20-04-07

Blessurepreventie

blessureBij blessurepreventie is het belangrijk de risico's te bestrijden. Deze risico's kunnen gelegen zijn in endogene en exogene factoren. Een belangrijke zaak hierbij is de belasting aan te passen aan de belastbaarheid.



In de sport bestaat een functionele samenhang tussen belasting en herstel. Elke trainer krijgt dit op zijn opleiding. 
De belastingsprikkels (trainingen) worden vaak meerdere keren per week toegediend. Er is wel contróle op herstel, doch in de praktijk komt dat neer op controle van de hartslag. In het verleden werd vooral de nadruk gelegd op de risico's voor hart- en vaataandoeningen.
Een belangrijke risicofactor hierbij is het te weinig bewegen. De belemmerende factoren voor het bedrijven van sport liggen ook primair in het bewegingsapparaat. Controle op het herstel van dat bewegingsapparaat geschiedt niet of nauwelijks.
Als er controle plaatsvindt dan gebeurt dit bij een klacht of bij een keuring om te kijken naar de geschiktheid voor een bepaalde tak van sport. Om een goede blessurepreventie te verkrijgen zou een signalering van onvoldoende herstel in de praktijk moeten plaatsvinden.



Het bewegingsapparaat is te onderscheiden in een passief en een actief gedeelte. Het passieve wordt gevormd door de botten en de gewrichten met het kapsel, de ligamenten en de andere structuren, die een onderdeel van het gewricht kunnen vormen (menisci-bursae). Het actieve gedeelte is het spierstelsel. Voor 40% bestaat de mens uit spierweefsel. De spieren zullen zich bij allerlei situaties aanpassen, zowel bij stoornissen als bij trainingsprocessen. Deze aanpassing wordt via allerlei stuurmechanismen geregeld. Een goede spierfunctie is afhankelijk van: een goede innervatie, goede doorbloeding en goede
propriocepsis. Stoornissen in een van deze processen geven zeer snel een grote disfunctie van de spieren. Bewegingspatronen zijn zorgvuldig op elkaar afgestemde bewegingen. Pijn, overmatig gebruik, vermoeidheid, beïnvloeden de normale bewegingspatronen in grote mate, waardoor er makkelijk stress op de weke delen komt. Daardoor ontstaan weer abnormale bewegingspatronen en zo raakt de sportman in een vicieuze cirkel. Veelal worden dan geneesmiddelen voorgeschreven om de pijn te verminderen, terwijl de oorzaak zelf onbehandeld blijft.



Door goede functieproeven van spieren, het goed observeren van de bewegingspatronen en het voelen van de tonusveranderingen in de spieren, met name in een vroeg stadium, kan problematiek voor later voorkomen worden. Alleen iemand, die direct betrokken is bij de praktijk, heeft een groot aantal mogelijkheden om een vroeg stadium de dreigende problematiek te ontdekken en om directe maatregelen te nemen. Daarvoor is wel een gedegen kennis nodig van het spierweefsel, de spieren en van de normale bewegingspatronen.

De commentaren zijn gesloten.