29-12-08

Sporttraining voor beginners

Hoe begin ik met sport?
Elementaire kennis voor beginners
Met het zomerse, aangename weer besluipt veel mensen de zin om ‘aan sport te gaan doen’. Daarbij wordt nogal eens onbesuisd van start gegaan, wat verkeerd kan uitpakken. Er is de stijfheid na de inspanning, men ziet geen vorderingen en in het slechtste geval krijgt men last van peesontstekingen of gewrichtsklachten. Het oorspronkelijke enthousiasme neemt dan snel af en vaak wordt het grote plan wat later met stille trom begraven. Dit dossier biedt een aantal cruciale richtlijnen om zonder nodeloos afzien een behoorlijk activiteitsniveau te bereiken. Hij is een handreiking aan iedereen die langdurig en comfortabel wil kunnen bewegen en daar bovendien nog veel plezier aan wil beleven ook.

Lichamelijke inspanning heeft een gunstige invloed op de lichaamsconditie. Ze verbetert de kwaliteit van het leven en doet het risico op ernstige chronische aandoeningen dalen. Met een beetje extra beweging kan men ervoor zorgen dat men in conditie blijft en dat het lichaam op een aangenaam niveau blijft presteren zodat men niet teveel hinder krijgt van ‘de oude dag’. U hoeft dus geen specifiek doel voor ogen te hebben om met sport te beginnen, maar dat kan. Sommige mensen nemen op een dag het besluit dat ze ooit nog eens een hele of halve marathon willen lopen. Of ze beginnen met beweging om overgewicht te verliezen. Of ze willen zich gewoon beter voelen. Al deze mensen worden echter geconfronteerd met dezelfde vraag : “Hoé moet ik beginnen?” Deskundigen op gebied van sport en beweging leveren duidelijke richtlijnen die een beginnende sporter moet respecteren. Deze richtlijnen zijn echter niet goed bekend. Integendeel zelfs, er bestaan nogal wat foutieve opvattingen waardoor de inspanning meer schade berokkent aan lichaam en geest, dan voordeel op te leveren. Vooraleer we met die praktische richtlijnen kunnen beginnen, moet echter eerst toegelicht worden op welke typische manier het lichaam reageert op inspanning.

Positieve ervaringen versterken de motivatie
De mens is een onscheidbare eenheid en zowel lichamelijke als psychologische processen zijn belangrijk voor een evenwichtige opbouw van de gezondheid. Pret, motivatie, bekwaamheid en zelfvertrouwen zijn daarbij 4 belangrijke richttermen.
Elk begin is moeilijk. Er is de vrees stommiteiten te begaan, uitgelachen te worden, enz. Naarmate men blijft oefenen, verwerft men echter inzicht in de reacties van zijn lichaam, leert men doseren, de hartslag te registreren, enz. De bekwaamheid neemt dus toe en tegelijk daarmee doorgaans ook het zelfvertrouwen. Deze positieve ervaringen ondersteunen immers het zelfbeeld en men begint zich zekerder te voelen.
Het is bijgevolg belangrijk dat men aan de lichaamsbeweging plezier beleeft en dat het niet alleen zwoegen en zweten is. Zeker voor beginners moet alle beweging deugddoend, heilzaam en zonder pijn kunnen verlopen. Negatieve ervaringen en pijnlijke herstelperioden blussen immers het jonge enthousiasme.
Dit alles wordt ondersteund door het persoonlijke belang dat men hecht aan de samenhang tussen beweging en gezondheid. De inwendige motivatie vormt de drijfkracht achter de regelmatige inzet, maar berust gedeeltelijk ook op de bekwaamheid en het zelfvertrouwen in de eigen bewegingscapaciteit.

Herstel staat centraal
Veel mensen streven via beweging een algemene verbetering na van de lichaamsconditie. Men kan dit vertalen als het opbouwen van een betere uithouding tijdens inspanning. Daartoe bestaan duidelijke richtlijnen.


Reactiecyclus op inspanning

beginners fig 1


Fig 1: Het lichaam reageert op een specifieke manier op inspanning. Deze reactie kan men in 4 stappen opdelen.

  • Fase 1 : vermoeidheid Tijdens de inspanningsfase worden diverse mechanismen in het lichaam aangesproken, zoals de levering van energie, de afvoer van afvalstoffen, enz. Een ongetraind lichaam raakt al snel overbelast door de inspanning en dit uit zich als vermoeidheid. De vermoeidheid neemt stelselmatig toe en de activiteitsreserve daalt steeds verder.
  • Fase 2 : herstel Na de inspanning duurt het een tijd vooraleer de normale werking van het lichaam hersteld is. De energievoorraden in het lichaam moeten immers opnieuw aangevuld worden. De afvalstoffen die in de spieren achtergebleven zijn, moeten afgevoerd worden en eventuele schade, bv. aan overbelaste spiervezels moet hersteld worden. Het prestatievermogen is tijdelijk lager dan normaal.
  • Fase 3 : supercompensatie Het herstel na de inspanning blijft nog even aanhouden nadat het lichaam de oorspronkelijke toestand bereikt heeft. Het lichaam verstevigt dus een aantal functies zodat het beter gewapend is voor toekomstige inspanningen. Deze verbetering wordt het trainingseffect genoemd. Tijdens deze fase kan men meer inspanning aan dan oorspronkelijk.
  • Fase 4 : daling tot beginsituatie Wanneer er geen inspanningen geleverd worden, daalt de opgebouwde reserve geleidelijk aan weer tot het oorspronkelijke niveau.

beginnersfig2


Fig. 2: evolutie van de conditie

  1. supercompensatie en de opbouw van de conditie
    De herstelfase na een inspanning wordt afgerond met een opbouw van de conditie tot een hoger niveau dan voorheen. Dit wordt de supercompensatiefase genoemd. Van deze fase moet men gebruik maken om de conditie op te bouwen. Door telkens in deze fase te trainen, krikt men de conditie beetje bij beetje op.
  2. overbelasting en de nadelen ervan voor de conditie
    Door te snel en te zwaar na elkaar te oefenen, krijgt het lichaam te weinig tijd om zich te herstellen. Het gevolg is dat het prestatievermogen langzaam afneemt.

Eerst moet er echter een belangrijk misverstand uit de weg geruimd worden. Veel mensen menen dat de inspanning het belangrijkste element is voor het verbeteren van het uithoudingsvermogen. Dit is niet het geval. Het herstel van het lichaam nà de inspanning en de gepaste dosering van die inspanning zijn véél belangrijker (zie kader en fig 1).
Wanneer de inspanning groter is geweest dan normaal, heeft het lichaam namelijk de neiging om bij het herstel een aantal structuren en functies te verstevigen. Op die wijze zorgt het ervoor dat het beter voorbereid is op gelijkaardige inspanningen in de toekomst. De (lichte) verbetering die men op deze wijze na elke inspanning bereikt wordt het trainingseffect genoemd. Het is dit effect dat na verloop van tijd voor de merkbare verbetering van het uithoudingsvermogen zorgt (fig. 2a).
Uiteraard is de inspanning ook belangrijk. De conditie kan immers slechts verbeteren indien het lichaam geprikkeld wordt door een extra inspanning. Door op een goed gekozen hoger inspanningsniveau te presteren, wordt het lichaam gedwongen om zich aan te passen.
Veel sportievelingen (en niet alleen beginnelingen) lijken echter alleen maar bezorgd voor het opdrijven van snelheid, kracht, afstanden, enz. en schenken nauwelijks of geen aandacht aan de reacties van hun lichaam tijdens de inspanning en de herstelfase nadien. Dit houdt een risico in. Begint men een nieuwe training immers reeds nog voor de herstelfase volledig voorbij is, dan loopt men het risico de vermoeidheidsgraad op te drijven en dus net het omgekeerde te bereiken van de zo gewenste conditie- opbouw (fig. 2b). Het komt er dus op aan het moment én de dosering van de training goed te kiezen.

Hoe lang duurt herstel?
Vermits men de volgende activiteit best niet te vroeg begint, maar ze ook niet te lang mag uitstellen, komt het er op aan te weten hoe lang de herstelfase duurt. Die lengte wordt in hoofdzaak beïnvloed door 2 factoren:
• de persoonlijke conditie : hoe beter de conditie, hoe sneller men herstelt ;
• de geleverde inspanning: hoe zwaarder een inspanning is, hoe langer het duurt vooraleer men volledig hersteld is.

Inspanning: hoe zwaar?
De zwaarte van een inspanning wordt bepaald door de combinatie van de volgende 4 factoren : intensiteit, aard, duur en frequentie. Deze factoren kunnen onmogelijk los van elkaar gezien worden.

Intensiteit
Intensiteit is de mate waarin men zich moet inspannen voor een activiteit. Bij een lage intensiteit, bv. rustig fietsen, wandelen of zwemmen, moet men zich nauwelijks of slechts weinig inspannen. Men kan dit dan ook lang volhouden. Een sprintje tot men in ademnood is, vraagt van de meeste ongetrainde mensen echter een maximale inzet. Zéér intensieve inspanningen kan men slechts korte tijd volhouden. Hoe heviger of intensiever een inspanning is, hoe intensiever men moet ademen en hoe hoger de hartslag oploopt tot hij een maximum bereikt. De hartslag is bijgevolg een handige maatstaf voor de intensiteit van een inspanning (zie verder).

Aard
De aard van de geleverde activiteit heeft een grote weerslag op de zwaarte ervan. Zo raakt bv. zelfs een getrainde fietser snel vermoeid wanneer hij moet lopen of zwemmen. De verklaring ligt voor de hand. Bij bepaalde bewegingen worden ook slechts bepaalde spiergroepen aangesproken. Andere spiergroepen ondervinden geen of slechts een zeer klein trainingseffect. Wanneer men bewegingen uitvoert die men niet gewoon is en ongetrainde spieren aanspreekt, raakt men sneller vermoeid dan wanneer men zijn vertrouwde sport beoefent.

Duur
Voor niet-getrainde mensen kunnen zelfs korte inspanningen reeds erg vermoeiend zijn. Algemeen wordt voor hen aangeraden om licht intensieve inspanningen te leveren die dan wel wat langer aangehouden moeten worden. Hoe lang is echter niet goed geweten. Een algemene regel stelt: hoe lager de intensiteit, hoe langer de inspanning volgehouden moet worden om een trainingseffect op te wekken.

Frequentie
Intensieve en lange inspanningen vragen een langer herstel dan lichtere en eerder korte inspanningen. Begint men te snel aan een nieuwe training, dan heeft het lichaam niet de kans gekregen om volledig te herstellen. De nieuwe inspanning wordt dan zwaarder. Wacht men te lang tussen twee activiteitsperiodes dan kan het trainingseffect van de vorige inspanning reeds weggeëbd zijn.

Oriëntatie op de hartslag

De hartslag geeft een zeer goed beeld van de hevigheid of intensiteit waarmee men oefent. Men voelt trouwens spontaan dat de hartslag oploopt. Dit hoeft niemand aangeleerd te worden. Het kan echter handig zijn om te weten aan welk aantal hartslagen (= hartfrequentie) men oefent.

Een duidelijke richtlijn kan helpen om het niveau van de inspanning beter in te schatten. Die richtlijn kan opgemaakt worden aan de hand van het maximale aantal slagen dat het hart per minuut kan leveren. Een nauwkeurige bepaling van de maximale hartslag is werk voor experten, bv. een sportarts, en moet in een aangepaste testomgeving plaatsvinden.
Men kan zich echter ook baseren op de wat ruwe, maar zeer eenvoudige en dus handige berekening van de maximale hartslag aan de hand van de leeftijd (fig. 3). Men neemt namelijk aan dat de maximale hartslag vanaf 20 jaar met 1 slag per jaar daalt. Hij kan voor de meeste mensen berekend worden door de leeftijd in jaren af te trekken van 220. Voor een vrouw van 40 jaar komt dit dus overeen met : 220 - 40 = 180.
Dit richtcijfer is voor de meeste mensen nauwkeurig genoeg om er hun oefeningen op af te stemmen. Afwijkingen van een tiental hartslagen zowel naar boven als naar onderen, zijn echter mogelijk (zonder dat men zich daarover ongerust hoeft te maken).

Oefenniveau = 70 %
Men heeft vastgesteld dat een trainingseffect opgewekt wordt van zodra men oefent aan een hartfrequentie die boven 70 % van de maximale hartslag uitstijgt. Dit aantal bereiken ongetrainde mensen doorgaans sneller dan zij vermoeden. Van zodra men merkt dat de hartslag gestegen is, zit men doorgaans reeds boven dit minimum en neemt het risico op overbelasting en negatieve ervaringen toe. Het is bijgevolg duidelijk dat men zich niet al te zwaar moet inspannen om een trainingseffect te bereiken. Een niveau van 70 % van de maximale hartfrequentie bereikt men doorgaans reeds bij matige inspanningen die men lange tijd kan blijven uitvoeren en waarvan men slechts weinig of geen hinder ondervindt. Een handige vuistregel is dat men tijdens de activiteit nog moet kunnen blijven praten zonder buiten adem te raken.

Hoe de hartslag controleren ? U kunt uw hartslag controleren aan de hand van de kloppingen (pulsaties) van de slagaders in de pols of de hals.

beginnersfig3

Fig. 3: richtschema voor de maximale hartfrequentie en de hartslag tijdens de activiteit.


De hartfrequentie waaraan men best oefent om de uithouding te verbeteren, komt overeen met ongeveer 70 % van de maximale hartfrequentie.

Wat met kleine afwijkingen?
Wanneer men zich op de hartslag wenst te baseren, komt het er op aan zijn eigen lichaam te leren kennen. De individuele hartslag is immers vrij stabiel, zij het dat hij beïnvloed wordt door talrijke factoren, bv. door de omgevingstemperatuur, spanningen, voeding (bv. koffie), enz. Men moet zich over kleine afwijkingen niet al te ongerust maken.
Wanneer men op een dag merkt dat de hartfrequentie zo’n 20 slagen hoger ligt dan normaal, dan is er waarschijnlijk iets mis. De verhoogde hartslag kan dan wijzen op een verhoogde vermoeidheid, een nakende verkoudheid of iets dergelijks. U beperkt uw sportieve activiteiten dan best gedurende enkele dagen of u kunt zelfs rusten tot uw hartslag weer normaal is.


Matig de intensiteit
Het ‘gevoel’ biedt eveneens een betrouwbare aanwijzing voor de intensiteit. Daarbij kan men zich richten op de diepte en snelheid van de ademhaling of op het algemene vermoeidheidsniveau. Uiteraard gaat het hier om een gevoel, met andere woorden een persoonlijke indruk die individueel sterk kan verschillen.
Er bestaan echter een soort meetlatjes of schalen (bv. een vermoeidheidsschaal, fig. 4) waarmee deze persoonlijke indruk iets neutraler uitgedrukt wordt. Het is niet moeilijk om eventueel een eigen schaaltje te maken dat uzelf meer geschikt lijkt.

1 geen invloed
2 uitermate licht
3 zeer licht
4 licht
5 matig
6 zwaar
7 zwaarder
8 zeer zwaar
9 uitputtend
10 maximaal uitputtend


De kloppingen aan de pols en de hals moeten steeds met de toppen van de vingers gevoeld worden en nooit met de duim. De gemakkelijkste methode bestaat er in gedurende 15 seconden het aantal slagen te tellen en dit getal met 4 te vermenigvuldigen. Ook hier komt het weer niet op één hartslag aan. Het is vooral de orde van grootte die telt.
U kunt ook korter of langer tellen, bv. gedurende 10 of 20 seconden. Hoe korter de telperiode duurt, hoe zorgvuldiger u moet tellen, omdat de eventuele telfouten vermenigvuldigd worden. Hoe sneller de hartslag is, hoe moeilijker het wordt om hem met de hand te tellen. Boven de 160 slagen per minuut wordt dit zelfs onmogelijk en is het aangeraden om met een hartslagmeter te werken (zie verder).
Wanneer u uw activiteitsniveau op uw hartslag wil oriënteren, moet u hieraan tijdens de eerste weken extra aandacht besteden. Het nemen van de pols is immers een vaardigheid die u zich eigen moet maken én bovendien moet u uw lichaam leren kennen.
Het is een goed idee om ook uw rustpols te leren kennen. Dit is de pols die u neemt ‘s ochtends nog voor u opstaat. Normaal hebt u op dat moment een rustige hartslag. Dit maakt het ook gemakkelijker om uw pols te nemen dan ergens in de loop van uw oefening.
De ochtend- of rustpols is verder ook erg interessant als merkteken voor uw algemene lichamelijke conditie. Wanneer uw lichaam niet in goede doen is, is uw ochtendpols vaak merkbaar verhoogd.
Er bestaan ook hartslagmeters die de hartslag tijdens de activiteit continu weergeven. Ze kunnen een nuttige en stimulerende hulp zijn bij de training, zeker voor mensen die zich ernstiger op hun sport gaan toeleggen. Ze zijn echter duur. De goedkoopste kosten enkele duizenden franken. Topmodellen kosten een veelvoud daarvan.
Het is ook een goed idee om het gebruik van de hartfrequentie te bespreken met uw arts bij het voorafgaande algemene onderzoek. Uw arts kan u dan eventueel helpen bij het leren nemen van de pols indien u daar niet mee vertrouwd bent.

Tijdens de oefening U moet uw oefeningen even stoppen met sporten om de hartslag te kunnen tellen. Hierbij kan de hartslag iets dalen. U moet er dus rekening mee houden dat de hartslag tijdens de activiteit iets hoger ligt dan diegene die u telt. Wanneer u echter onmiddellijk begint te tellen, blijft deze afwijking beperkt.


”Begin liever te traag dan te snel”
en andere praktische richtlijnen

De waarop het lichaam op inspanning reageert, heeft belangrijke gevolgen voor de wijze waarop men aan sport kan doen om de conditie te verbeteren. Deze inzichten kunnen gebundeld worden tot een aantal elementaire richtlijnen.

Wanneer beginnende sporters de richtlijnen volgen en respecteren, kunnen zij op een veilige wijze met sport van start te gaan.

