij ernstige gevallen naar een arts.
    Hoe kunt u de training weer opbouwen?
    Op het moment dat de behandelaar aangeeft dat de genezing van de knie voldoende is gevorderd of zodra gewoon lopen zonder pijn weer mogelijk is, kan men aan de slag gaan met de opbouw van de belasting. Bij deze opbouw is pijn het signaal om rust te houden; men mag de pijngrens niet overschrijden. Immers, indien de oefeningen te zwaar en te pijnlijk zijn wordt de genezing niet bevorderd maar juist vertraagd. Op opbouw van de belasting kan in drie stappen geschieden. Deze opbouw gaat van licht naar zwaar.
  • Fase 1: verbetering van de functie
    In deze fase wordt vooral aandacht besteed aan de spierversterking en de verbetering van de coördinatie en de flexibiliteit van de bovenbeenspieren. (zie oefening 1 t/m 5 van de rek- en spierversterkende oefeningen.
  • Fase 2: opbouw van de sportbelasting
    In de tweede fase gaat de aandacht uit naar de specifieke tennisbelasting. De toename van de belasting zou in onderstaande volgorde kunnen plaatsvinden:
    • Oefening 1 t/m 7 van de rek- en spierversterkende oefeningen
    • Fietsen (van een lichte naar een zware weerstand opbouwen)
    • Hardlopen (op zachte ondergrond, draai en keeroefeningen, hardlopen of geaccidenteerd terrein
    • Minitennis en tennis tegen een oefenmuurtje
  • Fase 3: volledige sportbelasting
    Bij de volledige sprotbelasting worden de oefeningen uitgebreid, bijvoorbeeld in onderstaande volgorde:
    • Baseline tennis (uit stand)
    • Tennis drills
    • Service en smash
    • Sprongsmash en lage volleys
    • Oefenwedstrijd
    • Wedstrijdtennis
    Herhaling voorkomen
    Het is verstandig alle coördinatie- rek en spierversterkende oefeningen ook na volledig herstel regelmatig te herhalen.

    Therapie
    Raadpleeg een podotherapeut om te controleren of uw voetafwikkeling juist is. Een verkeerd looppatroon kan overbelasting geven op de spieren, pezen ene/of botten zodat recidief van de klachten kan ontstaan.
    podotherapiePodotherapeutische zolen hebben een stimulerende, corrigerende of ontlastende werking. D.w.z. het looppatroon wordt positief beinvloed zodat er geen overbelasting op de spieren, pezen en/of botten kunnen ontstaan.
    De functie van de voet wordt bepaald tijdens een uitgebreid onderzoek van 3 kwartier. Indien nodig wordt er gebruik gemaakt van gang-analyse met behulp van een computer met een drukmeetsysteem.
    Omdat iedere voet anders functioneert worden de zolen individueel gemaakt en wordt er geen gebruik gemaakt van halffabrikaten.
    Voor sporters worden speciale materialen gebruikt en een afdek dat niet glijdt.

    Verwacht resultaat
    Afhankelijk van de duur van de klachten is een goed resultaat mogelijk. Bij klachten langer dan 6 maanden is het effect minder goed. Correctie van de verkeerde voetstand is dan juist nodig.

08-04-08

Ziekte van Bechterew

De ziekte van Bechterew is een vorm van reuma. Bij mensen met deze ziekte zijn de gewrichten van het bekken en de wervelkolom ontstoken. Daardoor hebben zij vaak last van pijn en stijfheid. Na verloop van tijd kan zelfs de hele wervelkolom verstijven. De ziekte van Bechterew komt vrij veel voor (twee op de duizend Nederlanders hebben Bechterew) en vaker bij mannen dan bij vrouwen. Bij vrouwen verloopt de ziekte vaak milder.

