22-07-06

Stretching oefeningen

De oefeningen worden zeer rustig uitgevoerd. Er mag slechts een lichte reksensatie optreden. Onaangename reacties in het weefsel of in de gewrichten mogen niet optreden. De "rekstand" langdurig vasthouden ( 30-60 seconden ) en niet veren. Rek bij voorkeur na een stevige wandeling of na een oefensessie.
Oefeningen:Afbeelding
Oefening: 1 Kenmerk: Quadriceps in zijlig
Omschrijving: In Zijlig. Trek de voet naar achter en omhoog zodat de knie buigt en de heup strekt. Voorkom pijn in heup en/of knie. Rek wordt gevoled in de voorzijde van het bovenbeen.



Oefening: 2 Kenmerk: Gluteii in ruglig
Omschrijving: In ruglig. Trek het recherbeen op tot 90 graden hoek in de heup. Dit been vasthouden met de rechterhand. Plaats de linkervoet tegen het rechet bovenbeen. Duw met de linkerhand de knie naar buiten. De rek wordt sterker als het rechterbeen meer wordt aangetrokken.



Oefening: 3 Kenmerk: Exorotatoren heup
Omschrijving:
In Langzit met opgetrokken linkerbeen met voet geplaatst aan binnen- of buitenzijde van de rechterknie. Duw met de elleboog de knie naar binnen en draai de romp met behoud van een rechte rug tegengesteld. Voorkom pijn in de gewrichten.



Oefening: 4 Kenmerk: Psoas
Omschrijving: In Schutterstand. Steun af op de knie. Met behoud van een rechte rug naar voren bewegen over de rechterknie. Rek aanstaat aan de voorzijde van heup-liesstreek. De rek kan worden versterkt door de voet van het linkerbeen naar buiten te leggen.



Oefening: 5 Kenmerk: Adductoren heup
Omschrijving:
In kruiphouding met elleboogsteun. Schuif de knieen uit elkaar totdat rek ontstaan ann de binnenzijde van de heuoen.


Oefening: 6 Kenmerk: interscapulair
Omschrijving:
Tussen schouderbladen.
Stand. De elleboog met de andere hand aan de onderzijde vastpakken. Elleboog tot schouderhoogte brengen. Schouderblad en schouder naar voren brengen. Vervolgens arm voor het lichaam langs naar de andere zijde trekken. Voel de rek aan de binnenzijde van het schouderblad. Hierbij arm niet tegen het lichaam drukken en geen pijn oproepen rond het schoudergewricht.

Aantal:1 herhalingen
Duur oef.: 30 tel

Oefening: 7 Kenmerk: triceps
Omschrijving:
Triceps.
Stand. Vingers van een hand op dezelfde schouder leggen. Andere hand tegen de elleboog plaatsen.De elleboogspunt naar achteren duwen en richting het oor drukken. Voel de rek aan de onderzijde van de bovenarm. Hierbij geen pijn opwekken rond het schoudergewricht.

Aantal:1 herhalingen
Duur oef.: 30 tel

Oefening: 8 Kenmerk: borstspier
Omschrijving: Borstspier.
Stand met arm als haak tegen de muur. Aan deze kant voet naar voren plaatsen. Lichaamsgewicht naar voren verplaatsen. Borstbeen naar voren brengen. Voel de rek in de borstspier. Hierbij geen pijn oproepen rond het schoudergewricht. De rug recht houden.

Aantal:1 herhalingen
Duur oef.: 30 tel

Oefening: 9 Kenmerk: biceps
Omschrijving: Biceps.
Stand. Een arm naar achteren brenegen met de hand met plamzijde op verhoging geplaatst ( kast e.d). An deze zijde de voet naar voren zetten. Door de knieen zakken. Voel de rek aan de voorzijde van de bovenarm. Hierbij mag geen pijn rek rond schoudergewricht optreden. Rug recht houden.

Aantal:1 herhalingen
Duur oef.: 30 tel

Oefening: 10 Kenmerk: quadriceps
Omschrijving: Quadriceps.
Stand. Voet boven de enkel vastpakken. Knie van het opgetrokken been onder het lichaam door naar achteren trekken. Voel de rek aan de voorzijde van het bovenbeen. De rug recht houden en kijk naar de voet op de grond.