Eerst naar de dokter
Mensen ouder dan 40 jaar ondergaan best eerst een uitgebreid onderzoek vooraleer ze met sport beginnen.
U gaat best ook eerst langs de arts wanneer u :
• gedurende de laatste 5 jaar zeer weinig beweging gehad hebt;
• overgewicht, een verhoogde bloeddruk, een hoog cholesterolgehalte of ademhalingsmoeilijkheden hebt; • symptomen van een ziekte vertoont;
• familieleden hebt die op jonge leeftijd plots overleden zijn aan een hartaandoening.

Bespreek uw plannen liefst met een sportarts. Deze heeft ervaring met de invloed van inspanning op het menselijke organisme. Ga samen na hoe u uw oefenschema wil uitwerken.
Vraag de arts hoe u eventuele risicosymptomen kunt herkennen en wat u in dat geval moet doen.
U kunt samen enkele malen met de hand de pols nemen, zodat u zeker bent dat u correct tewerk gaat. Een contact met een bewegingsexpert, bv. een sportleerkracht, kinesitherapeut, een inspanningsdeskundige in een degelijk fitnesscentrum, enz., kan bijkomende nuttige informatie opleveren.

Leg een dagboek aan
Begin met hierin het oefenschema te noteren dat u met uw arts besproken hebben.
Noteer in uw dagboek telkens de resultaten en de belangrijkste aspecten van uw oefening, bv.:

  • de duur van de oefentijd ;
  • de afstand die u gelopen, gefietst, gezwommen, enz. hebt ;
  • de algemene indruk van uw vermoeidheid (zie vermoeidheidsschaal);
  • eventueel bijkomende opmerkingen in verband met ziekten (bv. verkoudheden), klimatologische omstandigheden, indrukken van pijn, vragen die u zich stelt tijdens uw oefeningen;
  • indien gemeten: de hartslag.

Aan de hand van het dagboek kunt u reeds na enkele weken uw vorderingen vaststellen, wat stimuleert tot doorzetten.
Het dagboek is eveneens nuttig bij het overleg met de arts of andere bewegingsexperten over de mogelijke oorzaak en oplossing van problemen.

Begin zeer rustig
Begin liever te langzaam dan te snel. Dit advies kan niet genoeg herhaald worden. Mensen die lange tijd niet gesport hebben of weinig beweging gehad hebben, moeten zéér rustig beginnen. Het risico op kleine spier- en gewrichtsletsels is tijdens de beginperiode groot. De spieren en gewrichten zijn de grotere belasting immers niet gewoon. Ze moeten de tijd krijgen om zich aan te passen.
In hun aanvankelijk enthousiasme beginnen vele starters te snel en te intensief. Ze richten de aandacht vooral op de uithouding, kracht afstand en snelheid en letten te weinig op de signalen van hun lichaam die op een overbelasting wijzen. Wanneer men tijdens de activiteit hinder ondervindt of pijn voelt in een spier, gewricht of lidmaat, dan contacteert men best een ervaren sportarts. Negeert men de pijn of klachten en blijft men aan eenzelfde ritme verder oefenen, dan is het risico op een ernstig letsel zeer reëel.
Letsels aan spieren en gewrichten vormen één van de grootste bedreigingen voor de verderzetting van de sportieve activiteit. Ze veroorzaken een verzwakking van het bewegingapparaat die tot een chronisch probleem kan uitgroeien bij een slechte verzorging. Men wordt gedwongen de activiteit tijdelijk te onderbreken. Hierdoor kan de conditie aftakelen zodat men ze nadien opnieuw moet opbouwen. Beginners herkennen de eerste alarmtekens niet. Dit is een bijkomende reden om het de eerste weken zeer rustig aan te doen, zodat u vertrouwd raakt met de reacties van uw lichaam.

Bij overgewicht : dubbel opletten
Het advies dat men rustig moet beginnen, geldt dubbel voor mensen met overgewicht. Het risico op klachten en spier- en gewrichtkwetsuren neemt toe naarmate het overgewicht groter is.

Bouw langzaam op
Wandelen bv. is dan meer aangewezen dan onmiddellijk te beginnen met lopen, langdurig fietsen, tennis, squash, enz. Zwemmen is eveneens een veilige sport om van start te gaan, zeker voor mensen met overgewicht.
Er wordt vaak verteld dat wandelen bv. té licht is om enig effect te hebben op de uithouding. Dit is niet zo. Absolute beginners ondervinden wél een trainingseffect van zulke lichte langdurige activiteiten.
Beginners moeten zich ook vooral concentreren op het opbouwen van de uithouding. Snelheid, kracht, lenigheid, enz. zijn aspecten die later aan bod komen, eens men over een goede uithouding beschikt.
Een voorstel van een oefenschema voor absolute beginners vindt u wat verder.

Een gulden regel is dat men als beginner best ‘nooit buiten adem’ oefent. Wanneer men in ademnood raakt, bv. tijdens fietsen, zwemmen, lopen, enz., oefent men aan een hogere intensiteit dan strikt nodig is om de conditie op te bouwen. Zelfs geoefende atleten trainen vooral zonder buiten adem te raken. Buiten adem oefenen houdt men trouwens nooit lang vol, zeker niet als beginner.

Een goede maatstaf om het tempo te beoordelen, is wanneer u aan het einde van de oefening zegt : “Ik had nog langer bezig kunnen blijven”. U bent dan duidelijk binnen uw re serves gebleven en hebt niet geforceerd. Vergeet dat men zwaar moet afzien om de conditie te verbeteren. U kunt evengoed aan een rustig en voorzichtig tempo opbouwen zodat de oefeningen prettig blijven. Vermijd reeksen van korte, zeer hevige inspanningen afgewisseld met rusten. Met de leeftijd nemen de problemen van hart en bloedvaten toe, onder meer door arteriosclerose (slagaderverkalking). Korte en zeer hevige belastingen stellen hoge eisen aan hart en bloedvaten. Ze zijn bijgevolg uit den boze voor oudere mensen en soms zelfs ronduit gevaarlijk wanneer men niet getraind is.


Té fel geoefend
De algemene stelling luidde vroeger dat men flink moest afzien om enig gunstig effect te bereiken. “No pain, no gain”, luidde het in het Engels (geen pijn, geen winst). Van deze zienswijze is men teruggekomen.
Tegenwoordig stelt men dat men zich voldoende moet inspannen zodat het lichaam tot overcompensatie gestimuleerd wordt, maar méér hoeft niet. Integendeel, wanneer men zich forceert, verhoogt het risico op kwetsuren.
Het lichaam zelf is een uitstekend meetinstrument. Het geeft duidelijk aan of de vermoeidheid toeneemt dan wel of de conditie verbetert. U kunt zich op een aantal eenvoudige en goed herkenbare tekenen oriënteren.

Ongunstige tekens

  • U voelt zich nog stijf en vermoeid wanneer u opnieuw begint te oefenen. Of u hebt de indruk dat uw spieren nog niet helemaal in orde zijn.
  • U raakt ‘s avonds niet goed in slaap en slaapt minder goed door. ‘s Morgens voelt u zich duf en niet uitgeslapen.
  • Het lijkt langer te duren vooraleer u van de inspanning bekomen bent.
  • Het duurt langer om dezelfde oefening uit te voeren.
  • Prikkelbaarheid, snelle vermoeidheid, concentratieverlies, minder eetlust, sneller zweten, minder goed of ongemakkelijk in uw vel zitten.
  • Een goed teken is de hartslag ‘s ochtends in bed, nog vóór u opgestaan bent. Een verhoogde hartslag (bv. een 10 slagen per minuut extra) kan op vermoeidheid wijzen. De verhoging kan ook een aanwijzing zijn voor andere mistoestanden, bv. een opkomende verkoudheid of infectie.

Wanneer u de indruk hebt dat uw activiteit u tijdelijk minder goed afgaat, doet u er goed aan de inspanningen te temperen. Oefen aan een rustiger tempo en minder lang. Of las een extra rustdag in. U kunt ook even een minder belastende sport kiezen, bv. zwemmen of fietsen in plaats van lopen. U kunt ook uw doelstellingen verleggen, bv. niet meer naar de afstand of snelheid kijken, maar vooral rekening houden met de hartslag, bv. door te oefenen zonder boven 130 of 140 slagen per minuut uit te stijgen.

Slaap voldoende
De nachtrust is bij uitstek de periode van herstel. ‘s Nachts stijgt de afscheiding van groeihormoon waardoor het ritme van allerhande herstelmechanismen versnelt. Te weinig slapen maakt de herstelfase na de inspanning nodeloos langer. Vermijd ook alles wat uw slaap kan storen, zoals bv. koffie of alcohol s’ avonds. Wanneer u slecht geslapen hebt, bent u niet optimaal uitgerust. U doet er goed aan om die dag wat lichter te oefenen. Een training sluit u best nooit af met alcohol, een foutief gedrag dat helaas nog in teveel clubs van voetballers en wielertoeristen voorkomt.

Rust bij koorts
Koorts is altijd een reden om tijdelijk te rusten. De meeste mensen hebben trouwens ook weinig of geen zin om te oefenen wanneer ze koorts hebben.
Na een virale infectie (bv. bij een verkoudheid of griep) kan het bovendien nog een tijdje duren vooraleer u zich volledig hersteld voelt. In dat geval kunt u uitgaan van de volgende vuistregel : voorzie na het verdwijnen van de koorts evenveel dagen rust als het aantal dagen dat u koorts gehad hebt. Wanneer u 7 dagen koorts gehad hebt, neemt u de volgende 7 dagen best nog rust. Nadien kunt u uw training weer opnemen.
Voelt u zich bij het heropnemen van de training nog moe of lijkt de training u niet al te best af te gaan, doe het dan wat rustiger aan en neem contact op met uw arts.

Cooling down is noodzakelijk
Een sportactiviteit abrupt beëindigen moet sterk afgeraden worden. Aan het einde er nog een sprintje uitknijpen en vervolgens de remmen dicht en op een bank van een drankje genieten, is erg ongunstig en wel om twee redenen.

  • De regelmatige samentrekking en ontspanning van de spieren helpt de rondstuwing van het bloed tijdens de inspanning. Wanneer men plots stopt, valt de spierpomp stil, zodat het hart op dat moment zwaar belast wordt. Het moet nl. het werk van de spierpomp onmiddellijk overnemen.
  • De tweede reden is het herstel. Tijdens de sportactiviteit draait het energiesysteem in de spieren op hogere toeren. Bij een plotse stop blijft dit systeem nog een tijdje doordraaien, terwijl de bloeddoorstroming sterk afneemt. Het gevolg is dat metabole stoffen zoals bv. melkzuur, zich in de spieren opstapelen, wat de herstelperiode verlengt.

Bouw de inspanning daarom tegen het einde aan langzaam af. Wanneer u bv. een uurtje gaat fietsen, doet u er goed aan de laatste 10 minuten uit te bollen. Ideaal is wanneer u in de douche kunt afronden met het gevoel dat u reeds volledig uitgerust bent van de inspanning.
Wanneer u een activiteit plots moet staken, bv. doordat de huur van een terrein afgelopen is, moet u een afkoelingsperiode voorzien. U kunt bv. een tiental minuten rondwandelen en daarbij gevarieerde oefeningen uitvoeren.
Rekoefeningen na de afkoeling zijn eveneens erg nuttig.

Zorg voor uw materiaal
Een krakende fiets met wielen die paraplu staan, oude afgetrapte loopschoenen of vuile kledij nodigen niet uit tot oefenen. Zorg ervoor dat uw materiaal in orde is, bv. dat u in frisgewassen kledij kunt vertrekken indien u de dag voordien fel gezweet hebt of toevallig een modderstrook gepasseerd bent. Eenvoudig en degelijk materiaal hoeft niet duur te zijn (zie verder). Een oude fiets kan mits wat olie en een minimum aan herstellingen soms omgetoverd worden tot een soepel bollend exemplaar dat uitstekend geschikt is om u doorheen uw startperiode te helpen. Voorkom alvast dat slecht en onverzorgd materiaal een excuus kan worden om af te zien van uw oefeningen.

Kies tijdstip en omgeving
Neem de tijd om uit te kijken naar een omgeving die zich leent voor het soort oefeningen dat u wil uitvoeren. Een ongestoord landelijk parcours houdt voor sommige mensen extra voordelen in, zoals de rust, de stilte en het directe contact met de natuur. Andere mensen stellen meer prijs op de aanwezigheid van collega’s en verkiezen voor hun looptrainingen bv. een park waar ze nog andere lopers tegenkomen.

Voor lopers is de ondergrond van belang. Een harde ondergrond veroorzaakt grote piekbelastingen in de gewrichten en het bewegingsapparaat. Oppervlakken zoals beton, asfalt, betegelde stoepen, enz. vermijdt men best zoveel mogelijk.
Een zachte, gelijkmatige ondergrond is het meest geschikt, zeker voor beginners. Naarmate de voet- en enkelspieren en -structuren beter getraind raken, kan men ook een meer ongelijkmatige ondergrond, bv. veldwegels, als parcours uitkiezen.

Kies een geschikt tijdstip. Zwembaden kunnen tijdens de schooluren druk bezet zijn, maar daarbuiten oorden van rust blijken.

Welke bewegingsactiviteit kiezen?
De ene sport is al beter geschikt voor een verbetering van uithoudingsvermogen dan de andere. Sporten zijn echter moeilijk te vergelijken. De ene is nl. al technischer dan de andere, en wordt in groep uitgeoefend, bestaat uit korte hevige inspanningen met tussenpozen of juist één lange aangehouden inspanning, enz.

Wat telt is dat elke vorm van beweging een gunstige invloed heeft op de gezondheid. Het komt er bijgevolg op aan een sport te kiezen waarbij men zich het best voelt en rekening te houden met het specifieke profiel van de sport. Enkele korte toelichtingen maken een en ander duidelijk.

Wandelen, lopen, aerobics, enz.
De continue activiteit van de grote spiergroepen van de benen en de romp vraagt grote hoeveelheden bloed, wat van het hart een behoorlijke inspanning vraagt. Deze sporten zijn uitstekend geschikt voor de verbetering van de uithouding. Bij het wandelen moet men wel een fluks tempo aanhouden. Slenteren haalt weinig of niets uit.
Bij aerobics hangt de intensiteit van de inspanning af van het programma en de lengte van de pauzes tussen de oefeningen.
Het risico op kwetsuren is zeer klein bij wandelen, maar het loopt op naarmate er heviger en langer bewogen wordt, bv. bij het lopen en bij aerobics.

Fietsen : het gewicht wordt gedragen waardoor de benen minder hard moeten werken dan tijdens lopen. Bij alle-terrein-fietsen ligt de inspanning iets hoger dan bij fietsen op de weg omdat men vaker recht op de pedalen staat en omdat het terrein gevarieerder is. Fietsen vraagt een goed evenwicht, een degelijke bewegingscontrole en een goed zicht. Het is dus minder aangewezen voor mensen met problemen op dit vlak. Doordat het gewicht gedragen wordt, is fietsen dé oefenvorm bij uitstek voor mensen met overgewicht. Het spaart immers de gewrichten.

Zwemmen : het water draagt het lichaamsgewicht en ontlast een aantal spieren. Zwemmen is een technische sport en vraagt een specifieke ademhalingstechniek. Niet getrainden raken vaak snel buiten adem. Zwemmen vraagt ook veel van de arm- en heupspieren. Deze zijn dergelijke inspanningen niet gewend en raken vlug vermoeid. Bovendien wordt het hart slecht weinig belast. Zwemmen is bijgevolg een uitstekende sport om de soepelheid en lenigheid van het lichaam te onderhouden, maar het draagt weinig bij tot de uithouding tenzij men zich echt toelegt op baantjes zwemmen. Het risico op letsels of kwetsuren is zeer beperkt.

Tennis : bij dit spel wisselen snelle bewegingen af met relatief lange rustpauzes. Tennis draagt alleen iets bij tot de uithouding indien er tijdens het spel voldoende gelopen wordt. Balletjes naar elkaar toespelen, heeft weinig of geen nut voor de uithouding. Bovendien moeten beginners opletten voor het risico van een tenniselleboog door foutieve bewegingen en een eenzijdige belasting van de arm. Tennis is een technische sport die een zekere leertijd vraagt. Het is bijgevolg misschien niet de aangewezen sport voor beginners vermits men dan met teveel factoren ineens geconfronteerd wordt, nl. het verbeteren van de conditie én het aanleren van de sport.

Badminton : bestaat vooral uit korte, explosieve reacties die al snel leiden tot een stijging van de hartslag, maar waarvan de bijdrage tot het verbeteren van de uithouding eerder beperkt blijft. Om enigszins ernstig te kunnen spelen, heeft men ook een zekere basisconditie nodig. Deze sport is dus niet echt geschikt voor beginners. Verder gelden hier ook de meeste van de opmerkingen die voor tennis gemaakt kunnen worden.

Voetbal : het effect van dit spel is vergelijkbaar met dat van tennis. Sommige spelers hebben er bovendien een handje van weg om zich de bal in de voeten te laten spelen en deze vervolgens door te geven. Voetbal heeft alleen nut voor de uithouding in de mate dat er voortdurend gelopen wordt. De korte sprints tellen minder mee. Voetbal is bovendien één van de sporten waarin de meeste kwetsuren geteld worden.

Langlaufen : dit is één van de meest geschikte sporten voor het verbeteren van de uithouding omdat het lichaam zeer algemeen aangesproken wordt (benen, bovenlichaam én armen). Het is een zéér technische en letselgevoelige sport. Ongunstige omstandigheden (bv. ijs) en de techniciteit van de sport kunnen immers snel tot controleverlies leiden. De grote krachtarmen van ski’s en skistokken kunnen bijdragen tot kwetsuren.

Schaatsen en inline-skating : het inspanningsprofiel gelijkt enigszins op dat bij fietsen. Het grote verschil is de trager verlopende beweging waarbij men steeds lang op één been staat. Beide sporten zijn goed voor het verbeteren van de uithouding, maar ze vragen een goede evenwicht- en bewegingscontrole. Bij inline-skating moet steeds beschermende kledij gedragen worden. Vooral de polsbeschermers zijn belangrijk en daarnaast ook een helm en kniebeschermers.