Verschijnselen bij ziekte van Bechterew

Pijn en stijfheid onder in de rug zijn de bekendste klachten bij de ziekte van Bechterew. De rugpijn is het ergst als u 's ochtends opstaat, of wanneer u lange tijd in dezelfde houding hebt gezeten. Meestal vermindert de pijn als u wat gaat bewegen. Deze rugpijn is kenmerkend voor Bechterew. Het is ook een speciale pijn. De pijn is meestal eenzijdig, dat wil zeggen dan weer links en vervolgens weer rechts onder in de rug. Bij mensen met de ziekte van Bechterew ontsteken de gewrichtjes in de wervelkolom. De ontstekingen kunnen pijn veroorzaken aan andere gewrichten zoals de nek, schouders, heupen en het borstbeen. Op den duur kan de wervelkolom zelfs verstijven. Sommige mensen krijgen ook ontstekingen aan het borstbeen. Dat kan een benauwd gevoel geven en pijnlijk zijn. Een andere klacht waar mensen met de ziekte van Bechterew last van kunnen hebben is oogontsteking (uveïtis). Het oog is dan rood, pijnlijk, traant en u kunt geen licht verdragen. U merkt dat u een beetje wazig ziet. De oogontsteking is meestal niet schadelijk voor het oog.

Ontstaan van de ziekte

Hoe de ziekte van Bechterew precies ontstaat is niet bekend. Een mogelijke oorzaak is erfelijkheid, maar ook infecties in het lichaam (vooral van urinewegen en darmen) spelen misschien een rol. Tijdens een infectie maakt het lichaam afweerstoffen aan, die soms actief blijven als de infectie over is en u weer beter bent. Vervolgens richten deze afweerstoffen zich tegen de gewrichten van de rug. Bij bijna alle mensen met Bechterew komt in het bloed de erfelijke factor HLA-B27 voor. Mensen die de ziekte niet hebben, hebben deze stof bijna nooit in hun bloed. Toch zegt deze stof nog niet alles. De aanwezigheid van het stofje is meer een aanwijzing voor de ziekte dan een verklaring ervan.

Diagnose

Het is voor een arts moeilijk om vast te stellen of u de ziekte van Bechterew hebt. Op röntgenfoto's zijn vaak geen afwijkingen te zien. Daarom zal de arts afgaan op het lichamelijk onderzoek en op uw verhaal over de klachten. Uit het lichamelijk onderzoek blijkt of u afwijkingen hebt die kunnen duiden op Bechterew, zoals algemene stijfheid als u de rug of borstkas beweegt of pijn onder in de rug wanneer iemand erop drukt. Is uw bloedgroep HLA-B27 positief? Dan is de kans nog groter dat u de ziekte van Bechterew hebt.

Behandeling

Mensen met de ziekte van Bechterew krijgen te maken met verschillende behandelaars. De belangrijkste persoon is de reumatoloog. Daarnaast speelt de fysiotherapeut een grote rol, omdat hij u met oefeningen kan helpen om pijn en stijfheid te verminderen.

Een ergotherapeut adviseert u over hulpmiddelen en het gebruik ervan. Hij leert u ook nieuwe vaardigheden aan, zodat u zich makkelijker beweegt in het dagelijks leven, op uw werk en thuis. Als u last hebt van een oogontsteking krijgt u ook te maken met de oogarts.

Een orthopedisch chirurg ten slotte wordt ingeschakeld als u een gewrichtsoperatie moet ondergaan. De ziekte van Bechterew gaat niet over, maar een goede behandeling kan het ziekteproces wel vertragen.

Meestal bestaat de behandeling uit medicijnen om de ontstekingen te remmen en de pijn te verminderen. Welke medicijnen u uiteindelijk krijgt hangt af van uw klachten, hoe u reageert op de medicijnen en of u last hebt van bijwerkingen. De meeste mensen met Bechterew moeten deze medicijnen hun leven lang blijven slikken. Dat is niet altijd even makkelijk te accepteren. Het kan zijn dat u daar moeite mee hebt. Bespreek dat dan eens met uw arts of met mensen die dezelfde ziekte hebben (bijvoorbeeld via een patiëntenorganisatie).