Aantal:1 herhalingen
Duur oef.: 30 tel

Oefening: 11 Kenmerk: hamstrings
Omschrijving:
Hamstrings.
Stand voor tafel,stoel of wandrek. Hak geplaatst op deze verhoging. Knie gebogen. Knie geleidelijk strekken bij behoud van een rechte rug. Voel de rek aan de achterzijde van het bovenbeen. Eventueel met behoud van een rechte rug vooroverbuigen of de knie van het standbeen buigen.

Aantal:1 herhalingen
Duur oef.: 30 tel

Oefening: 12 Kenmerk: adductoren
Omschrijving: Adductoren.
Stand. Been gestrekt zijwaarts op een stoel. Buig het bovenlichaam zijwaarts naar het been toe. Voel deek aan de binnenzijde van het bovenbeen. Buig niet te ver naar het been. Buig eventueel het steunbeen om toch rek op te wekken.

Aantal:1 herhalingen
Duur oef.: 30 tel

Oefening: 13 Kenmerk: kuit
Omschrijving: Kuit.
Stand met de handen tegen de muur. Een been naar achteren plaatsen. De voorvoet op de grond zetten. Breng het lichaamsgewicht op het voorste been en duw de hak van het achterste been naar de gond. Voel de rek aan de achtezijde van het onderbeen.

Aantal:1 herhalingen
Duur oef.: 30 tel

Oefening: 14 Kenmerk: trapezius
Omschrijving:
Trapezius.
Stand. Hoofd licht zijwaarts instellen. Deze stand vastzetten met een hand over het hoofd. Schouder en arm langs het lichaam naar de grond bewegen. Voel de rek aan de zijkant van het hoofd. Denk aan licht rekken. Houd de nek lang (kruin in de lucht).

Aantal:1 herhalingen
Duur oef.: 30 tel

Gepost in Algemeen | |  Print

Warming-up

1. Dribbelen

  • Rustige looppas.
  • Kleine passen.
  • Voeten goed afwikkelen.
  • Armen ontspannen meebewegen.





2. Armen zwaaien

  • Rustige looppas.
  • Armen ontspannen zwaaien.
  • Zowel voor- als achteruit zwaaien.





3. Huppelen

  • Ontspannen huppelen.
  • Voeten goed afwikkelen.
  • Armen ontspannen meebewegen.





4. Heupen

  • Ga in lichte spreidstand staan.
  • Handen in de zij.
  • Draai met de heupen langzaam grote cirkels.
  • Schouders en hoofd blijven op hun plaats.





5. Hakken-billen

  • Rustige looppas.
  • Bovenlichaam rechtop.
  • Armen langs het lichaam.
  • Eerst met rechterhak bil aantikken, dan 2 passen gewoon, dan bil aantikken met linkerhak; dus op het ritme 2-3 links 2-3 etc.





6. Knieheffen

  • Rustige looppas.
  • Afwisselend linker- rechterknie heffen tot 90 graden.
  • Landen op de voorvoet.
  • Bovenlichaam rechtop houden.
  • Kleine passen.
  • Hoge bewegingssnelheid.





7. Zijwaartse kruispas

  • Zijwaarts lopen in de richting van de linkerschouder.
  • Linkervoet zijwaarts verplaatsen, rechtervoet voorlangs kruisen; linkervoet verplaatsen, rechtervoet achterlangs kruisen.
  • Heupen meedraaien.
  • Armen en schouders bewegen tegengesteld.
  • Bij kruispas vóór het linkerbeen langs de knie extra heffen.
  • Wisselen: richting rechterschouder lopen en linkerbeen voor en achter rechterbeen langs kruisen.





8. Schouder

  • Hef vanuit spreidstand de armen zijwaarts tot horizontaal.
  • Draai afwisselend rechts- en linksom.
  • Kijk de verste hand na.
  • Heupen en voeten blijven op dezelfde plaats staan.





9. Knieën/romp/armen

  • Sta rechtop met de armen omhoog gestrekt, zo hoog mogelijk.
  • Laat de armen dan ontspannen naar beneden vallen, veer iets door de knieën en zwaai de armen langs de knieën naar achteren.
  • Dan weer terug omhoog.

Gepost in Algemeen | |  Print

De Hamstring Blessure

Wat is het?
Een hamstringblessure geeft alleen aan dat er een spierbeschadiging is aan de achterkant van het bovenbeen (de hamstrings). Dat kan o.a. een verrekking of scheuring van de spieren betekenen. Een verrekking is te beschouwen als een miniem scheurtje van maar enkele kleine spiervezels.
 