Oefenschema voor beginners

Week opwarmen wandelen lopenuitbollen
1 10 min. 3 x 2 min. 4 x 1 min. 10 min.
2 3 x 2 “ 4 x 2“
3 3 x 1 “ 4 x 3“
4 3 x 1 “ 4 x 4“
5 3 x 1 “ 4 x 5“
6 3 x 1 “ 4 x 6“
7 3 x 1 “ 4 x 7“
8 2 x 1 “ 3 x 9“

Indien u dit schema kunt volgen, kunt u op acht weken tijd ongeveer een half uur lopen, zij het nog in verschillende stukken met een korte wandelpauze tussenin.
U kunt dit schema verder uitwerken door de looptijden per week te verlengen en de wandelminuutjes in te korten of volledig weg te laten tot u een half uur aan één stuk kunt lopen, zonder buiten adem te raken. Drie maal per week een half uur lopen is voldoende om de conditie op peil te houden. Oefent men minder dan zal de conditie slechts langzaam verbeteren.


Dit schema is bestemd voor mensen die willen beginnen lopen.

  • Een eerste blik maakt onmiddellijk duidelijk dat er op een zeer rustige manier van start gegaan wordt : met enkele minuten lopen en wandelen tussendoor.
  • De bedoeling is dat u streeft naar een gelijkmatig loopritme dat u kunt aanhouden zonder buiten adem te raken. De gouden richtlijn is : “Kunnen blijven praten terwijl u loopt”. Dit ritme kan aanvankelijk zeer laag liggen, maar dit is geen probleem vermits het raadzaam is eerder te traag dan te snel te beginnen.
  • Het streefdoel van dit schema is dat u uw uithouding verbetert. Dit wordt vooral nagestreefd door de looptijd te verlengen en dus ook de afstand die u loopt. Het is de bedoeling dat u een zekere snelheid bereikt, maar niet dat u er systematisch naar streeft uw snelheid te vergroten. Naarmate u beter geoefend bent, zult u vermoedelijk ook wat sneller beginnen lopen, maar dit wordt niet bewust nagestreefd.

Het schema past niet

  • Lijkt de opbouw u te snel te gaan, blijf dan bij het weekschema dat u het best afgaat of zak af naar een lager weekschema. Is dit het schema voor week 1, houd u daar dan aan tot u het zonder problemen kunt afwerken.
  • Is volgens uw aanvoelen zelfs het schema voor week 1 te zwaar, beperk u dan tot wandelen en pleeg eventueel een kort loopje tussendoor dat u wel aankunt. U kunt bv. beginnen met 15 minuten wandelen en 2 maal een halve minuut lopen.
  • Leidt het wandelen en lopen tot pijn in voeten en gewrichten, dan kan u een activiteit kiezen waarbij uw gewicht gedragen wordt, bv. fietsen of zwemmen.
  • Bent u reeds verder in het schema en lijkt u last te hebben, doe dan een stapje terug. Herneem het schema van de vorige week. Controleer ook of u zich niet forceert.
  • Lijkt het schema u te licht, schakel dan over naar het schema voor de volgende week. Bedenk echter dat het opbouwen van de conditie langzaam verloopt en de nodige tijd vergt. Het is niet omdat u in een bepaalde week zeer vlot loopt dat uw conditie plots ook een reuzensprong gemaakt heeft. Let er voor op dat u niet te snel wil gaan en u niet forceert.
  • U kunt eventueel ook meer oefenen dan 3 maal per week, maar bedenk dat het lichaam de nodige tijd heeft om uit te rusten en volledig te herstellen. Indien u vaker oefent dan 3 maal per week, moet u zeer aandachtig letten op alle tekenen die op vermoeidheid kunnen wijzen en uw schema daaraan aanpassen, wat betekent: lichter maken.

Andere activiteiten
Dit schema kan aangepast worden voor fietsen, zwemmen, enz. U moet er wel rekening mee houden dat oefeningen waarbij het gewicht gedragen wordt, minder inspanning vragen. Dit betekent dat u de tijd best wat verlengt, zelfs verdubbelt.
Het kan wat zoekwerk vragen om uit te vissen hoe lang u met uw favoriete sport bezig moet zijn, maar de basisprincipes blijven gelden voor àlle soorten oefeningen : voorzichtig beginnen, opletten voor overbelasting en kwetsuren, oefenen zonder dat u buiten adem raakt, stoppen op een moment dat u zegt : “Ik had nog wat langer kunnen blijven trainen”, enz.
Verder kunt u de tempowisselingen volgen, bv. voor het fietsen : afwisselen tussen gewoon fietsen (te vergelijken met wandelen aan een stevig tempo) en even wat sneller gaan (zonder buiten adem te raken). Bij het zwemmen kunt u bv. één lengte wat sneller zwemmen en vervolgens twee of drie lengtes uitzwemmen.

Bron: www.gezondsporten.be

30-09-08

Behandeling Cellulitis : LPG

Deze intensieve dieptemassage herstructureert het bindweefsel, stimuleert de bloedsomloop en het lymfestelsel en bevordert de afvoer van afvalstoffen. Het maakt uw huid terug veerkrachtig, glad en sterk én de cellulite is vrijwel verdwenen. Endermologie is eveneens doeltreffend bij zware benen en huidverslapping m.a.w hét anti-aging middel bij uitstek voor uw huid. Bovendien is de behandeling pijnloos en uiterst relaxerend terwijl u moeiteloos centimeters verliest op de plaatsen die u wil.

LPGLPG Endermologie Cellu M6 is momenteel de beste anti-cellulitis behandeling. Het is een techniek die ontstond in 1986. Erkende specialisten over de hele wereld met inbegrip van onderzoekers van befaamde universiteiten (UCLA, Vanderbilt...) doen reeds geruime tijd onderzoek en bevestigen de goede resultaten van de LPG Endermologie techniek.
Met deze techniek kan men cellulitis overwinnen en het lichaam op een doeltreffende manier en zonder gevaar weer in goede vorm krijgen.

Endermologie is een niet operatieve methode om van je cellulite af te komen. Een behandeling wordt uitgevoerd met technisch hoogwaardige apparatuur, die een huidplooi pakt. Het apparaat, voorzien van een behandelkop, bewerkt vervolgens je huidplooien met in- en uitrollende bewegingen. Hierdoor worden de elementen die de bloedvaten verstoppen ontmanteld. Door middel van deze huidgymnastiek die het bindweefsel herstructureert, de bloedsomloop en het lymfvatenstelsel nieuwe stimulansen geeft en de afvoer van toxinen bevordert, brengt endermologie een natuurlijk proces van verwijdering van vetophopingen op gang en maakt het de huid gezond en sterk.
Resultaat: een slanker, mooier gevormd lichaam, een veerkrachtige stevige huid en de cellulitis die vrijwel verdwenen is. En dat alles dankzij een volkomen natuurlijke non-invasieve methode, die een aangenaam en ontspannen gevoel geeft.
Immers, één van de sterkste punten van endermologie is dat het volkomen ongevaarlijk is.

De endermologie techniek is niet pijnlijk. Voor de behandeling is geen medische ingreep vereist en er komen geen chemische stoffen aan te pas. Het gaat alleen om het herstellen en activeren van de organische functies. Endermologie is een goede toevoeging bij liposculptuur gezien het postoperatieve zwellingen van de weefsels tegengaat en het effect van liposculptuur sneller laat zien.

Het resultaat is dat de huid soepeler en gladder gaat aanvoelen. Huid en onderhuid krijgen weer een gezonde structuur, gaan er beter uitzien en voelen zachter aan. Een bijkomend voordeel van de behandeling is, dat ook andere klachten kunnen verdwijnen gezien van origine endermologie werd gebruikt in de medische wereld. Het is ontstaan in Frankrijk, waar het in eerste instantie werd gebruikt voor verbetering van brandwonden. Endermologie kan tevens effectief hebben bij volgende aandoeningen:

        • Cellulite, sinaasappelhuid
        • Rijbroek
        • Huidverslapping
        • Voor/na liposuctie
        • Voor een betere verdeling van vetten
        • Centimeterverlies
        • Ter ondersteuning van een dieet
        • Huidveroudering (versteviging)
        • Vermoeiende benen en opgezette voeten
        • Weefselverhardingen
        • Bloed- en lymfecirculatiestoornissen
        • Lymfoedeem
        • Verslapte huid na zwangerschap
        • Verkleefd weefsel (littekens…)

Na 6 tot 8 behandelingen worden reeds verbeteringen ervaren. Het resultaat blijft een half jaar tot enkele jaren zichtbaar zonder nabehandelingen. Met onderhoudsbehandelingen van één maal per maand kan U deze periode opmerkelijk verlengen. Nicotine en cafeïne geven echter een negatieve invloed op de cellulitis. Door deze twee producten worden de afvalstoffen niet goed afgebroken. De periode waarin het resultaat blijft is dan voor een belangrijk deel afhankelijk van uzelf. Uw levenswijze en -stijl zijn namelijk zeer bepalend. Het is wel bewezen dat de effecten minstens een half jaar tot een paar jaar zichtbaar blijven. Met een onderhoudsbehandeling van één keer per maand kan dat effect merkelijk verlengd worden.
Aangezien zowel de huid en het onderliggende weefsel worden geactiveerd, krijgt cellulite na de behandelingen nauwelijks kans om terug te komen. Uiteraard geldt hierbij wel dat omvang en gewicht niet sterk mogen toenemen. Hoe dan ook is een gezonde huid het resultaat.

Endermologie is niet bedoeld om af te vallen, maar in samenwerking met een gezond eet- en leefpatroon is dit veelal wel het geval. Bij iedereen vindt figuurcorrectie plaats en centimeterverlies.

Voor de eigenlijke behandeling wordt je algemene gezondheidstoestand overlopen en wordt een figuuranalyse uitgevoerd door onze schoonheidsspecialiste. Daardoor kan men gericht kiezen voor een programma dat op uw lichaam is afgesteld. Tijdens de behandeling draag je een maillot, dit is een soort nylon pak, dat het gehele lichaam bedekt. Hierdoor is een betere geleiding van de behandelkop mogelijk. Bovendien is de behandeling door het dragen van de maillot heel hygiënisch en comfortabel. Na afloop van een behandeling is het belangrijk om veel water te drinken, zodat alle afvalstoffen afgevoerd worden.

 

Bron: Biopodo.be

17:17 Gepost door Kristof in Behandeling | Permalink | Commentaren (4) | Email dit | Tags: cellulitis, lpg, endermologie |  Facebook |

07-07-08

Hoop voor progeriapatiënten

Spaanse en Franse onderzoekers hebben met succes een behandeling tegen progeria op muizen getest. Progeria is een stofwisselingsziekte die kinderen in een kalenderjaar fysiek tien jaar doet verouderen. Wereldwijd lijdt een honderdtal kinderen aan de ziekte. De resultaten van het werk worden gepubliceerd in het medische tijdschrift Nature Medicine.

De behandeling zou binnenkort kunnen worden getest op 15 tot 25 Europese kinderen die aan de ziekte lijden, aldus de Franse vereniging tegen spierziekten. In dat kader werd een aanvraag ingediend bij het Franse agentschap voor de veiligheid van gezondheidsproducten. Onder voorbehoud worden de testen gehouden in het ziekenhuis La Timone in Marseille.

Progeria is een zeer zeldzame ziekte die kinderen al van bij de geboorte treft. De kinderen, die sneller ouder worden, krijgen ook te maken met bepaalde fysieke problemen van oudere mensen, zoals cardiovasculaire problemen. Tot vandaag bestaat er geen behandeling tegen de ziekte en blijft de levensverwachting van de patiënten beperkt tot gemiddeld 12-13 jaar.

Bron: DeMorgen.be

13-06-08

Walkstation zorgt voor gezond surfen op het net

walkstationEr wordt steeds vaker geklaagd dat het internet - en dan vooral het sociale gedrag van mensen op het internet - de gezondheid van mensen aantast en productiviteit op het werk omlaag brengt. Een bekende ontwikkelaar van meubels heeft nu de oplossing bedacht.

Op de D6 conferentie afgelopen week, waar elke belangrijke internetondernemers aanwezig was, lanceerde het bedrijf de zogenaamde Walkstation. Een apparaat waarmee surfen opeens heel gezond wordt…

Het werkt heel simpel. Je gaat op een loopband staan, en zo gauw je begint te rennen, gaat de PC die voor je op een tafel staat werken. Als je stopt met rennen, wordt het internet op de PC trager. De foto hieronder maakt duidelijk hoe het systeem werkt. En, geloof het of niet: tijdens de conferentie zijn er al enkele tientallen verkocht. Straks Bill Gates op de Walkstation?

Bron: Hyped.nl

10-06-08

Sporten bij gewrichtspijn

Komt een man bij de dokter: “Dokter, als ik hier druk doet het pijn.” Zegt de dokter: “Dan moet u daar niet drukken.” Een flauwe mop, maar toch maken patiënten bij gewrichtspijn maar al te vaak precies deze fout. Als lopen zeer doet, stoppen ze met lopen. Terwijl u bij gewrichtspijn juist moet blijven bewegen. Daarom zetten we geschikte sporten op een rijtje.

kniepijnGewrichtspijn wordt vaak veroorzaakt door een ontsteking in een gewricht (artritis). Dit is een ontsteking die het kraakbeen aantast. Een andere aandoening is artrose. Hierbij wordt het kraakbeen afgebroken. Nare aandoeningen, want zonder kraakbeen kan een gewricht niet meer soepel bewegen. Hierdoor beschadigt het gewricht wat een (erg) pijnlijk gevoel veroorzaakt.

Veel mensen zijn geneigd om bij pijn hun lichaam rust te geven. Een logische en vaak ook verstandige reactie, want wie bij kloppende hoofdpijn niet even gaat liggen, blijft nog lang last houden. Toch moet u bij gewrichtspijn juist datgene doen waarvan uw lichaam lijkt te zeggen dat u het vooral moet laten: bewegen.

Door het aangetaste gewricht te bewegen, versterkt u namelijk de spieren rondom dat gewricht. En omdat sterkere spieren voor meer steun zorgen, heeft u ook minder pijn. Bovendien helpt bewegen stijfheid te verminderen, af te vallen en een betere conditie op te bouwen.

Goede sporten bij gewrichtspijn
Er zijn verschillende sporten waarbij u uw spieren traint zonder uw gewrichten al te zwaar te belasten. Deze sporten zijn bij uitstek geschikt om de pijn die wordt veroorzaakt door een vorm van artritis te verminderen.

Zwemmen
Stap in het water, laat u achterover zakken en u merkt dat u maar weinig hoeft te doen om te blijven drijven. Het water duwt uw lichaam omhoog en biedt overal ondersteuning. Door rustig te bewegen is de belasting op de gewrichten minimaal. Uw spieren doen het werk en worden snel sterker als u het zwembad een paar keer per week opzoekt.

Duiken
Duiken heeft ten opzichte van zwemmen als nadeel dat u een zware zuurstoffles op uw rug moet dragen, maar als voordeel dat u een extra dimensie aan het zwemmen toevoegt. Bij een duikschool kunt u leren hoe u de zuurstoffles in het water kunt ombinden en afdoen. Bij gewrichtspijn is dat ideaal, want in het water merkt u niks van het gewicht van de fles. U belast uw gewrichten dus niet, terwijl u met duiken wél uw spieren traint.

Aquarobics
Ook bij aquarobics profiteert u van de kracht van het water. U staat tot uw buik of tot uw schouders in het water en traint vooral de spieren in buik, benen en billen. Aanmoedigingen helpen u om intensief te bewegen. Wie moeite heeft om zichzelf te motiveren, heeft veel baat bij de opzwepende muziek en de aanmoedigingen van de train(st)er. Pas wel op, want bewegen in het water kan bij (bijvoorbeeld) artrose zo gemakkelijk gaan dat u uzelf eenvoudig kunt overbelasten.

 

wandelenWandelen
Wandelen is een prima activiteit bij gewrichtspijn. Hardlopen juist weer niet. Wanneer u gaat rennen, belast u uw knieën en enkels, omdat ze steeds een klap moeten opvangen wanneer uw voeten de grond raken. Bij een wandeling is de belasting op uw knie- en enkelgewrichten juist minimaal. Stevig doorwandelen mag ook. Het is prima wanneer u na een stuk lopen uw spieren voelt. Overweeg ook om af en toe de gebaande paden achter u te laten. Een wandeling dwars door de natuur met kleine hoogteverschillen (hiking) is een uitstekende manier om uw spieren te versterken. Zorg wel voor goede wandelschoenen en overdrijf niet: bergbeklimmen is weer wat teveel van het goede.

Nordic walking
Bij artrose in de armgewrichten is Nordic Walking een gezonde vorm van bewegen. De populaire wandelsport met stokken is natuurlijk ook een goede training voor de beenspieren. Bij Nordic Walking verbrand u meer calorieën dan wanneer u gewoon een stukje gaat lopen. Dat maakt Nordic Walking ook uitermate geschikt voor mensen die last hebben van gewrichtspijn door overgewicht.

Kangoo Jumps
Ze zien er wat merkwaardig uit, maar Kangoo Jumps zijn prima hulpmiddelen om te bewegen zonder u gewrichten zwaar te belasten. Kangoo Jumps zijn sportschoenen met een speciale vering aan de onderzijde. Je beweegt springend vooruit en versterkt de spieren bij uw enkels, schenen, knieën, heupen en onderrug. De springschoenen helpen sporters sneller te herstellen van een blessure en zijn ook een uitkomst voor mensen met gewrichtspijn.

Golfen
Sommige mensen vinden het wat elitair, anderen nemen in het weekend graag de golfclub in handen om op 'de green' een paar holes te pakken. Of u nou liefhebber bent of niet, golf kan, mits goed uitgevoerd, een goede sport zijn bij gewrichtspijn. Doordat u in een rustig tempo flinke afstanden aflegt, traint u de beenspieren. Wel is het verstandig om een karretje met clubs te duwen en niet te trekken, zo trekt u uw gewrichten niet uit elkaar. Overweeg ook om golf met krachttraining te combineren. Train dan vooral de spieren in uw onderarmen. Zo voorkomt u dat uw gewrichten in armen en rug overbelast raken bij het slaan van de bal.