Paramedische behandeling

Het belangrijkste voor mensen met de ziekte van Bechterew is om te blijven bewegen. Dat betekent veel en vaak oefeningen doen en zo lang mogelijk in beweging blijven. U kunt bijvoorbeeld deelnemen aan een van de Bechterew-oefengroepen bij u in de buurt. Hier kunt u in groepsverband gericht oefenen onder begeleiding van een kinesitherapeut / fysiotherapeut. Een Bechterew-oefengroep kan u helpen om gedisciplineerd uw oefeningen te blijven herhalen. Daarnaast is de groep ook een manier om andere mensen met Bechterew te ontmoeten.

Gevolgen van de ziekte voor het dagelijks leven

De ziekte van Bechterew verandert uw hele leven. U merkt waarschijnlijk dat u pijn hebt of sneller moe bent. Dingen die u vroeger gewoon deed, kosten u dan meer moeite. Het vraagt wat van u om op een goede manier met de ziekte om te gaan. Vaak helpt het als u praat met anderen die ook de ziekte van Bechterew hebben. Uiteindelijk zult u zelf een nieuw evenwicht moeten vinden waardoor u goed met de ziekte om kunt gaan. Bespreek dit eens met uw arts of met mensen die dezelfde ziekte hebben (voor lotgenotencontact kunt u terecht bij uw patiëntenorganisatie).

05-04-08

Voorste Kruisbandletsel

1.  Klachten

Op het moment dat de kruisband scheurt, hoort men in de meeste gevallen (80%) een 'knappend' geluid in de knie.

Door het scheuren van de kruisband ontstaat er vaak een bloeding in het kniegewricht. De knie wordt binnen enkele uren dik en dit heeft veel pijn tot gevolg. Deze pijn kan gepaard gaan met een gevoel van misselijkheid.

Symptomen van een gescheurde voorste kruisband zijn:

Na een aantal weken (2 tot 3 weken) slinkt de zwelling. De pijn verdwijnt hierdoor en de knie kan weer voorzichtig belast worden.

2.  Oorzaken

Een voorste kruisbandletsel ontstaat in de meeste gevallen tijdens een ongeluk of bij het sporten. De oorzaak is een abrupte draaibeweging in het kniegewricht. Hierbij blijft het onderbeen staan en het bovenbeen draait naar buiten. Wanneer deze beweging snel, ongecontroleerd en te ver wordt doorgevoerd, komt de kruisband onder grote spanning te staan en kan scheuren.

Denk bijvoorbeeld aan:

 Vallen terwijl je voet vaststaat
 Verstappen of uitglijden
 Direct willen omdraaien na een sprong

Naast het geheel of gedeeltelijk scheuren van de kruisband, kan er tegelijkertijd ook een letsel ontstaan aan de binnen meniscus (mediale meniscus) en/of de binnenband (mediale band).

3.  Voorste Kruisbandletsel

Midden in het kniegewricht liggen de voorste en de achterste kruisband. Samen met de binnenste en buitenste banden, en de beide menisci, zorgen de kruisbanden voor de stabiliteit van het kniegewricht. De voorste kruisband is een van de belangrijkste banden in de knie.

kruisbandDe kruisbanden voorkomen dat het onderbeen, tijdens het lopen of rennen, naar voren of naar achteren verschuift. Daarnaast voorkomen ze bepaalde draaibewegingen tussen het boven- en onderbeen. Door een ongeval (trauma) kan er een scheur in de kruisband ontstaan. Dit wordt een voorste kruisbandletsel genoemd.

Andere benamingen zijn:

 Voorste kruisbandlaesie
 Voorste kruisbandruptuur
 Voorste kruisbandinstabiliteit

4.  Diagnose

Huisarts of Eerste Hulp

Een goede diagnose is van zeer groot belang. Ga daarom direct naar de huisarts, die u eventueel doorverwijst naar de Eerste Hulp van een ziekenhuis.