Hier bespreken we kort de scheuring van een spier. Een spier kan een scheuring oplopen door een slecht gecontroleerde krachtige beweging.
De meeste hamstringblessures ontstaan kort na het begin van een wedstrijd of training, als de spier nog niet goed is opgewarmd. Men heeft dan onvoldoende aan warming-up gedaan. Ook tegen het einde van de wedstrijd of zware training als de spieren vermoeid raken ontstaan spierscheuringen. Meestal door een onverwachte verandering in beweging en explosieve bewegingen, zoals hard tegen een bal trappen, sprinten en springen.
Het verschil met een spierkneuzing is dat een spierscheuring zonder inwerkend geweld van buiten ontstaat en juist van binnenuit wordt opgewekt.
 
Een spierscheuring kenmerkt zich door de onderstaande verschijnselen:
  • plotseling optredende pijn (lijkend op een messteek of zweepslag), vaak met een kramperig gevoel
  • gedeukte en/of abnormaal gezwollen spierbuik boven of onder de aangedane plek
  • meestal een blauwe verkleuring onder de aangedane plek (na enkele uren/dagen)
  • langdurige stijfheid van de getroffen plek
Bij een hamstringsspierscheuring is het buigen van de knie pijnlijk en bemoeilijkt.


EHBO/Wat moet je doen?

Pas de ICE-regel toe:
ICE = koel met water, ijs of cold-pack gedurende 15 tot 20 minuten (leg altijd een doek tussen huid en ijs of cold-pack).
I = Immobiliseren; zorg dat het lichaamsdeel niet beweegt of gebruikt wordt om op te steunen.
C = Compressie; leg een drukverband aan (zie tekening).
E = Elevatie; houd het lichaamsdeel boven harthoogte.
Verwijs het slachtoffer naar een arts.

Revalidatie

Als je geblesseerd bent en je wilt weer gaan beginnen is het verstandig om een oefenprogramma af te werken. Met een oefenprogramma kun je de spieren zodanig versterken, dat zij weer volledig te belasten zijn.
Als spierversterkende oefeningen deel uit maken van een oefenprogramma voor het volledige herstel van een blessure, is het belangrijk dat je de belasting langzaam en geleidelijk opvoert. Begeleiding van het oefenprogramma door een sportkinesitherapeut of sportarts is gewenst. De invulling van het oefenprogramma verschilt namelijk per blessure en per persoon.
Aangeraden wordt om te beginnen met een programma van 2 keer per dag 15 minuten, met 3 series van 10 tot 15 herhalingen per oefening (of anders zoals aangegeven bij de oefeningen). Bij het uitvoeren van de oefeningen is pijn (anders dan spierpijn) het belangrijkste signaal om gas terug te nemen. Je mag de pijngrens niet overschrijden. Als de oefeningen te zwaar of te pijnlijk zijn wordt het herstel niet bevorderd maar juist vertraagd. Bouw het programma op in overleg met je behandelaar.
Klik hier voor een voorbeeld oefenprogramma voor het bovenbeen.

Preventieve maatregelen (herhaling voorkomen)

  • Een goede getraindheid en een uitgebreide warming-up verkleint de kans op een spierscheuring aanzienlijk. Je bereidt je spieren en de rest van je lichaam voor op wat er gaat komen.
  • Wil je weten hoe een goede warming-up eruit ziet? Kijk dan naar bovenstaande post: warming -up.
  • Je sluit het sporten vanzelfsprekend af met een cooling-down.
  • Ook als je geen blessure hebt, is het soms prettig om bepaalde spieren of spiergroepen te versterken. Als spierversterkende oefeningen deel uitmaken van een trainingsprogramma met als einddoel de spieren te versterken, mag de belasting hoger zijn dan wanneer het een oefenprogramma voor het herstel van een blessure betreft.
  • Je kunt in de opbouw bijvoorbeeld beginnen met een programma van dagelijks 15 tot 20 minuten, met 3 series van 10 tot 15 herhalingen per oefening. Bouw het aantal herhalingen langzaam op.
  • Omdat spierscheuringen gemakkelijk op dezelfde plaats terugkeren, is een volledig herstel vereist! Revalidatie en aangepaste trainingen bevorderen het herstel.