Fietsen
Als u op de fiets zit, hoeven uw benen uw lichaamsgewicht niet te dragen. De gewrichtsbelasting bij fietsen is dan ook minimaal. Veel fysiotherapeuten en huisartsen raden mensen met een vorm van artritis aan zo vaak mogelijk de fiets te pakken. Zowel de spieren in boven- en onderbenen en rondom het kniegewricht profiteren van deze bewegingsvorm. Het is onverstandig om bij gewrichtspijn op de mountainbike te stappen. U in het zweet fietsen op een hometrainer is weer wel een goed idee.

Buikdansen
Dansen is een elegante bewegingsvorm die in veel gevallen goed valt te combineren met gewrichtspijn. Het exotische buikdansen is bijvoorbeeld heel geschikt. De bewegingen zijn intensiever dan u zou verwachten. U merkt al snel dat een groot aantal spieren in uw lichaam wordt gestimuleerd. Buikdansen is trouwens niet alleen voor vrouwen. Bij de meeste dansscholen worden ook mannen toegelaten die zich deze elegante bewegingsvorm eigen willen maken. Buikdansen niks voor u? Kijk dan eens naar stijldansen. Tap- en line-dansen zijn geen aanraders bij gewrichtspijn.

Yoga
Mensen die bang zijn dat ze bij yoga niet mee kunnen komen omdat ze hun benen niet in hun nek kunnen leggen, hoeven zich geen zorgen te maken. Yoga biedt een breed scala aan oefeningen die goed zijn voor zowel lichaam als geest. Verreweg het merendeel van de oefeningen kan ook gedaan worden door gewrichtspijnpatiënten. Enkele jaren terug is op kleine schaal onderzoek gedaan naar het effect van yoga op gewrichtspijn. Er waren te weinig proefpersonen om goede conclusies te kunnen trekken, maar de mensen die meededen, vonden dat yoga hun pijnklachten verminderde.

Welke sporten moet u vooral niet doen?
Er is verschrikkelijk veel mogelijk op sportgebied. De sporten die hierboven zijn omschreven zijn slechts een greep uit alle mogelijkheden die u hebt wanneer u iets aan uw gewrichtspijn wilt doen. Voor diegenen die andere sporten overwegen, volgt hier nog een reeks sporten die fysiotherapeuten afraden bij gewrichtspijn:

  • Intensieve balsporten, zoals voetbal, basketbal, honkbal, volleybal, tennis en squash
  • Vechtsporten zoals judo, karate, jujutsu, kempo en kendo
  • Wintersporten zoals skiën, snowboarden en langlaufen
  • Krachtsporten zoals gewichtheffen of (berg)klimmen

Fitness
Fitness wordt niet door alle fysiotherapeuten aangeraden bij gewrichtspijn. Dat komt omdat bij slechte begeleiding mensen met (bijvoorbeeld) artrose zichzelf nogal eens te zwaar belasten en daarmee de boel alleen maar erger maken. Bij fitness is een goed trainingsschema noodzakelijk en moet u zelf goed opletten of u uw spieren of juist u gewrichten belast. Heeft u de dag na de workout spierpijn, dan heeft u het goed gedaan. Spierpijn wijst erop dat u spiermassa ontwikkelt. Heeft u de volgende dag (meer) last van gewrichtspijn, dan heeft u verkeerd getraind en moet u uw programma bij (laten) stellen. Doet u dat niet, dan loopt u het risico uw kraakbeen verder te beschadigen.


Adviezen bij sporten met gewrichtspijn
Sporten bij gewrichtspijn is goed, maar u moet uw eigen lichaam goed in de gaten houden. Hieronder de antwoorden op vragen als ‘hoe lang’, ‘hoe vaak’ en ‘wanneer doe ik het niet goed’.

Warming-up en cooling-down
Wat geldt voor mensen zonder gewrichtspijn, geldt dubbel en dwars voor mensen met een vorm van artritis: doe een warming-up en een cooling-down! Rek en strek voordat u gaat bewegen en zorg dat uw spieren zijn opgewarmd voordat u begint met sporten. Warm u spieren eventueel verder op met een warm gelpack (of kruik) en koel ze na het sporten af met een koud gelpack (of een zak ijs). Overleg eventueel met een fysiotherapeut of trainer over een goede warming-up en cooling-down.


Hoe vaak en hoe lang?
Het is verstandig om in ieder geval een half uur te bewegen per dag. Bij artritis is het raadzaam om minstens om de dag intensiever te bewegen, bijvoorbeeld door te sporten. Het duurt gemiddeld zo’n vier tot zes weken voordat u het effect hiervan (minder pijn) begint te merken. Dat kan frustrerend zijn, zeker omdat het in sommige gevallen zelfs nog langer kan duren. Toch is het belangrijk om door te zetten. Op pijnstillers en protheses na is bewegen op dit moment nog de enige bekende remedie om gewrichtspijn te verminderen.

Luister naar uw lichaam!
Bij alle aanbevolen activiteiten geldt: luister naar uw lichaam! Spierpijn na bewegen is goed, gewrichtspijn na een inspanning niet. U herkent gewrichtspijn eenvoudig door het stekende karakter ervan. Spierpijn geeft juist een verzuurd gevoel. Doseren is belangrijk. Voelt u na het sporten namelijk helemaal niks (ook geen spierpijn), dan bent u te mild voor uzelf geweest en was de activiteit niet intensief genoeg. Uw spieren worden dan niet sterker en uw gewrichten profiteren dus niet van uw krachtinspanning. Heeft u na het sporten juist veel en langdurig pijn (langer dan één uur), dan bent u te hard van stapel gegaan en moet u rustiger opbouwen. Andere indicatoren hiervoor zijn hevige vermoeidheid en gewrichten die verder opzwellen. Let ook op als u bepaalde bewegingen moeilijker kunt maken na het sporten.

Overleg met uw dokter!
Wat u bij artrose of artritis vooral niet moet doen is uw lichaam overbelasten. Afhankelijk van de ernst van de gewrichtsontsteking is het raadzaam om met uw huisarts of fysiotherapeut te overleggen hoeveel lichaamsbeweging verstandig is. Ga bij twijfel of hevige pijn altijd naar uw dokter.

Bron: Gezondheidsnet.nl

24-05-08

Het Guillan Barré Syndroom

Het Guillain-Barré Syndroom (GBS) is een neuromusculaire aandoening, dat wil zeggen een aandoening die leidt tot het niet of onvoldoende functioneren van de spieren. Er bestaan meer van dergelijke aandoeningen, die evenals GBS betrekkelijk zeldzaam zijn. In Nederland worden jaarlijks 150 tot 300 mensen door GBS getroffen. GBS wordt gekenmerkt door een zich snel ontwikkelende spierzwakte. De ziekte kan zich op iedere leeftijd voordoen, zowel bij mannen als vrouwen.

De ernst van de ziekte varieert sterk, van nauwelijks merkbare spierzwakte en gevoelsstoornissen tot een vrijwel volledige verlamming. Veel mensen herstellen nagenoeg volledig, al kan dit maanden en soms enkele jaren duren. Een belangrijk gedeelte van de patiënten blijft restverschijnselen houden. Er bestaat ook een chronische vorm van GBS, de chronisch inflammatoire demyeliniserende polyneuropathie (CIDP). Deze aandoening verschilt in een aantal opzichten van het GBS, onder meer in het tempo waarin de symptomen zich voordoen en de duur van de ziekte.

GBS is een ontstekingsziekte van de perifere zenuwen, dat wil zeggen van de zenuwen in o.a. armen en benen, die signalen van en naar de hersenen doorgeven. Niet alleen de bewegingszenuwen, maar ook de gevoelszenuwen kunnen worden aangetast. De bewegingszenuwen lopen van het ruggenmerg naar de spieren en geven signalen om te bewegen aan de spieren door. De gevoelszenuwen lopen vanaf de huid, spieren en gewrichten naar het ruggenmerg en geven berichten over de omgeving (zoals warmte, kou, pijn) aan de hersenen door.

Wat is de oorzaak van GBS?

GBS treedt op door een reactie van het eigen afweermechanisme: Door deze auto-immuunreactie wordt het isolatiemateriaal van de zenuw (myeline) en soms ook het ingesloten geleidende deel (axon) aangetast, waardoor signalen vertraagd of gewijzigd doorkomen. Waardoor deze verkeerde reactie van het immuunsysteem ontstaat, is niet bekend. Ongeveer 70% van de gevallen doet zich voor kort na een infectie, zoals een keelontsteking of diarree.

Verschijnselen

Kenmerkend is, dat de verschijnselen zich vrij plotseling voordoen en meestal snel in ernst toenemen. Bij beschadiging van de gevoelszenuwen kan men last hebben van gevoelloosheid, tintelingen, een "slapend" gevoel, schokjes, trillingen en dergelijke, in handen en voeten. Als de bewegingszenuwen zijn aangedaan, kan men last hebben van spierzwakte en krampen en/of verlammingsverschijnselen. Doorgaans treedt de verlamming het eerst op in de benen, zodat traplopen en opstaan uit een stoel moeilijk wordt. Ook de armspieren, ademhalingsspieren en aangezichtsspieren kunnen verlamd raken. Soms heeft dit tot gevolg, dat men (tijdelijk) niet kan spreken. Het gehoor blijft doorgaans intact. Als de ademhalingsspieren verlammen, kan ademhalingsondersteuning nodig zijn. Vooral in het begin van de ziekte kan het GBS gepaard gaan met pijnverschijnselen, met name in de rug en beenspieren.

Behandeling

Omdat in een vroeg stadium niet te voorspellen is hoe het verloop van de ziekte zal zijn, wordt, wanneer de diagnose gesteld is, een ziekenhuisopname aangeraden. Meestal wordt men opgenomen op een Intensive Care afdeling, opdat de ademhaling en andere lichaamsfuncties voortdurend kunnen worden gecontroleerd. De behandeling richt zich op het terugdringen van de ontsteking van de zenuwen en de spierzwakte en op het voorkomen van complicaties. Volgens de huidige opvattingen is het toedienen van hoge doses menselijke afweerstoffen, zogenaamde immunoglobulinen, de meeste effectieve behandelingsmethode voor het terugdringen van de ontsteking. De meeste patiënten hebben na een verblijf in het ziekenhuis, wanneer de toestand weer stabiel is, een revalidatieprogramma nodig om hun spieren weer optimaal te leren gebruiken zodra de beschadigde zenuwen zich herstellen.

Wetenschappelijk onderzoek

Wetenschappelijk onderzoek naar het GBS vindt in verscheidene landen plaats. Ook in Nederland wordt onderzoek uitgevoerd, onder andere gericht op oorzaken van het GBS en op ademhalingsproblemen. Voorts richt het onderzoek zich op toepassing van nieuwe behandelingsmethoden (dit onderzoek wordt vanuit Rotterdam gecoördineerd).

Tot slot

Doordat de verschijnselen zich zo plotseling voordoen en doorgaans snel verergeren is de confrontatie met het GBS meestal erg beangstigend. Daar komt nog bij, dat de meeste mensen die door het GBS getroffen worden nog nooit van deze ziekte gehoord hebben. Zij voelen zich dan ook vaak bang, geïsoleerd en hulpeloos, vooral kort na het optreden van de ziekte. Informatie over GBS en ervaringen van lotgenoten kunnen een belangrijke steun betekenen bij het verwerken van de emoties en problemen. Het leren omgaan met de ziekte en het vinden van een nieuw evenwicht kan daardoor minder zwaar zijn.

10:10 Gepost door Kristof in Aandoeningen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: guillan barre, gbs, neurologie |  Facebook |

17-05-08

Hardlopen? Voorkom blessures!

Enkele tips om blessures te voorkomen bij hardlopen

Hardlopen is populair. Ruim 1,6 miljoen Nederlanders lopen minstens één keer in de week hard. Wil je ook beginnen?

Denk dan wel aan het volgende:

  • Voor beginners: begin niet lukraak te lopen. Houd een trainingsschema aan (kijk op www.runnersworld.nl), of sluit je aan bij een vereniging.
  • Verhoog niet plotseling, maar geleidelijk de afstand of de intensiteit van je looptraining.
  • Neem voldoende rust tussen je trainingen door.
  • Zorg voor goede schoenen en een goede sportbeha. Laat je adviseren in een speciaalzaak.
  • Doe niet alleen een goede warming-up, maar ook een goede cooling down. Oefeningen vind je op www.hardloopschema.nl.
  • Kleine pijntjes in je gewrichten, kunnen duiden op lichte overbelasting. Dit kan geen kwaad, mits het met een rustdag is verdwenen. Als het erger wordt, kun je beter wat gas terugnemen of langs de huisarts gaan.

Bron: santeonline.nl

23:46 Gepost door Kristof in Blessures | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: lopen, hardlopen, blessures, training, advies |  Facebook |

22-04-08

Bekkeninstabiliteit

bekkenBekkeninstabiliteit is de laatste tijd behoorlijk actueel. Zo'n 1-9% van de zwangere vrouwen krijgt er mee te maken. Er wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de oorzaak.Wel weten we steeds beter hoe vrouwen met bekkeninstabiliteit behandeld moeten worden. In Rotterdam worden cursussen gegeven door het Spine and Joint Centrum over de behandeling en ook kunnen daar de "hopeloze gevallen" terecht.

Onder bekkeninstabiliteit in de zwangerschap verstaan we het verschijnsel dat de normale vergrote beweeglijkheid van de bekkengewrichten gepaard gaat met pijn en bewegingsbeperking. In de laatste zes weken van de zwangerschap verslappen de banden in het bekken onder invloed van hormonen. Daardoor is er voor het kind, tijdens de uitdrijving, meer ruimte. Meestal merkt een zwangere vrouw weinig van dit proces. Soms heeft zij wat last van pijn laag in de rug. Soms geeft de toegenomen beweeglijkheid van het bekken pijnklachten en een veranderd bewegingspatroon van de gewrichten. Deze zijn als het ware instabiel, de a.s. moeder heeft moeite met het belasten, veel pijn en een gevoel van machteloosheid.

Oorzaken
Naast de toegenomen beweeglijkheid van het bekken is er in en vooral na de zwangerschap sprake van zwakte van de buikspieren door uitrekking. Hierdoor ontstaan er problemen in de spierbalans waardoor krachten op het bekken en heupen niet goed opgevangen worden. Omdat tegenwoordig veel vrouwen een druk leven hebben (baan, huishouding, eventueel kinderen) is hun belasting groot, terwijl het lichaam (met name het bekken) in de zwangerschap minder aan kan. De activiteiten die voor de zwangerschap normaal waren, kunnen tijdens de zwangerschap voor een overbelasting zorgen.Er is vaak sprake van een hormonale component. Er zijn gevallen bekend waarin de verweking van het bandapparaat al in de derde maand begint en dus voor (te) veel ruimte in het bekken zorgt. Ook kan een moeizame bevalling bekkenklachten veroorzaken.


Klachten
Bij bekkeninstabiliteit heeft de vrouw vooral pijn op de plaats van het schaambeen, in de liesstreek of de verbindingen tussen heiligbeen en de bekkenhelften(laag in de rug). De pijn wordt vooral ervaren bij plotselinge bewegingen en bij het langer volhouden van bepaalde houdingen of bewegingen. Ook draaibewegingen kunnen veel klachten geven. Opvallend is dat soms de pijn niet tijdens de activiteit optreedt, maar pas enige tijd daarna. De pijn wordt erger bij vermoeidheid. Klachten van bekkeninstabiliteit kunnen soms al zeer vroeg in de zwangerschap ontstaan.

Behandeling
Tijdens de zwangerschap kan een manueeltherapeut de balans in het bewegen tussen lage rug en bekken verbeteren, waardoor de patiënte beter kan functioneren. Daarnaast is het belangrijk een goede houding te leren handhaven. Dit kan door middel van (huiswerk)oefeningen, waarbij de bekkenbodem- en buikspieroefeningen het belangrijkst zijn. Verder is het zaak een goed evenwicht te vinden tussen rust en bewegen. Een goed hulpmiddel is de zogenaamde bekkenband, deze geeft steun rondom het bekken en is verkrijgbaar bij uw fysiotherapeut.

Bij veel klachten is de begeleiding van een fysiotherapeut aan te bevelen, bij voorkeur één die op de hoogte is van de principes, die het Spine and Joint Centrum hanteert.

De nadruk bij deze benadering ligt op het oefenen, waarbij vooral de coördinatie in en rond het bekken van belang is. Vooral bekkenbodem-, buik- en rugspieren worden geoefend, eerst onbelast later met behulp van krachtapparatuur.

Dit beleid wordt gestart ongeveer drie tot zes weken na de bevalling, omdat het lichaam eerst enigszins moet herstellen, vooral op hormonaal gebied.
 

16-04-08

Springersknie

springersknieEen van de meest voorkomende knieklachten bij sporters is de springersknie, een overbelasting van de aanhechting van de kniepees aan de onderzijde van de knieschijf. De medische term is apexitis patellae. Deze blessure treedt vooral op bij serve-, volleyspelers en handballers, daar zij veel moeten sprinten en springen.

Ook regelmatig op harde banen spelen is een risicofactor. De klachten zijn langzaam verergerende stekende of zeurende pijn bij belasting van de knie (springen, sprinten, diep door de knieën gaan, trap lopen). Vaak voelt de knie na afloop van een training en 's morgens bij het opstaan stijf en pijnlijk aan.
Antipronatie schoenen zijn vaak de veroorzaker van knieklachten.