De arts (huisarts of eerste hulparts) informeert en controleert:

 Hoe het letsel tot stand is gekomen
 Binnen welk tijdsbestek de knie dik is geworden
 Of u op het been kan staan (onzeker of onstabiel gevoel)
 Of de knieschijf van zijn plaats is geweest
 Of u in het verleden knieklachten heeft gehad

Is de knie al binnen enkele uren gezwollen. Dan is er grote kans dat er bloed in het gewricht aanwezig is. Vanwege de zwelling is de knie te dik en te pijnlijk om te onderzoeken. De arts ontlast de knie door het bloed uit het kniegewricht te halen (punctie). Dit gebeurt door middel van een naald en een spuit.

schuifladetestVervolgens onderzoekt de arts de bewegelijkheid van de knie. U dient hiervoor op uw rug te liggen en de knie licht te buigen. Er wordt geprobeerd het onderbeen naar voren te trekken (de schuiflade test).

Wanneer het aanvoelt alsof het onderbeen "los" van het bovenbeen kan bewegen, dan is er sprake van een voorste kruisbandletsel (knie-instabiliteit). Bij een knie met 'gezonde' kruisbanden is dit niet mogelijk.

Onderzoek en diagnose van een gezwollen knie is moeilijk. Dit gaat gepaard met veel pijn voor de patiënt. Om eventuele botbreuken of een letsel aan de meniscus uit te sluiten, worden er röntgenfoto's gemaakt.

Indien blijkt dat u geen breuk heeft aan het bot, brengt de arts een drukverband aan om de knie. Dit dient om verdere zwelling tegen te gaan. U dient uw knie enkele weken te ontlasten door te lopen met krukken.

Na enkele weken is de zwelling afgenomen. Verder onderzoek kan plaatsvinden door de orthopedisch chirurg.

5.  Behandeling

Gescheurde voorste kruisband
De orthopedisch chirurg heeft vastgesteld dat uw kruisband is gescheurd. Er zijn vervolgens twee soorten behandeling mogelijk:

 Fysiotherapie (conservatieve behandeling)
 Chirurgie (voorste kruisbandreconstructie)

Welke behandeling de beste oplossing biedt, is afhankelijk van:

 De kwaliteit van het weefsel in en rond uw knie
 Uw beroep en dagelijkse activiteiten
 Uw sportieve activiteiten
 Leeftijd

De huisarts en orthopedisch chirurg raden altijd eerst fysiotherapie aan. Indien dit niet het gewenste resultaat oplevert, dan kunt u alsnog overwegen een operatie te ondergaan.

6.  Kinesitherapie / Fysiotherapie

Via de huisarts of specialist wordt u doorverwezen naar een fysiotherapeut. Deze probeert uw knie tot rust te krijgen en te stabiliseren.

Een intensief oefenprogramma is erop gericht uw spieren rond de knie te versterken. Deze dienen zoveel mogelijk de functie van de knieband over te nemen. Het kniegewricht kan verder stabiliseren en is later weer te belasten.

Voor een goed herstel van een blessure is het belangrijk dat de belasting langzaam en geleidelijk opgevoerd wordt. Houd er rekening mee dat het scheuren van een voorste kruisband een lange en intensieve revalidatie tot gevolg heeft. U zult continue aandacht voor de spierkracht in uw knie moeten hebben.

Na afloop van het revalidatieprogramma is uw knie in principe stabiel genoeg om uw activiteiten zonder belemmering te hervatten. Indien dit niet het geval is en u herhaaldelijk veel last heeft van uw knie, kan de orthopedisch chirurg een operatie voorstellen.

7.  Operatief

De operatie (een voorste kruisbandreconstructie) is gericht op het vernieuwen van de voorste kruisband. Deze vindt plaats wanneer fysiotherapie onvoldoende effect heeft gehad en de orthopedisch chirurg besluit te opereren. Een nieuwe voorste kruisband is echter altijd minder sterk dan de oorspronkelijke.