Gepost in Algemeen | |  Print

19-07-06

De Liesbreuk (operatie)

Wat is een liesbreuk?

Een breuk (hernia) is een uitstulping van het buikvlies door een zwakke plek of opening in de buikwand. De breuk is herkenbaar als een zwelling ter plaatse. De opening of verzwakking in de buikwand kan ontstaan door aangeboren factoren of door uitrekking van de buikwand. Uitrekking kan optreden in de loop van het leven, bijvoorbeeld door zwaar tillen, toename in lichaamsgewicht, persen bij bemoeilijkte stoelgang, veel hoesten. Het is mogelijk dat de uitstulping van het buikvlies een gedeelte van de buikinhoud bevat. Bij verhoging van de druk in de buik (zoals bij staan, bij persen of hoesten) kan er meer buikinhoud in de uitstulping komen. De breuk wordt dan groter.
Bij een liesbreuk bevindt de uitstulping zich in de liesstreek. Klachten van een liesbreuk worden veelal aangegeven als enig ongemak, een zeurend of branderig gevoel en/of pijn in de liesstreek, maar soms zijn er helemaal geen klachten.

Een liesbreuk verdwijnt nooit vanzelf en kan de neiging hebben groter te worden. Dat kan dan meer klachten gaan geven. Een enkele keer komt het voor dat een breuk bekneld raakt. Dat gaat gepaard met veel pijn. Een spoedoperatie is dan nodig.

Om een liesbreuk vast te stellen zijn in het algemeen geen ingewikkelde onderzoeken nodig. De arts kan bij u, terwijl u staat, de breuk meestal gemakkelijk vaststellen.
Wanneer een breuk bij u is geconstateerd zal de chirurg met u bespreken, hoe in uw geval de breuk behandeld kan worden. In het algemeen zal u een operatie worden geadviseerd. Een breukband wordt nog maar zelden voorgeschreven.


De operatie     
Afhankelijk van de omstandigheden kan de operatie worden uitgevoerd in dagbehandeling of tijdens een kortdurende opname. De anesthesist zal met u bespreken of de operatie onder plaatselijke of algehele verdoving kan plaatsvinden.
Chirurgen gebruiken verschillende technieken om breuken te herstellen. Deze technieken zijn terug te voeren tot twee methoden:


De conventionele methode
Hierbij wordt de operatie uitgevoerd via een snede ter plaatse van de breuk (zie tekening). De uitstulping van het buikvlies wordt opgeheven. Zo nodig wordt de opening of zwakke plek in de buikwand hersteld. Daarbij wordt de buikwand verstevigd, gebruik makend van het weefsel van de buikwand zelf (een 'plastiek' genoemd) of door een stukje kunststof in te hechten. Dit kunststof materiaal is veilig en wordt doorgaans goed door het lichaam geaccepteerd.


De laparoscopische methode (kijkoperatie)
Dit is een nieuwe methode waarvan de resultaten op langere termijn nog niet bekend zijn. Het is van belang voor u te weten, dat deze methode nog niet standaard wordt toegepast. Bovendien is deze methode niet voor iedere patiënt geschikt, bijvoorbeeld als de breuk niet terug in de buik te duwen is. Bij deze methode worden via een aantal gaatjes in de buikhuid instrumenten en een camera, die verbonden is met een TV-monitor, naar binnen gebracht. De operatie wordt nu vanuit de binnenzijde van de breuk uitgevoerd, waarbij de chirurg zijn handelingen ziet op het TV-scherm. Ook nu wordt de uitstulping van het buikvlies opgeheven. Bij deze operatie wordt de opening of zwakke plek in de buikwand meestal hersteld met een stukje kunststof. De chirurg zal met u bespreken welke techniek in uw geval het beste lijkt.


Mogelijke complicaties     

Geen enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties. Zo zijn er ook bij deze operatie de normale risico"s op complicaties van een operatie, zoals trombose, longontsteking, nabloeding, wondinfectie. Een geringe uiting van een bloeding kunt u na enkele dagen herkennen in de vorm van een blauwe verkleuring in het wondgebied, die kan uitzakken naar de basis van de penis en de balzak bij de man en naar de grote schaamlip bij de vrouw. Dat is niet verontrustend. Het resultaat van de operatie kan goed lijken. Toch kan het voorkomen dat na verloop van tijd bij een klein aantal van de geopereerde patiënten er op dezelfde plaats opnieuw een breuk ontstaat (een recidief breuk). Hoe zo'n recidief breuk hersteld moet worden, zal door de behandelend chirurg nader besproken worden. Meestal zal er dan weer een operatie nodig zijn.