    Hoe voorkom je een springersknie
  • Een volledige warming-up vóór en cooling-down na de training of wedstrijd van elk tenminste 15 minuten, met voldoende aandacht voor correct uitgevoerde rekoefeningen van de bovenbeenspieren
  • Zorg voor een goede basisconditie door regelmatig te fietsen, zwemmen, steppen of hard te lopen.
  • Laat stijven bovenbeenspieren regelmatig losmasseren.
  • Voer regelmatig rek- en spierversterkende oefeningen uit.
  • Draag tennis- en hardloopschoenen met een schokdempende zool en train bij voorkeur niet op een harde ondergrond.
  • Zorg voor een geleidelijke trainingsopbouw, met name als het gaat om sprint- en sprongtraining.
    Eerste hulp
    Bij het ontstaan van knieklachten is het zinvol de knie de eerste 48 uur regelmatig 10 tot 15 minuten te koelen en rust te geven. Rust betekent stoppen met spelen en die activiteiten vermijden welke pijn veroorzaken. Een snelle en goede eerste hulp is van groot belang voor een goede genezing. Verwijs bij ernstige gevallen naar een arts.
    Hoe kunt u de training weer opbouwen?
    Op het moment dat de behandelaar aangeeft dat de genezing van de knie voldoende is gevorderd of zodra gewoon lopen zonder pijn weer mogelijk is, kan men aan de slag gaan met de opbouw van de belasting. Bij deze opbouw is pijn het signaal om rust te houden; men mag de pijngrens niet overschrijden. Immers, indien de oefeningen te zwaar en te pijnlijk zijn wordt de genezing niet bevorderd maar juist vertraagd. Op opbouw van de belasting kan in drie stappen geschieden. Deze opbouw gaat van licht naar zwaar.
  • Fase 1: verbetering van de functie
    In deze fase wordt vooral aandacht besteed aan de spierversterking en de verbetering van de coördinatie en de flexibiliteit van de bovenbeenspieren. (zie oefening 1 t/m 5 van de rek- en spierversterkende oefeningen.
  • Fase 2: opbouw van de sportbelasting
    In de tweede fase gaat de aandacht uit naar de specifieke tennisbelasting. De toename van de belasting zou in onderstaande volgorde kunnen plaatsvinden:
    • Oefening 1 t/m 7 van de rek- en spierversterkende oefeningen
    • Fietsen (van een lichte naar een zware weerstand opbouwen)
    • Hardlopen (op zachte ondergrond, draai en keeroefeningen, hardlopen of geaccidenteerd terrein
    • Minitennis en tennis tegen een oefenmuurtje
  • Fase 3: volledige sportbelasting
    Bij de volledige sprotbelasting worden de oefeningen uitgebreid, bijvoorbeeld in onderstaande volgorde:
    • Baseline tennis (uit stand)
    • Tennis drills
    • Service en smash
    • Sprongsmash en lage volleys
    • Oefenwedstrijd
    • Wedstrijdtennis
    Herhaling voorkomen
    Het is verstandig alle coördinatie- rek en spierversterkende oefeningen ook na volledig herstel regelmatig te herhalen.

    Therapie
    Raadpleeg een podotherapeut om te controleren of uw voetafwikkeling juist is. Een verkeerd looppatroon kan overbelasting geven op de spieren, pezen ene/of botten zodat recidief van de klachten kan ontstaan.
    podotherapiePodotherapeutische zolen hebben een stimulerende, corrigerende of ontlastende werking. D.w.z. het looppatroon wordt positief beinvloed zodat er geen overbelasting op de spieren, pezen en/of botten kunnen ontstaan.
    De functie van de voet wordt bepaald tijdens een uitgebreid onderzoek van 3 kwartier. Indien nodig wordt er gebruik gemaakt van gang-analyse met behulp van een computer met een drukmeetsysteem.
    Omdat iedere voet anders functioneert worden de zolen individueel gemaakt en wordt er geen gebruik gemaakt van halffabrikaten.
    Voor sporters worden speciale materialen gebruikt en een afdek dat niet glijdt.

    Verwacht resultaat
    Afhankelijk van de duur van de klachten is een goed resultaat mogelijk. Bij klachten langer dan 6 maanden is het effect minder goed. Correctie van de verkeerde voetstand is dan juist nodig.

08-04-08

Ziekte van Bechterew

De ziekte van Bechterew is een vorm van reuma. Bij mensen met deze ziekte zijn de gewrichten van het bekken en de wervelkolom ontstoken. Daardoor hebben zij vaak last van pijn en stijfheid. Na verloop van tijd kan zelfs de hele wervelkolom verstijven. De ziekte van Bechterew komt vrij veel voor (twee op de duizend Nederlanders hebben Bechterew) en vaker bij mannen dan bij vrouwen. Bij vrouwen verloopt de ziekte vaak milder.

Verschijnselen bij ziekte van Bechterew

Pijn en stijfheid onder in de rug zijn de bekendste klachten bij de ziekte van Bechterew. De rugpijn is het ergst als u 's ochtends opstaat, of wanneer u lange tijd in dezelfde houding hebt gezeten. Meestal vermindert de pijn als u wat gaat bewegen. Deze rugpijn is kenmerkend voor Bechterew. Het is ook een speciale pijn. De pijn is meestal eenzijdig, dat wil zeggen dan weer links en vervolgens weer rechts onder in de rug. Bij mensen met de ziekte van Bechterew ontsteken de gewrichtjes in de wervelkolom. De ontstekingen kunnen pijn veroorzaken aan andere gewrichten zoals de nek, schouders, heupen en het borstbeen. Op den duur kan de wervelkolom zelfs verstijven. Sommige mensen krijgen ook ontstekingen aan het borstbeen. Dat kan een benauwd gevoel geven en pijnlijk zijn. Een andere klacht waar mensen met de ziekte van Bechterew last van kunnen hebben is oogontsteking (uveïtis). Het oog is dan rood, pijnlijk, traant en u kunt geen licht verdragen. U merkt dat u een beetje wazig ziet. De oogontsteking is meestal niet schadelijk voor het oog.

Ontstaan van de ziekte

Hoe de ziekte van Bechterew precies ontstaat is niet bekend. Een mogelijke oorzaak is erfelijkheid, maar ook infecties in het lichaam (vooral van urinewegen en darmen) spelen misschien een rol. Tijdens een infectie maakt het lichaam afweerstoffen aan, die soms actief blijven als de infectie over is en u weer beter bent. Vervolgens richten deze afweerstoffen zich tegen de gewrichten van de rug. Bij bijna alle mensen met Bechterew komt in het bloed de erfelijke factor HLA-B27 voor. Mensen die de ziekte niet hebben, hebben deze stof bijna nooit in hun bloed. Toch zegt deze stof nog niet alles. De aanwezigheid van het stofje is meer een aanwijzing voor de ziekte dan een verklaring ervan.

Diagnose

Het is voor een arts moeilijk om vast te stellen of u de ziekte van Bechterew hebt. Op röntgenfoto's zijn vaak geen afwijkingen te zien. Daarom zal de arts afgaan op het lichamelijk onderzoek en op uw verhaal over de klachten. Uit het lichamelijk onderzoek blijkt of u afwijkingen hebt die kunnen duiden op Bechterew, zoals algemene stijfheid als u de rug of borstkas beweegt of pijn onder in de rug wanneer iemand erop drukt. Is uw bloedgroep HLA-B27 positief? Dan is de kans nog groter dat u de ziekte van Bechterew hebt.

Behandeling

Mensen met de ziekte van Bechterew krijgen te maken met verschillende behandelaars. De belangrijkste persoon is de reumatoloog. Daarnaast speelt de fysiotherapeut een grote rol, omdat hij u met oefeningen kan helpen om pijn en stijfheid te verminderen.

Een ergotherapeut adviseert u over hulpmiddelen en het gebruik ervan. Hij leert u ook nieuwe vaardigheden aan, zodat u zich makkelijker beweegt in het dagelijks leven, op uw werk en thuis. Als u last hebt van een oogontsteking krijgt u ook te maken met de oogarts.

Een orthopedisch chirurg ten slotte wordt ingeschakeld als u een gewrichtsoperatie moet ondergaan. De ziekte van Bechterew gaat niet over, maar een goede behandeling kan het ziekteproces wel vertragen.

Meestal bestaat de behandeling uit medicijnen om de ontstekingen te remmen en de pijn te verminderen. Welke medicijnen u uiteindelijk krijgt hangt af van uw klachten, hoe u reageert op de medicijnen en of u last hebt van bijwerkingen. De meeste mensen met Bechterew moeten deze medicijnen hun leven lang blijven slikken. Dat is niet altijd even makkelijk te accepteren. Het kan zijn dat u daar moeite mee hebt. Bespreek dat dan eens met uw arts of met mensen die dezelfde ziekte hebben (bijvoorbeeld via een patiëntenorganisatie).

Paramedische behandeling

Het belangrijkste voor mensen met de ziekte van Bechterew is om te blijven bewegen. Dat betekent veel en vaak oefeningen doen en zo lang mogelijk in beweging blijven. U kunt bijvoorbeeld deelnemen aan een van de Bechterew-oefengroepen bij u in de buurt. Hier kunt u in groepsverband gericht oefenen onder begeleiding van een kinesitherapeut / fysiotherapeut. Een Bechterew-oefengroep kan u helpen om gedisciplineerd uw oefeningen te blijven herhalen. Daarnaast is de groep ook een manier om andere mensen met Bechterew te ontmoeten.

Gevolgen van de ziekte voor het dagelijks leven

De ziekte van Bechterew verandert uw hele leven. U merkt waarschijnlijk dat u pijn hebt of sneller moe bent. Dingen die u vroeger gewoon deed, kosten u dan meer moeite. Het vraagt wat van u om op een goede manier met de ziekte om te gaan. Vaak helpt het als u praat met anderen die ook de ziekte van Bechterew hebben. Uiteindelijk zult u zelf een nieuw evenwicht moeten vinden waardoor u goed met de ziekte om kunt gaan. Bespreek dit eens met uw arts of met mensen die dezelfde ziekte hebben (voor lotgenotencontact kunt u terecht bij uw patiëntenorganisatie).

05-04-08

Voorste Kruisbandletsel

1.  Klachten

Op het moment dat de kruisband scheurt, hoort men in de meeste gevallen (80%) een 'knappend' geluid in de knie.

Door het scheuren van de kruisband ontstaat er vaak een bloeding in het kniegewricht. De knie wordt binnen enkele uren dik en dit heeft veel pijn tot gevolg. Deze pijn kan gepaard gaan met een gevoel van misselijkheid.

Symptomen van een gescheurde voorste kruisband zijn:

Na een aantal weken (2 tot 3 weken) slinkt de zwelling. De pijn verdwijnt hierdoor en de knie kan weer voorzichtig belast worden.

2.  Oorzaken

Een voorste kruisbandletsel ontstaat in de meeste gevallen tijdens een ongeluk of bij het sporten. De oorzaak is een abrupte draaibeweging in het kniegewricht. Hierbij blijft het onderbeen staan en het bovenbeen draait naar buiten. Wanneer deze beweging snel, ongecontroleerd en te ver wordt doorgevoerd, komt de kruisband onder grote spanning te staan en kan scheuren.

Denk bijvoorbeeld aan:

 Vallen terwijl je voet vaststaat
 Verstappen of uitglijden
 Direct willen omdraaien na een sprong

Naast het geheel of gedeeltelijk scheuren van de kruisband, kan er tegelijkertijd ook een letsel ontstaan aan de binnen meniscus (mediale meniscus) en/of de binnenband (mediale band).

3.  Voorste Kruisbandletsel

Midden in het kniegewricht liggen de voorste en de achterste kruisband. Samen met de binnenste en buitenste banden, en de beide menisci, zorgen de kruisbanden voor de stabiliteit van het kniegewricht. De voorste kruisband is een van de belangrijkste banden in de knie.

kruisbandDe kruisbanden voorkomen dat het onderbeen, tijdens het lopen of rennen, naar voren of naar achteren verschuift. Daarnaast voorkomen ze bepaalde draaibewegingen tussen het boven- en onderbeen. Door een ongeval (trauma) kan er een scheur in de kruisband ontstaan. Dit wordt een voorste kruisbandletsel genoemd.

Andere benamingen zijn:

 Voorste kruisbandlaesie
 Voorste kruisbandruptuur
 Voorste kruisbandinstabiliteit

4.  Diagnose

Huisarts of Eerste Hulp

Een goede diagnose is van zeer groot belang. Ga daarom direct naar de huisarts, die u eventueel doorverwijst naar de Eerste Hulp van een ziekenhuis.

De arts (huisarts of eerste hulparts) informeert en controleert:

 Hoe het letsel tot stand is gekomen
 Binnen welk tijdsbestek de knie dik is geworden
 Of u op het been kan staan (onzeker of onstabiel gevoel)
 Of de knieschijf van zijn plaats is geweest
 Of u in het verleden knieklachten heeft gehad

Is de knie al binnen enkele uren gezwollen. Dan is er grote kans dat er bloed in het gewricht aanwezig is. Vanwege de zwelling is de knie te dik en te pijnlijk om te onderzoeken. De arts ontlast de knie door het bloed uit het kniegewricht te halen (punctie). Dit gebeurt door middel van een naald en een spuit.

schuifladetestVervolgens onderzoekt de arts de bewegelijkheid van de knie. U dient hiervoor op uw rug te liggen en de knie licht te buigen. Er wordt geprobeerd het onderbeen naar voren te trekken (de schuiflade test).

Wanneer het aanvoelt alsof het onderbeen "los" van het bovenbeen kan bewegen, dan is er sprake van een voorste kruisbandletsel (knie-instabiliteit). Bij een knie met 'gezonde' kruisbanden is dit niet mogelijk.

Onderzoek en diagnose van een gezwollen knie is moeilijk. Dit gaat gepaard met veel pijn voor de patiënt. Om eventuele botbreuken of een letsel aan de meniscus uit te sluiten, worden er röntgenfoto's gemaakt.

Indien blijkt dat u geen breuk heeft aan het bot, brengt de arts een drukverband aan om de knie. Dit dient om verdere zwelling tegen te gaan. U dient uw knie enkele weken te ontlasten door te lopen met krukken.

Na enkele weken is de zwelling afgenomen. Verder onderzoek kan plaatsvinden door de orthopedisch chirurg.

5.  Behandeling

Gescheurde voorste kruisband
De orthopedisch chirurg heeft vastgesteld dat uw kruisband is gescheurd. Er zijn vervolgens twee soorten behandeling mogelijk:

 Fysiotherapie (conservatieve behandeling)
 Chirurgie (voorste kruisbandreconstructie)

Welke behandeling de beste oplossing biedt, is afhankelijk van:

 De kwaliteit van het weefsel in en rond uw knie
 Uw beroep en dagelijkse activiteiten
 Uw sportieve activiteiten
 Leeftijd

De huisarts en orthopedisch chirurg raden altijd eerst fysiotherapie aan. Indien dit niet het gewenste resultaat oplevert, dan kunt u alsnog overwegen een operatie te ondergaan.

6.  Kinesitherapie / Fysiotherapie

Via de huisarts of specialist wordt u doorverwezen naar een fysiotherapeut. Deze probeert uw knie tot rust te krijgen en te stabiliseren.

Een intensief oefenprogramma is erop gericht uw spieren rond de knie te versterken. Deze dienen zoveel mogelijk de functie van de knieband over te nemen. Het kniegewricht kan verder stabiliseren en is later weer te belasten.

Voor een goed herstel van een blessure is het belangrijk dat de belasting langzaam en geleidelijk opgevoerd wordt. Houd er rekening mee dat het scheuren van een voorste kruisband een lange en intensieve revalidatie tot gevolg heeft. U zult continue aandacht voor de spierkracht in uw knie moeten hebben.

Na afloop van het revalidatieprogramma is uw knie in principe stabiel genoeg om uw activiteiten zonder belemmering te hervatten. Indien dit niet het geval is en u herhaaldelijk veel last heeft van uw knie, kan de orthopedisch chirurg een operatie voorstellen.

7.  Operatief

De operatie (een voorste kruisbandreconstructie) is gericht op het vernieuwen van de voorste kruisband. Deze vindt plaats wanneer fysiotherapie onvoldoende effect heeft gehad en de orthopedisch chirurg besluit te opereren. Een nieuwe voorste kruisband is echter altijd minder sterk dan de oorspronkelijke.

04-12-07

ALS: Amyotrofische Laterale Sclerose

Wat is ALS?
Amyotrofische laterale sclerose (ALS) is een neuromusculaire aandoening. Dat is een aandoening die leidt tot het onvoldoende of niet functioneren van de spieren. In vijf tot tien procent van de gevallen is er sprake van een erfelijke vorm van ALS. ALS is progressief van aard, dat betekent dat iemand met deze ziekte steeds verder achteruitgaat. In Nederland zijn er zo´n zevenhonderdvijftig tot twaalfhonderd mensen met ALS.

De ziekte veroorzaakt meestal geen pijn en tast het verstand niet aan. Ook blijven de zintuigen (gevoel, smaak, gezicht, reuk en gehoor) doorgaans intact, evenals de werking van darmen en blaas. De seksuele functies blijven lang behouden. Wel worden uiteindelijk alle spieren, behalve de hartspier, aangedaan. Er bestaat een aan ALS verwante aandoening, progressieve spinale musculaire atrofie (PSMA) genaamd. Of het om PSMA of ALS gaat, wordt door neurologisch onderzoek vastgesteld.

Wat gebeurt er bij ALS?
Spieren zorgen voor beweging. Hiertoe krijgen zij, via de zenuwen, een "signaal" van de hersenen. Bij ALS is er iets mis met de zenuwbanen die de verbinding vormen tussen hersenen en spieren. De cellen van deze zenuwbanen vallen geleidelijk uit en geven geen signalen meer door aan de spieren, met als gevolg dat deze niet meer (kunnen) functioneren. Het is nog niet bekend hoe de ziekte ontstaat.

Verschijnselen
Omdat de diagnose berust op patroonherkenning, duurt het gemiddeld een jaar na de eerste tekenen voordat de diagnose met voldoende zekerheid kan worden gesteld.

Aanvankelijk is er meestal sprake van vage klachten zoals spierzwakte en moeheid, beginnend in één van de ledematen. Na enkele maanden volgen ook klachten in andere ledematen. Door verzwakking van de spieren worden eenvoudige handelingen zoals het opendraaien van een kraan of het traplopen, steeds moeilijker. Bij ongeveer eenderde van de mensen beginnen de verschijnselen in mond en keel. Men krijgt problemen met slikken. Een lichte verandering van de stem kan zich ook voordoen. De verschijnselen nemen in de loop van de tijd in ernst toe. Hoe snel dat gaat, verschilt van persoon tot persoon. In een minderheid van de gevallen lijkt de ziekte gedurende vele maanden of zelfs jaren stil te staan.

Het progressieve karakter van ALS heeft veel fysieke problemen tot gevolg en kan geestelijk moeilijk te verwerken zijn. Men wordt keer op keer geconfronteerd met een voortschrijdende beperking van bewegingen en wordt daardoor steeds afhankelijker van anderen en van hulpmiddelen. Deze lichamelijke afhankelijkheid betekent in toenemende mate een belasting voor partner, gezin of andere betrokken naasten. Ook zij hebben, zeker als ze de verzorging op zich nemen, behoefte aan begrip en steun.

Behandelingsmogelijkheden
Nadat de neuroloog de diagnose heeft gesteld, kan het ALS-team van het revalidatiecentrum of de revalidatieafdeling van een ziekenhuis een bemiddelende en coördinerende functie vervullen. In Nederland functioneren ongeveer twintig ALS-teams. In de ALS-teams werken de verschillende hulpverleners nauw samen. De ergotherapeut adviseert welke hulpmiddelen kunnen worden ingezet om zo lang mogelijk zelfstandig te functioneren. De diëtist geeft voorlichting over voeding. Als dat nodig is, adviseert de diëtist over eten en drinken in aangepaste vorm.

De fysiotherapeut/kinesist streeft naar een maximaal gebruik van de spieren. Hij kan iemand alternatieve manieren aanleren om bepaalde bewegingen zo lang mogelijk te blijven uitvoeren. Hij verzorgt de begeleiding bij de introductie van hulpmiddelen. De logopedist geeft onder meer eet- en slikinstructie zodat verslikken kan worden voorkomen. Tevens kan een maatschappelijk werker of psycholoog worden geconsulteerd. De huisarts vervult belangrijke rol bij de begeleiding van de persoon met ALS en zijn omgeving. Voor verpleegkundige hulp en assistentie bij contacten met officiële instanties kan de wijkverpleegkundige veel betekenen.

Een geneesmiddel tegen ALS is er helaas nog niet, het is hooguit mogelijk het ziekteproces iets af te remmen. Mensen met ALS krijgen vaak het middel riluzole (merknaam Rilutek) voorgeschreven. Uit onderzoek is gebleken dat dit medicijn de progressie van ALS enigszins vertraagt. Omdat het middel de ziekte remt, maar niet geneest, is het verstandig deze behandeling, wanneer men ervoor kiest, zo vroeg mogelijk in het verloop te beproeven.

Wetenschappelijk onderzoek
Er wordt op het ogenblik veel onderzoek gedaan naar de oorzaak van ALS en PSMA. Er wordt naarstig gezocht naar medicijnen. Onderzoekers uit diverse landen werken samen in internationale projecten. In Europa is er sinds 1992 op initiatief van de VSN en de ALS-diagnosewerkgroep samenwerking ontstaan op het gebied van wetenschappelijk onderzoek naar de erfelijke vorm van ALS en op het gebied van het opzetten van weefselbanken. Hierdoor wordt het onderzoek naar ALS sterk bevorderd. Ook het ALS-centrum, gevestigd in het UMCU te Utrecht en het AMC te Amsterdam, doet onderzoek naar ALS.

Meer info:    www.vsn.nl    /   www.alsliga.be    /    www.stichting-als.nl

De ziekte van Duchenne

De ziekte van Duchenne, oftewel Duchenne spierdystrofie, is een ernstige erfelijke spierziekte die de spieren aantast en verzwakt. De eerste verschijnselen zijn dikwijls al zichtbaar voor het tweede levensjaar. Op den duur kunnen de aangetaste spieren niet meer gebruikt worden. Duchenne spierdystrofie treft nagenoeg altijd jongens. In Nederland komt de ziekte van Duchenne bij één op de vierduizend pasgeboren jongens voor.

Oorzaak
Een fout in het dystrofine-gen op het X-chromosoom veroorzaakt een tekort van het eiwit dystrofine in de spiercelwand. Dit eiwit geeft de spieren veerkracht en stevigheid. Zonder dystrofine beschadigen de spiercellen en sterven ze op den duur af. Ze verdwijnen en er komt bindweefsel voor in de plaats. Duchenne spierdystrofie is een erfelijke ziekte die via de moeder wordt overgedragen. Zonen van een draagster hebben 50% kans op de aandoening, dochters hebben 50% kans om draagster te worden. In 30% van de gevallen treedt de aandoening spontaan op waarna deze weer kan worden overgedragen.

Verschijnselen
Kinderen met de ziekte van Duchenne gaan vaak laat lopen, meestal pas na achttien maanden. Omdat de beenspieren niet goed functioneren, hebben ze moeite met opstaan vanuit hurkzit of vanaf de grond. Ze duwen hun lichaam omhoog door zich met de handen op de bovenbenen af te zetten. Later blijkt al snel een motorische achterstand. Hardlopen en traplopen gaan moeizaam. Opvallend is ook dat ze vaak met de buik naar voren en een holle rug staan en lopen. Zij lopen waggelend en hebben meestal, door het op de tenen lopen, spitsvoeten. De kuiten voelen hard aan en zijn dikker dan normaal.
De spieren van met name bovenbenen en later ook de bovenarmen zijn zwak en het uithoudingsvermogen is beperkt. In de loop der jaren neemt de spierkracht af en de meeste kinderen hebben tussen hun achtste en twaalfde jaar een rolstoel nodig.

Vanaf deze leeftijd ontstaan dikwijls contracturen, dit zijn afwijkingen in de standen van de gewrichten. De gewrichten, eerst in de benen maar later ook in de ellebogen en schouders, kunnen niet meer goed bewegen. Ook de rug kan vergroeien (scoliose). Een deel van de kinderen met Duchenne spierdystrofie heeft ook een achterstand in de geestelijke ontwikkeling.
Uiteindelijk worden de ademhalingsspieren en de hartspier aangetast. Rond het twintigste levensjaar kunnen patiënten vaak niet meer zonder ondersteuning ademen.
Hoewel de ziekte wordt overgedragen op jongens, kunnen draagsters (circa 20%) ook in lichte mate klachten hebben, zoals spierkramp na inspanning. Soms komen hartspierproblemen voor.

Diagnose
De verschijnselen, het verloop van de ziekte en de familiegeschiedenis wijzen dikwijls al op de ziekte van Duchenne. Als bekend is dat de ziekte in de familie voorkomt, wordt alleen neurologisch onderzoek en bloedonderzoek gedaan. Het bloed wordt onderzocht op het voorkomen van de stof creatine kinase (CK). Bij Duchenne is het CK-gehalte sterk verhoogd. In andere gevallen vindt daarnaast een spierbiopsie plaats waarbij een stukje spier wordt weggenomen dat onder een microscoop onderzocht wordt. Hieruit blijkt afbraak en herstel van de spiervezels en er kan worden bekeken of het eiwit dystrofine normaal in het spierweefsel aanwezig is. Dit eiwit ontbreekt (bijna) helemaal bij iemand met Duchenne. Met DNA-onderzoek kan in veel gevallen ook een afwijking in het dystrofine-gen worden aangetoond.
Prenataal onderzoek naar Duchenne is meestal mogelijk. Bij een draagster kan met behulp van een vlokkentest tussen de tiende en dertiende week van de zwangerschap aangetoond worden of de vrucht mannelijk is en vervolgens of er een afwijking in het dystrofine-gen is.

Behandeling
Duchenne spierdystrofie is nog niet te genezen, het verloop van de ziekte is onomkeerbaar. De behandeling is vooral gericht op het bestrijden en verlichten van de verschijnselen. Van prednison is een positief effect op de spierkracht beschreven. Dit middel wordt meestal voorgeschreven vanaf het moment dat er sprake is van duidelijke klachten en mits er goede controle is op eventuele bijwerkingen.
Kinderen worden behandeld vanuit revalidatiecentra die gespecialiseerd zijn in spierziekten. De behandeling is gericht op het stimuleren van de ontwikkeling, lichamelijk en psychosociaal. Een revalidatiearts coördineert de behandeling en kan daarbij verschillende deskundigen inschakelen zoals een fysiotherapeut, ergotherapeut, logopedist, maatschappelijk werker of diëtist.
Soms worden patiënten geopereerd aan een verkromming van de wervelkolom. Als de ademhalingsspieren verzwakken, kan de ademhaling ´s nachts kunstmatig worden ondersteund door beademing via een neuskap of in een later stadium door permanente beademing via een gaatje in de luchtpijp (tracheostoma). Ook regelmatige controle van het hart, in principe één keer per jaar vanaf de leeftijd van tien jaar, is aangewezen. Als er afwijkingen ontstaan, kan al voordat er symptomen zijn, worden gestart met behandeling ter ondersteuning van het hart.

Wetenschappelijk onderzoek
Er wordt volop onderzoek gedaan naar nieuwe behandelingen van de ziekte van Duchenne. Een van de benaderingen is gentherapie en is gericht op het inbrengen van een ´gezond´ dystrofine-gen. Ook vindt onderzoek plaats naar het inbrengen van cellen die dystrofine kunnen aanmaken. Daarnaast wordt gewerkt aan een methode waarbij men probeert verstorende delen (exonen) van het gen over te slaan zodat er alsnog een beetje dystrofine aangemaakt wordt (´exon skipping´). Aan al deze benaderingen zitten veel haken en ogen. Het is onwaarschijnlijk dat zij op korte termijn leiden tot effectieve behandeling in de praktijk.

Meer info:    www.vsn.nl    /    www.duchenne.nl    /   www.nema.be

02-10-07

De basis van sport

zwemmenAls je gaat informeren naar een passende sport, vliegen de krachttermen je om je oren. Natuurlijk wil je je spierkracht verbeteren, je uithoudingsvermogen rekken en flexibel en lenig worden. Maar wat houdt dat precies in en hoe train je dat? Lees hier meer over die veelgebruikte termen.

Uithoudingsvermogen 
Met uithoudingsvermogen wordt vaak cardiovasculair uithoudingsvermogen bedoeld. Dit is de toestand van het hart en het bloedvatensysteem en de mogelijkheid die dit systeem heeft om bloed en zuurstof te leveren aan de spieren. Om deze capaciteit te verbeteren, dien je 3 tot 5 keer per week een aërobe activiteit te verrichten. De activiteiten moeten van gemiddelde constante intensiteit zijn en er moet vermeden worden dat je een verzuring in de spieren creëert. Om te weten of je in de goede, aërobe, hartslagzone traint, is er de praattest. Kun je nog praten tijdens de inspanning, dan kan je lichaam de belasting goed aan.

Flexibiliteit en lenigheid
Flexibiliteit is de bewegingsmogelijkheid van een gewricht waarover een spier of spiergroep loopt. Met het ouder worden en door inactiviteit worden de spieren korter waardoor de bewegingsmogelijkheid belemmerd wordt. Dit kan leiden tot snellere blessures omdat je minder flexibel kan reageren op de omgeving. Door regelmatig stretchoefeningen te doen blijf je flexibeler en krijgt de spier een grotere bewegingsmogelijkheid.

Spieruithoudingsvermogen
Als je een activiteit lang kunt volhouden train je het spieruithoudingsvermogen. Door de lange duur, en veel herhalingen bij een lage belasting creëer je nieuwe bloedvaatjes in het weefsel. Daardoor kan er meer bloed en zuurstof getransporteerd worden en kunnen meer voedingsstoffen worden opgeslagen in de spieren. Je krijgt dus meer energie en kunt prestaties langer volhouden met minder vermoeidheid.

Spierkracht
Spierkracht is de kracht van een spier(groep) tijdens één samentrekking. Een spier bestaat uit motorunits. Deze hebben een aantal eigenschappen: ze kunnen samentrekken of ontspannen, of ze kunnen met meerdere motorunits samenwerken. Het vaak aan en uitgaan van een motorunit of het samenwerken van verschillende motorunits levert spierkracht op. Door regelmatige herhaling zal een spier of spiergroep zich aanpassen aan deze belasting en daardoor sterker en dikker worden. De dwarsdoorsnede wordt groter.


Snelheid
Snelheid wordt wel eens uitgelegd als het vangen van een vlieg. Snelheid staat altijd in dienst van uithoudingsvermogen of kracht. Voor de eenvoudige sporter is het belangrijk om te onthouden dat onderbreking van tempo of ritme fijn is voor het lichaam. Je moet dus niet steeds hetzelfde patroon in je trainingen toepassen, maar ook af en toe korte intensieve acties inlassen.

 

Coördinatie
Samenwerking tussen het centraal zenuwstelsel en de spieren heet coördinatie. Hoe sneller de actie verloopt, hoe meer coördinatie nodig is. Probeer nieuwe oefeningen dus langzaam aan te leren en ga pas later, als je de techniek goed onder de knie hebt, het tempo verhogen.

Bron: GezondheidsNet.nl

30-09-07

Sporten zonder blessures

mountainbikenSporten is gezond, daar bestaat geen twijfel over. Maar wie er onvoldoende voorbereid aan begint of niet over het ideale materiaal beschikt, loopt het risico op ernstige blessures. Welke sporten zijn geschikt voor u? Waarop moet u letten bij de aankoop van uw materiaal en kleding? Hoe voorkomt u de meest courante blessures? En waarom zegt u bij een blessure niet SMILE, maar ICE?

Wie een inspanning levert zonder een aangepaste opwarming zondigt niet alleen tegen een van de basisprincipes van het gezond sporten, maar ook van het gezond verstand. Een goede opwarming voorkomt niet alleen letsels, maar verbetert ook de prestaties. Actief bewegen van de belangrijkste spiergroepen van het lichaam tijdens de opwarming verhoogt de lichaamstemperatuur. Daardoor neemt ook de doorbloeding van de spieren toe, wat hun elasticiteit ten goede komt. Zachtjes lopen, huppelen, touwtje springen, fietsen op een hometrainer,... het zijn maar enkele van de mogelijkheden. En die moet u zeker een tiental minuten volhouden. Een opwarming moet geleidelijk aan gebeuren, maar wel zo dat de spiertemperatuur toeneemt en zonder dat vermoeidheid optreedt of de energiereserves worden aangesproken.

Na deze eerste fase van de opwarming kunnen eventueel een aantal stretch- of rekoefeningen aan bod komen om de lenigheid te bevorderen. Bovendien zijn spieren die gerokken zijn, minder gespannen wat de doorbloeding en zuurstofvoorziening ten goede komt. Statisch rekken van de spieren gedurende 8 tot 15 seconden is voldoende om dit effect te bereiken. Stretch echter nooit zonder eerst op te warmen. En tracht na het stretchen zoveel mogelijk te ontspannen door de spieren even los te schudden.

Even afkoelen achteraf

Afkoelen na het sporten (de coolingdown) is even belangrijk als de opwarming voordien. Het lichaam moet geleidelijk kunnen terugkeren naar zijn oorspronkelijke rusttoestand en kunnen herstellen van de geleverde inspanning. Te bruusk stoppen kan spierklachten veroorzaken. Vandaar dat ook na het sporten enkele rekoefeningen aan te bevelen zijn, plus nog even uitlopen. Dit is ontspannend voor de spieren en bovendien worden de afvalstoffen die zich in de spieren hebben opgeslagen versneld afgevoerd.

Een goede massage kan eveneens zorgen voor een betere afvoer van afvalstoffen en zal de spierspanning verminderen. Hebt u echter plaatselijk spierpijn aan uw sportprestatie overgehouden die zou kunnen wijzen op een letsel, vermijd dan massage. Het zou de gekwetste spier meer kwaad dan goed kunnen doen. Ook een sauna of een warm bad kan een weldadig effect hebben na een inspanning.

De geschikte kleding

Moet je over een blitse outfit beschikken om te kunnen sporten? Zeker niet. Maar de kleding moet wel aan een aantal basisvoorwaarden voldoen.

  • Wie een inspanning levert, zweet. Een deel van dat zweet verdampt, de rest wordt opgenomen door de kleding. Goede sportkledij is dan ook in staat vocht gemakkelijk op te nemen, maar moet er ook voor zorgen dat het vocht naar buiten kan. Vermijd puur katoen. Dit neemt het zweet op, maar laat het niet door waardoor de kledij nat wordt en dat voelt oncomfortabel aan. Gore-tex is een ideale stof voor sportkledij, maar niet goedkoop. Ook heel po-pulair is lycravezel.
  • Bij warm weer is de kleding het best loszittend en licht van kleur. Bij koud weer draagt u bij voorkeur meerdere lagen: een onderste laag die het zweet absorbeert, een middenlaag die warmte biedt en een bovenlaag die beschermt tegen wind en regen en toch toelaat dat het zweet verdampt. Vergeet bij koud weer geen muts te dragen. 50% van onze lichaamswarmte verdwijnt via het hoofd.
  • Sportkledij moet makkelijk te onderhouden zijn. Na elke sportprestatie moet ze gewassen kunnen worden.
  • Elk onderdeel van de sportkledij moet makkelijk zitten. Te strakke kledij belemmert de doorbloeding en kan spierkrampen en huidirritatie veroorzaken. Let ook op voor naden, labels in kledij of andere oneffenheden die over de huid kunnen schuren en blaren vormen.
  • Kousen moeten zeker goed passen. Tegenwoordig bestaan er kousen die specifiek gemaakt zijn voor bepaalde sporten en op gevoelige plaatsen extra bescherming bieden. Goede sportkousen zijn meestal vervaardigd uit kunstvezels (acryl, coolmax, polartec) ofwel uit wol of katoen gemengd met synthetische vezels.
  • Voor dames is een sportbeha raadzaam. Die heeft geen beugels, haakjes of andere elementen die verwondingen kunnen veroorzaken. Vrouwen met een grote cupmaat dragen het best een beha met twee aparte (naadloze) cups van niet-elastisch materiaal en met een elastische onderband. Vanzelfsprekend geldt ook hier: liefst een ademend materiaal en geen zuiver katoen.