Omdat in het operatiegebied enkele zenuwen lopen - bij de man ook nog de zaadstreng - is een beschadiging van deze structuren denkbaar. Deze complicaties treden gelukkig zelden op. De consequentie van schade aan een zenuw kan zijn gevoelloosheid of soms juist een blijvende pijnklacht rond het operatiegebied. De gevolgen van schade aan de zaadstreng zelf of een bloedvat daarvan kunnen zijn het kleiner en gevoelloos worden van de zaadbal.


Na de operatie     
Na de operatie zal het operatiegebied pijnlijk zijn. Meestal wordt er een beleid voor pijnstilling afgesproken, maar schroomt u niet aan te geven, wanneer u daar onvoldoende baat bij hebt. In het directe beloop na de operatie is het vaak raadzaam het wondgebied wat te ondersteunen met uw hand, met name bij drukverhoging (hoesten, persen).
Afhankelijk van de operatiemethode, de grootte van de ingreep en individuele factoren zult u na ontslag nog enige tijd hinder kunnen ondervinden van het operatiegebied. Ook het hervatten van uw dagelijkse activiteiten en de mogelijkheid om weer wat te tillen zullen daarvan afhankelijk zijn. De arts zal u enkele adviezen daarover geven. Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u een afspraak mee voor controle op de polikliniek.


Liesbreuk bij het kind     

Ontstaan
Tijdens de zwangerschap ontstaat al in een vroeg stadium in het liesgebied van de foetus een uitstulping van het buikvlies via de buikwand (het lieskanaal). Bij jongetjes zullen hierlangs in een latere fase de zaadbal en de zaadstreng vanuit de buik indalen naar het scrotum (balzak). Bij meisjes ontstaat hierin een ophangband van de baarmoeder naar de grote schaamlip. De uitstulping van het buikvlies verkleeft na de geboorte grotendeels.

Wanneer zich in het opengebleven gebied van de buikvliesuitstulping vocht verzamelt, is er sprake van een waterzakbreuk waarbij het vocht dus rondom de zaadbal ligt. Het kan voorkomen dat de buikvliesuitstulping zich maar gedeeltelijk sluit zodat er tevens een opening blijft bestaan in het gebied van de zaadstreng. Ook hierin kan zich vocht verzamelen en tot een zichtbare bult aanleiding geven.

Wanneer de sluiting (verkleving) van de buikvliesuitstulping helemaal achterwege blijft, zijn er in principe twee mogelijkheden:
• Er verzamelt zich vocht in dat soms weggedrukt kan worden naar de buikholte toe.
• Er is een zo grote opening dat er darm vanuit de buikholte door het lieskanaal in de richting van het scrotum kan komen.


Klachten     

Liesbreuken komen vaker bij jongetjes voor dan bij meisjes, waterbreuken uitsluitend bij jongetjes.
Over het algemeen hebben kinderen weinig last van deze afwijking. Er is een zichtbare bult in een of beide liezen die al of niet wegdrukbaar is. Soms echter kan het gepaard gaan met pijnklachten, misselijkheid en zelfs braken. In deze uitzonderlijke gevallen kan er sprake zijn van het beklemd raken van de buikinhoud in de breuk.


De operatie     
Indien behandeling nodig is, is deze altijd operatief. De operatie wordt uitgevoerd onder algehele anesthesie (narcose) in dagbehandeling of gedurende een korte opname.
De operatie gaat via een snede in de lies die na de ingreep met hechtingen wordt gesloten. Afhankelijk van het hechten van de snede met niet-oplosbare of oplosbare hechtingen moeten deze na enkele dagen al dan niet worden verwijderd.
In het geval van een waterbreuk waarbij de buikvliesuitstulping gedeeltelijk dicht is gegaan, wordt de ingang van de uitstulping opgezocht en dichtgemaakt. Is de buikvliesuitstulping geheel opengebleven dan wordt hetzelfde gedaan en wordt de breukzak bovendien vaak verwijderd. Uiteraard wordt, als er sprake is van een liesbreuk, eerst de inhoud van de breukzak (bijvoorbeeld een darmlis) in de buikholte teruggebracht.

Gepost in Algemeen | |  Print