Sportschoenen

Geschikte sportschoenen aantrekken, speelt een belangrijke rol in de preventie van sportletsels. Investeren in een degelijk paar sportschoenen is dan ook geen overbodige luxe. Het kan vooral helpen om enkelverzwikkingen, achillespeesontstekingen, scheenbeenirritatie en knieklachten te voorkomen.

Een sportschoen moet:

  • een aangepaste zool hebben die ervoor zorgt dat de schoen een stevige grip heeft op de ondergrond zonder te stroef te zijn. Is het zoolprofiel niet aangepast, dan glijdt u makkelijker weg of blokkeert uw voet, waarbij spierverrekkingen of spierscheuren kunnen optreden.
  • een ingebouwde schokdemper hebben die zoveel mogelijk van de schokken opvangt om de gewrichten te ontlasten. Zo voorkomt u enkel-, knie-, heup- en rugproblemen.
  • een goede pasvorm hebben zodat hij de voet volledig omsluit zonder te knellen maar ook zonder overtollige ruimte. Koop dus geen sportschoenen in een bevlieging. Neem rustig de tijd om te passen en te vergelijken. Ga eventueel naar een gespecialiseerde zaak waar men ook sportschoenen heeft voor mensen met afwijkende voeten (platvoeten, holvoeten,...).
  • tegelijk het transpiratievocht naar buiten laten en het vocht van buitenaf tegenhouden.

Vergeet ook niet dat een sportschoen geen eeuwig leven heeft. Met versleten schoenen verder sporten, vergroot de kans op blessures. Koop nieuwe sportschoenen bij voorkeur op het einde van de dag. Dan zijn uw voeten groter. Draag bij het passen dezelfde sokken als tijdens het sporten. En pas steeds beide schoenen want weinig mensen beschikken over twee compleet identieke voeten.

Bescherming waar nodig

Vaak is het misplaatste ijdelheid die de sporters ervan weerhoudt de nodige beschermkledij te dragen. Plus het feit dat voor heel wat sporten geen normen of voorschriften inzake beschermingsmateriaal voorhanden zijn. Toch kan een degelijke bescherming van goudwaarde zijn.

  • Elke fietser moet een degelijke fietshelm dragen, met een harde buitenlaag en een zachte binnenkant. Het is belangrijk dat de helm goed kan vastgemaakt worden en perfect past. Dit betekent dat hij niet knelt, en toch stevig op het hoofd blijft zitten wanneer u enkele malen met uw hoofd knikt zonder dat de sluitingen dicht zijn. Stapt u echt op de fiets, dan doet u de sluitingen vanzelfsprekend wél dicht!
  • Wie buiten sport, beschermt de ogen tegen de zon. Een sportzonnebril met onbreekbare glazen (uit policarbonaat) voorkomt dat de bril bij een val voor letsels zorgt.
  • Wie aan wielrennen of Nordic walking doet, beschermt de handen tegen blaren door middel van geschikte handschoenen.
  • Wie buiten sport, zorgt dat hij gezien wordt. Reflecterende kledij is een absolute noodzaak voor fietsers, wandelaars, joggers,... zeker bij mist of duisternis.


ICE-regel

De algemeen aanvaarde standaardaanpak voor de eerste zorgen bij een acuut sportletsel (verstuiking, kneuzing, spier- of peesscheuren, verrekking) kan in één letterwoord worden samengevat: ICE.

Het volledige letterwoord Ice is het Engelse woord voor ijs en laat aan duidelijkheid niets te gissen over: de eerste aanpak bestaat er altijd in de getroffen plek intensief te koelen. Intensief betekent gedurende 10 tot 15 minuten met behulp van koud water, een zak met ijsblokjes of een Cold Pack. Leg wel steeds een doekje tussen de huid en het ijs om bevriezing te voorkomen. Het afkoelen helpt tegen pijn, zwelling en bloeduitstorting.

Elk van de letters van ICE staat voor de volgende handelingen.

  • De I staat voor immobilisatie. Het geblesseerde lichaamsdeel mag niet meer belast worden en moet zoveel mogelijk onbeweeglijk gehouden worden.
  • De C staat voor compressie. Leg een drukverband aan met de bedoeling de gewrichten te ondersteunen en te immobiliseren en de zwelling te beperken. Gebruik hiervoor bij voorkeur een elastische zwachtel. Controleer regelmatig of het verband niet te strak zit.
  • De E staat voor elevatie (verhoging). Leg iets onder het getroffen lidmaat zodat het hoger ligt dan horizontaal, liefst boven harthoogte.

Voldoende drinken

Voldoende drinken tijdens een inspanning is absoluut noodzakelijk. Een vermindering van het totale lichaamsvocht door transpiratie met 1% -en daarvoor moet u nauwelijks een inspanning doen- geeft algauw een daling van de inspanningscapaciteit van 10%. Zeker op een zonnige zomerdag moet terdege rekening gehouden worden met de hitte. Het lichaam moet dan immers extra moeite doen om zijn warmte kwijt te geraken en doet dat enerzijds door meer te zweten en anderzijds door de bloedvaatjes in de huid wijdopen te zetten. Dit betekent concreet dat het bloed zich herverdeelt en er meer bloed door de huid en minder door de spieren vloeit.

Bij droog en zonnig weer, gecombineerd met een lage luchtvochtigheid merkt u nauwelijks dat u zweet. En dat is verraderlijk. U kunt onder die omstandigheden makkelijk tot 2 liter vocht per uur verliezen en dat moet gecompenseerd worden, zoniet treden uitdrogingsverschijnselen op: hoofdpijn, duizeligheid, krampen verwardheid, krachtverlies,...

Regelmatige drinkpauzes zijn noodzakelijk, zelfs wanneer u geen dorst hebt. Dorst treedt namelijk pas op als u al te veel vocht verloren hebt. Alleen bij extreme duursporten zoals een marathon in grote hitte kan te veel drinken gevaarlijk zijn omdat de balans tussen vocht en zout in het lichaam erdoor verstoord kan worden. Een krantenkop zoals "Marathonloper drinkt zich dood" hoeft dus geen leugen te zijn. Maar voor een amateursporter is dit risico uiterst klein.

29-09-07

Revalidatie na Enkelverstuiking

enkelverstuikingHet meest voorkomende sportletsel is de enkelverzwikking: maar liefst 15% van de sportletsels is er één. Wanneer een gewricht omzwikt, dan kunnen de banden rondom het gewricht uitrekken of zelfs scheuren. Dit noemt men een verstuiking of verzwikking. 

 

 


De enkelverstuiking wordt ingedeeld in drie graden (oplopend naar ernst).
Graad 1:
Lichte oprekking en een geringe scheuring van hooguit 1 gewrichtsband. Zonodig is deskundige hulp gewenst.
Graad 2:
Twee banden en gewrichtskapsel zijn zodanig ingescheurd dat er teveel speling in het enkelgewricht ontstaat. Deskundige hulp is gewenst.
Graad 3:
De schade is hierbij zo groot dat het enkelgewricht volledig instabiel is. Dan zijn alle drie banden afgescheurd (deskundige hulp is noodzakelijk)
 
Een verzwikking gaat (vaak) gepaard met:

  • zwelling
  • (blauwe) verkleuring
  • pijn
  • belemmering bij het strekken en/of buigen van het enkelgewricht

EHBO: Wat moet je doen?

Pas de ICE-regel toe:
ICE = koel met water, ijs of cold-pack gedurende 15 tot 20 minuten (leg altijd een doek tussen huid en ijs of cold-pack).
I = Immobiliseren; zorg dat het lichaamsdeel niet beweegt of gebruikt wordt om op te steunen.
C = Compressie; leg een drukverband aan.
E = Elevatie; houd het lichaamsdeel boven harthoogte.
 
Herhaal het koelen de eerste 48 uur enkele malen per dag.
Raadpleeg een arts bij aanhoudende pijn, (twijfel over) een botbreuk en/of ernstig bandletsel.
 
Laat bij een kneuzing of verstuiking een ondersteunende tape aanleggen door een opgeleide kinesitherapeut.

Revalidatie

Om zo goed en snel mogelijk te herstellen van een enkelverstuiking volgen hieronder enkele aandachtspunten. Het tempo waarop je de revalidatie doorloopt, is afhankelijk van de ernst van de blessure. Pijn of een hernieuwde zwelling zijn signalen om in de revalidatie een stapje terug te doen.

0-2 dagen
* Voor de eerste twee dagen geldt altijd ICE.
* Koel de eerste week iedere keer na het oefenen.
2-4 dagen
* Voorzie de enkel van een achterspalk, tape of brace.
* Belast de enkel niet; het lopen met krukken voorkomt dat het volledige lichaamsgewicht op de enkel terechtkomt.
* Oefen lichtjes zittend met afhangend onderbeen het buigen en strekken van de enkel.
4-7 dagen
* Steun - zoveel als de pijn toelaat - met behulp van kruk(ken) op het geblesseerde been.
7-14 dagen
* Gebruik geen krukken meer.
* Fiets of zwem dagelijks 5 - 30 minuten om de conditie op peil te houden.
* Doe oefeningen om de lenigheid van de kuitspieren te bevorderen.

15-21 dagen
* Doe looptraining op een vlakke, niet gladde ondergrond.
* Tape de enkel in (of draag een brace).
* Doe oefeningen om de voet- en enkelspieren te versterken.
* Blijf oefeningen doen om de lenigheid van de kuitspieren te bevorderen.
vanaf dag 21
* Voer looptraining uit op oneffen terrein.
* Breid de training uit met sprints-, loop-, stop- en schaatssprongen. Wanneer deze oefeningen geen problemen meer geven, kun je met de reguliere training meedoen.
vanaf dag 28
* Pas bij voldoende fitheid en coördinatievermogen kun je weer volledig deelnemen aan wedstrijden.

Preventieve maatregelen (herhaling voorkomen)

  • Goed steunend schoeisel verkleint de kans op enkelletsel.
  • Versterking van de spierkracht en coördinatie van de voet- en enkelspieren.
  • Het tapen van gewrichten of een brace kan blessures voorkomen. Bij tapen worden er zodanig stroken tape aangelegd dat de gewrichtsbanden extra steun krijgen. Een brace heeft hetzelfde effect als een goed aangelegd tapeverband.
  • Zorg voor een onbeperkte bewegingsuitslag van de enkel om de voet bij hardlopen en springen weer goed te kunnen afwikkelen.
  • Volledig herstel is de beste methode om herhaling te voorkomen. Revalidatie- en aangepaste trainingen bevorderen het herstel.

25-09-07

Patiënt weet te weinig over risico's operatie

Patiëntenfolders kunnen beter, zo concludeert Test Gezondheid uit een rondvraag bij 27 algemene ziekenhuizen, of een vierde van het totaal in Vlaanderen. Om te beginnen hebben ze niet allemaal informatie op papier: voor courante ingrepen als het plaatsen van een heupprothese blijken 15 ziekenhuizen over een infobrochure te beschikken en over de verwijdering van spataders kunnen 8 van de 27 ziekenhuizen informatie op papier meegeven.
Als folders wel beschikbaar zijn, blijken ze vaak onvoldoende informatie te bevatten om een 'geïnformeerde toestemming' te kunnen geven, zoals de kaderwet op de patiëntenrechten van 2002 nochtans aanbeveelt.

Er wordt volgens Test Gezondheid te weinig informatie gegeven over de mogelijk alternatieve behandelingen, de nevenwerkingen, de kansen op succes, de levensduur van een prothese of het risico op een slechte afloop of herval.

Het Universitair Ziekenhuis Brussel en zijn tegenhanger uit Gent betreuren dat bij deze enquête geen rekening is gehouden met de 'mondelinge overdracht', of het gesprek tussen de arts en de patiënt. Precies daarom deden deze ziekenhuizen niet mee aan deze enquête.

'De wet op de patiëntenrechten, nu vijf jaar oud, schrijft voor dat de patiënt tijdig en voldoende geïnformeerd moet zijn over alle mogelijke aspecten en gevolgen van een behandeling of ingreep', zegt Ivo Mechels, de woordvoerder van Test-Aankoop. 'In principe kan dat mondeling, maar de informatie moet schriftelijk wanneer de patiënt erom vraagt.'

'Er is ook een psychologische reden, want mensen die voor een ingreep staan, zijn altijd een beetje van de kaart. Ik heb het deze zomer zelf meegemaakt. Je zit daar als leek in een dokterskabinet, en je bent niet vertrouwd met al die termen. Je pikt niet alle informatie op die artsen je mondeling toestoppen. Het is gewoon handiger als je dat thuis nog eens kan nalezen.'

Test-Gezondheid stelt voor dat ziekenhuizen gaan samenwerken om gezamenlijk goede infofolders per ingreep te maken. Elk ziekenhuis zou ook een centrale verantwoordelijke moeten hebben die belast is met het opvolgen en coördineren van de patiënteninformatie.

Het Vlaams Patiëntenplatform is het zeker ook met die laatste stelling eens. Coördinator Ilse Weegmans: 'Een folder kan nuttig zijn, maar informatieverstrekking is zoveel meer. Het is iets wat gedurende de hele behandeling op peil moet worden gehouden.'

Test-Aankoop opent tijdelijk, tot en met 5 oktober, een telefonische permanentie voor al wie problemen ervaart met informatieverstrekking in het ziekenhuis: 02-542.33.94

18-09-07

Overzicht verschillende soorten Bursitis

Inleiding 

Een bursa is een met vocht gevuld zakje dat als een soort kussentje functioneert en de wrijving voor het lichaam op bepaalde gevoelige plaatsen gaat verminderen zodat er minder frictie ontstaat.

De grootste bursa's liggen op of rond de pezen van de grote gewrichten zoals de elleboog, de heup en de knie. Wanneer deze bursa ontstoken raakt dan spreken we van een "bursitis".

De bursitis is meestal een tijdelijke aandoening, het kan wat pijn geven en wat vermindering van de beweging maar geeft bij een adequate behandeling weinig grote moeilijkheden.

Oorzaken

De meest frequente oorzaak van een bursitis zijn een overbelasting en een kwetsuur, in het geval er echter ook een bijkomende infectie optreedt, is er ook een associatie mogelijk met diabetes (suikerziekte), artrose, en schildklier-afwijkingen.

Symptomen

Alhoewel voor iedereen verschillend zijn de volgende symptomen het meest frequent bij een bursitis:

  • Bursitis kan pijn veroorzaken, een locale zwelling en een verminderde beweeglijkheid. Indien het een opervlakkige slijmbeurs betreft kan er ook een roodheid gezien worden.

  • Een chronische bursitis kan herhaalde aanvallen van pijn, zwelling en locale overgevoeligheid uitlokken, op langere termijn kan dit een aantasting van de spieren geven met een verminderde functie en beweeglijkheid als gevolg.

  • De symptomen van een bursitis kunnen echter ook lijken op symptomen van andere aandoeningen, contacteer dan ook altijd een arts.

Risicofactoren

Bursitis komt meer voor bij mensen met een minder goede algemene toestand en bij mensen die een slechte houding aannemen bij het werk of hobby en zo een overbelasting teweeg brengen.

Soorten Bursitis

Alhoewel de bursitis op zeer veel verschillende plaatsen kan ontstaan zijn dit de meest frequent aangetaste regio's:

  • Achillespeesbursitis

Door het dragen van slecht aanpassende schoenen die teveel druk geven achteraan op de hiel kan er teveel frictie ontstaan en kan op die manier een bursitis van één van beide bursa's in deze zone ontstaan.

  • Heupbursitis

Ook genaamd de bursa trochanterica. Deze aandoening is meest frequent bij vrouwen op middelbare leeftijd en wordt veroorzaakt door een ongeval, overbelasting, na een locale ingreep of bij artrose laag in de rug.

  • Elleboogbursitis

Elleboog bursitis is veroorzaakt door een ontsteking van de bursa achteraan op het ellebooggewricht, ze bevindt zich tussen de huid en het bot van de elleboog. Ze wordt veelal veroorzaakt door een val of door een te langdurig druk op de elleboog (leunen op een hard oppervlak).

  • Kniebursitis

Deze bursitis aan de zijkant van de knie wordt ook de "ganzevoet bursitis" genoemd omdat ze gelegen is tussen de huid en de aanhechting van de drie sterke hamstring pezen op het onderbeen (de ganzevoet pezen).
Ze wordt veroorzaakt door overgewicht, te sterk aangespannen hamstringspieren, te weinig stretchen voor het sporten, artrose of een verkeerde belasting van de knie (nieuwe sportschoenen?)

  • Knieschijfbursitis of patersknie

Deze wordt ook de prepatellaire bursitis genoemd en is zeer frequent bij mensen die veel op de knieën zitten (parketleggers, loodgieters, ...)

15-08-07

De duim prothese

Inleiding

Op het ogenblik dat de niet-chirurgische behandelingen voor de artrose of slijtage van uw duimgewricht niet meer voldoende adequaat zijn, kan het aangewezen zijn om een ingreep uit te voeren, de zogenaamde arthroplastie.

In de hieronder volgende tekst wil ik wat meer uitleg geven over het onderliggende ziektebeeld en de mogelijke behandelingen ervan.

Anatomie


CMCHet probleem zit in het kleine CMC gewricht, CMC staat voor Carpo Meta Carpaal gewricht (zie foto links).

Met de leeftijd en het gebruik van het gewricht treedt er echter een langzame slijtage op, het kraakbeen wordt brozer en begint langzaam af te brokkelen. Hierdoor vermindert de soepelheid en de beweeglijkheid en zal er ook pijn ontstaan.

Oorzaken

Artrose of slijtage van het gewricht is een langzame aantasting van de structuur van de gewrichtsoppervlakken, voornamelijk aan de basis van de duim ter hoogte van de eerste metacarpaal.

Symptomen

Pijn is het voornaamste symptoom: voornamelijk pijn geassocieerd met bewegingen van de duim.
Deze pijn treedt voornamelijk op na de activiteit: na een paar minuten rusten is er een progressief toenemende, knagende pijn aan de basis van de duim aanwezig.

Opmerkelijk zijn vaak de pijnscheuten bij het kracht zetten op de duim: iets zwaar vastpakken of iets opendraaien is zeer pijnlijk.

De beweeglijkheid wordt progressief minder en er zijn in gevorderde stadia crepitaties aanwezig, dit is een voel- en hoorbaar gekraak over het gewrichtje.

Diagnosestelling

Eerst heeft u met uw arts een grondig gesprek, met navraag van eventuele vroegere letsels van uw duim, dit is mede van belang voor de eventuele behandeling. Daarna gebeurt een klinisch onderzoek van uw duim met nazicht van de actieve en passieve beweeglijkheid van uw duim en eventuele aanwezige contracturen.

Voor de ingreep worden er RX opnames gemaakt van het aangetaste gewricht.

Behandeling

Initieel zal een poging gedaan worden om uw letsel conservatief, dit is zonder ingreep, te gaan behandelen. In vroegtijdige stadia van de slijtage kan hiermee zeker een gunstig effect bereikt worden. Naarmate de slijtage echter meer uitgesproken is, is de kans op een langdurig gunstig effect echter kleiner geworden.

Niet-operatieve behandeling

  • brace duimBrace
    Het dragen van een brace (zie foto links), een stevig afneembaar verband rond de duim, kan zeker een verlichting van de pijnklachten geven. Hierdoor wordt de beweeglijkheid van de duim verminderd en is er ook minder kracht op het gewricht.
  • Medicatie
    Een pijnstillend en ontstekingsremmend product geeft vaak ook goede resultaten.
  • Kine
    Met aandacht voor een ontstekingsremmende behandeling in combinatie met oefeningen om het gewricht soepel te houden.
  • cortisone duimCortisone injectie
    Een injectie in het gewricht geeft vaak een, tijdelijke, vermindering van de pijnklachten. Cortisone is immers een zeer krachtig, ontstekingsremmend product. Het effect duurt een aantal weken tot maanden.

Operatieve behandeling

   1.  Doelstelling van operatieve behandeling

De arthrotische gewrichtsoppervlaktes worden langzaam maar zeker de bron van pijn, stijfheid en zwelling van het gewrichtje. Net als bij heup en kniegewrichten kan ook in de duim gebruik gemaakt worden van een kunstgewrichtje, de beschadigde gewrichts-oppervlaktes worden vervangen door nieuwe, kunstmatige oppervlaktes die de patiënt weer toe laten om pijnloos de dagdagelijkse activiteiten te hernemen.

In tegenstelling tot een fusie ingreep, waarbij de beide beenderen tegen elkaar vast gezet worden, laat de prothese toe de pijn weg te nemen, maar tegelijk ook een quasi normale beweeglijkheid en kracht van het gewricht van de duim te behouden.

De beslissing om tot een operatieve ingreep over te gaan is een gemeenschappelijke beslissing in overleg met uw huisarts, uzelf en de orthopedische chirurg. Het is van belang dat u op voorhand zoveel mogelijk afweet over de gevolgde procedure en als u vragen hebt, dat u die dan op voorhand met uw huisarts of specialist bespreekt!

   2.  De ingreep zelf

De ingreep zelf neemt ongeveer 45 minuten in beslag, ze kan gebeuren onder een plaatselijke of locoregionale narcose waarbij enkel uw arm verdoofd wordt. Dit is de anesthesie techniek die bij ons routinegewijs aangewend wordt.

Indien u dat echter wenst, kan ze ook gebeuren onder een algemene verdoving.

De doelstelling van de ingreep is om de aangetaste kraakbeenoppervlaktes van het duimgewricht te vervangen door kunstmatige oppervlakken die een nieuw soepel gewricht maken.

08:26 Gepost door Kristof in Behandeling | Permalink | Commentaren (1) | Email dit | Tags: brace, duim, duimprothese, hand, operatie |  Facebook |

09-08-07

Carpal Tunnel Syndroom

Het carpal tunnel syndroom is een zeer frequente aandoening van de hand en de pols. De symptomen beginnen op het moment dat de nervus medianus, één van de belangrijke zenuwen van de hand, gekneld raakt in de carpale tunnel in de hand. Dit soort aandoening wordt een zenuw entrapment genoemd.

Iedere aandoening die de grootte van de carpale tunnel in de hand doet afnemen kan dus de oorzaak zijn van een carpal tunnel syndroom.

Deze aandoening kwam de laatste jaren meer in de kijker te staan omdat ze gelinkt werd aan het veelvoudig en langdurig werken op de computer, het is echter duidelijk dat ze met vele andere activiteiten net zo zeer verbonden is!

carpal syndroom

Oorzaken

Twee belangrijke factoren kunnen verantwoordelijk zijn voor een carpal tunnel syndroom:

  • Ofwel wordt de inhoud van de tunnel groter: een ernstig trauma of een breuk van de pols kan leiden tot een uitgesproken zwelling van de structuren in en rond de tunnel.
  • Anderzijds kan een breuk van de pols er ook toe leiden dat de tunnel zelf verkleind wordt :een stuk bot kan zodanig verschuiven dat de tunnel een andere, kleinere vorm krijgt.

Er zijn ook een aantal risicofactoren bij mensen die handenarbeid of andere activiteiten uitvoeren:

  • Veel kracht zetten
  • Veel in dezelfde stand met de pols werken
  • Een abnormale of overdreven buig of overstrek stand van de pols
  • Heel veel dezelfde beweging uitvoeren
  • Temperatuur
  • Trillingen

Een van deze factoren alleen kan niet een CTS (carpal tunnel syndroom) veroorzaken, het is steeds een combinatie van een aantal risico factoren dat verantwoordelijk is. Een aantal studies hebben ook aangetoond dat roken, obesitas en overmatige cafeïne inname belangrijke factoren kunnen zijn die aanleiding kunnen geven tot een grotere gevoeligheid om een CTS te ontwikkelen.

Door de toenemende en constante druk op de zenuw gaat de bloedtoevoer naar de zenuw verminderen, op termijn kan hierdoor littekenweefsel ontstaan. In het begin kan het letsel volledig hersteld worden, bij langer durende druk op de zenuw is het echter mogelijk dat de zenuw dusdanig is beschadigd dat het letsel onherstelbaar wordt.

Symptomen

Een van de eerste symptomen van een carpal tunnel syndroom is een geleidelijk toenemende voosheid gecombineerd met tintelingen in het gebied dat door de nervus medianus wordt bezenuwd. Vaak wordt dat gevolgd door een doffe, diepe pijn in de hand en de vingers.
Zeer typisch is de nachtelijke pijn en het gevoel dat de hand slaapt, voornamelijk in de nachtelijke uren na een paar uur slaap. Soms is het ook mogelijk dat de pijn uitstraalt naar boven toe, naar de elleboog en zelfs naar de schouder toe.

Op langere termijn worden ook de spieren van de duim aangetast, ze worden zwakker en het spiervolume van de duim neemt af, dit heet spieratrofie. Dan wordt het al moeilijk om een naald of een glas water op te heffen, soms laat men het gewoon vallen omdat het gevoel en de kracht zo sterk zijn afgenomen.

Diagnose

Alles begint met een grondig klinisch onderzoek van uw hand en een uitgebreid gesprek met aandacht voor uw symptomen, eventuele behandelingen die u al hebt gehad, etc.

Meestal wordt een electromyografie uitgevoerd. In die gevallen waarbij het CTS is ontstaan na een fractuur kan een bijkomende RX opname of eventueel een CT scan aangewezen zijn.

Behandeling

    1. De niet-operatieve behandeling

De activiteiten die verantwoordelijk zijn voor uw CTS moeten aangepast of mogelijk gestopt worden. Vermijd repetitieve bewegingen van de hand en de pols, overdreven veel kracht zetten op de hand en pols, en extreme posities van de pols.
Probeer het roken te stoppen en vermijd overmatige cafeïne inname.

In de vroegtijdige stadia van het CTS kan een polsbrace enige verbetering van de klachten geven. De brace houdt de pols namelijk in een rustpositie, extreme buig en strekbewegingen zijn niet mogelijk. In deze stand is het polskanaal ook het grootst, dit geeft een zo comfortabel mogelijke ruimte aan de zenuw. Voornamelijk 's nachts is er een duidelijke afname van de pijn, de brace verhindert dat uw pols in een abnormale stand tijdens de slaap wordt geplooid.

Ontstekingsremmende medicatie kan helpen om de zwelling weg te nemen, indirect is er dan ook een vermindering van de symptomen.

Indien deze eerste stappen niet helpen om uw symptomen van CTS te verminderen kan een Cortisone injectie worden gegeven in de carpal tunnel. Cortisone is een zeer sterk ontstekingsremmend product dat de zwelling in de tunnel kan doen verminderen en een, tijdelijke, afname van de klachten geeft.

    2.  De operatieve behandeling

Op het moment dat alle pogingen om u van uw klachten af te helpen, falen, is het aangewezen om een kleine chirurgische ingreep uit te voeren en de druk op uw zenuw weg te nemen. Door de druk op de zenuw weg te nemen kan men spreken van een bijna ogenblikkelijk herstel en vallen de pijnklachten quasi direct weg. Dit op voorwaarde dat het letsel niet al te langdurig bestaan heeft en er geen onherroepelijke schade is aan de zenuw.

De ingreep gebeurt meestal onder een locoregionale of plaatselijke verdoving, slechts uitzonderlijk zal geopteerd worden voor een algemene verdoving.

Er zijn twee mogelijkheden:

  • de open techniek
  • de endoscopische techniek

De open techniek

Hierbij wordt een insnede gemaakt over de pols en hand en wordt de zenuw onder direct zicht vrijgemaakt. Ik gebruik deze techniek nog maar zeer sporadisch, enkel bij fracturen of oude letsels wordt deze techniek nog gebruikt.

De endoscopische techniek

Hierbij wordt een kleine incisie gemaakt over het polsgewricht, een paar dilatators worden onder het ligament geschoven om een kleine tunnel te creëren en eventuele vergroeiing van de zenuw of de pezen met het dak van de tunnel los te maken.

Vervolgens wordt een kleine glasvezelkabel camera wordt ingebracht en het ligament wordt in beeld gebracht.

Via hetzelfde instrument wordt een mesje naar boven uitgeklapt. Het ligament, onder direct zicht, over de ganse lengte gekliefd. De fascia en de huid in de handpalm worden niet beschadigd en de revalidatie kan daardoor vlotter verlopen.

De uiteinden van het ligament gaan open, in het verdere verloop zal er een littekenweefsel brug tussen beide ontstaan en wordt de tunnel hersteld, zij het dan wel in een grotere, ruimere versie.

De Revalidatie

De endoscopische techniek heeft het voordeel dat revalidatie vlotter verloopt, de fascia en de huid in de hand zijn niet aangetast en dus niet gevoelig bij aanraken.

Er wordt voor één week een onderarmgips aangelegd, het is ondertussen wel toegestaan om uw vingers te bewegen en te gebruiken, zij het zonder veel kracht te zetten! Het is echter wel van belang om zo snel mogelijk met de vingers te bewegen om te vermijden dat deze zouden stijf worden!

Na het verwijderen van het gips wordt gestart met de kinebehandeling. Deze is er eerst op gericht om de pijn en de zwelling weg te nemen, een zachte massage rond de operatie regio helpt om verklevingen te voorkomen en verhindert littekenweefsel vorming. Specifieke oefeningen worden daarna opgestart om uw buigpezen vlot te laten glijden in de carpale tunnel.

Daarna zal uw kinesist u ook begeleiden om de dagdagelijkse activiteiten op een desdanige manier uit te voeren dat ze geen belasting meer vormen voor de carpale tunnel en zijn inhoud.

Houd er rekening mee dat het gedurende zes weken niet is aangewezen om echt veel kracht te zetten op uw hand.

15-07-07

Fysiotherapie bij ademhalingsproblemen

Fysiotherapie kan bijdragen aan een effectievere manier om slijm op te hoesten, een betere ademhaling en helpen om uw conditie op peil te houden.

Hoesten
Mensen met COPD hoesten veel om slijm kwijt te raken. Bij sommigen zijn de longen echter minder stevig en werkt hoesten juist averechts. De fysiotherapeut leert u een methode om zo effectief mogelijk slijm op te geven. Hierdoor komt u ook sneller van luchtweginfecties af.

Ademen
Als u moeite heeft met ademen, leert u van de fysiotherapeut een betere ademhaling die u toe kunt passen als u zich inspant. Zo houdt u activiteiten langer vol en krijgt u er ook weer meer plezier in.

Conditie
Ook kan de fysiotherapeut u deskundig begeleiden bij het verbeteren of op peil houden van uw conditie. Wellicht vindt u dit moeilijk of durft u zich niet goed in te spannen omdat u steeds benauwd wordt. De fysiotherapeut kan u uitleggen wat u juist wel en wat u beter niet kunt doen. In overleg en afgestemd op uw situatie stelt de fysiotherapeut een trainingsprogramma op ter verbetering van uw conditie. Eventueel krijgt u ook specifieke oefeningen voor bijvoorbeeld uw ademspieren en arm- of beenspieren. Uiteraard moet u voor 100% uw best doen, maar dan is het resultaat er ook naar: uw klachten zullen verminderen. Uw zelfvertrouwen groeit en u kunt daarna ook zelf meer gaan bewegen.

Blijven bewegen
Of het verbeteren van uw conditie nu weken of maanden duurt, het is noodzakelijk dat u na de behandeling zelfstandig verder gaat met de nodige beweging. Uw fysiotherapeut geeft u hierover advies. U kunt bijvoorbeeld gewoon gaan sporten bij een sportvereniging. Wanneer uw arts of fysiotherapeut dit afraadt, is er nog de mogelijkheid om te sporten (o.a. zwemmen) via het Astma Fonds. Hier kunt u op een verantwoorde manier uw conditie op peil houden, ook weer onder leiding van een fysiotherapeut. Bovendien ontmoet u mensen die leven met dezelfde beperkingen als uzelf en dat kan leerzaam, stimulerend en troostrijk zijn.

Wat kunt u zelf doen aan COPD?
Wie het snel benauwd krijgt, zal geneigd zijn zich minder in te spannen. Dat heeft echter een averechts effect. Minder bewegen verslechtert de conditie waardoor klachten eerder optreden. Werk dus aan uw conditie, beweeg verantwoord en blijf zo mogelijk sporten, al dan niet begeleid door een fysiotherapeut. En in de eerste plaats: leef een rookvrij leven.

Stoppen met roken
Voorkom verdere schade aan uw longen. Stoppen met roken is veruit de belangrijkste stap, want daardoor verergert de ziekte minder snel. Ook als u al jaren rookt, is stoppen echt zinvol. Voor ondersteuning kunt u terecht bij uw huisarts en bij Stivoro (zie www.stivoro.nl). Vermijd verder rokerige omgevingen en houd uw eigen huis uiteraard rookvrij.

Bewegen
Probeer in een zo goed mogelijke conditie te blijven. Voldoende bewegen is voor iedereen goed, maar voor mensen met COPD onmisbaar. Elke dag een stevige wandeling, fietsen of zwemmen is genoeg om uw conditie op peil te houden. Door beweging raken uw spieren getraind en hebben ze geleidelijk minder zuurstof nodig. Dit zorgt ervoor dat u minder benauwd wordt. Bovendien is beweging goed tegen de bijwerkingen van bepaalde medicijnen, zoals (inhalatie-)corticosteroïden, die kunnen leiden tot zwakkere spieren en botontkalking.

Sporten
Als u al sport, kunt u daar het beste mee doorgaan. Wilt u beginnen met sporten, bespreek dit dan met uw arts. Deze kan de toestand van uw longen bekijken, bepalen hoeveel inspanning u aankunt en stuurt u, als dat nodig is, naar de fysiotherapeut voor deskundige begeleiding. Het is belangrijk dat u gestimuleerd wordt om lichamelijke activiteiten te ondernemen.

Gezond eten
Ook een gezond gewicht is noodzakelijk om in goede conditie te komen en te blijven. Als u te zwaar of juist te licht bent of ongezond eet, verslechtert uw conditie. Eet dus gezond, houd uw gewicht in de gaten en neem maatregelen als u aankomt of afvalt.

Medicatie
Ook is het belangrijk dat u uw medicijnen gebruikt zoals voorgeschreven. Medicijnen kunnen de longen niet herstellen, maar zorgen er vaak wel voor dat u minder hoest en minder benauwd wordt. Hierdoor is het makkelijker om iets actiefs te ondernemen.

Ademhalingsproblemen

hoestenAls u zich inspant en dat leidt tot benauwdheid en hoestbuien, is het begrijpelijk dat u lichamelijke activiteiten liever mijdt. Maar als u chronische bronchitis of longemfyseem heeft, kortweg COPD, is het extra belangrijk dat uw conditie niet in een neerwaartse spiraal terechtkomt. Als u minder beweegt, zullen klachten juist eerder optreden en uw mogelijkheden steeds verder afnemen. Dat is jammer, want uw fysiotherapeut kan u leren hoe u door beweging uw klachten zoveel mogelijk beperkt.

Leren leven met COPD
COPD is een aandoening die niet genezen kan worden. U moet ermee leren leven, net als de mensen om u heen. Dat is, zeker in het begin, heel emotioneel en levert veel onzekerheid op. Neem de klachten serieus en zorg voor een goede behandeling. Daarbij werken veelal uw huisarts, specialist, fysiotherapeut, gespecialiseerde verpleegkundige en/of thuiszorg samen. In deze folder leest u meer over wat fysiotherapie voor u kan betekenen: minder hoesten, beter ademen en verantwoord bewegen. Samen met uw fysiotherapeut, de specialist in beweging, leert u zo goed mogelijk om te gaan met COPD.

Achtergrondinformatie
Tot voor kort gold de verzamelnaam CARA voor astma, longemfyseem en chronische bronchitis. Bij alledrie is sprake van ontstekingen van de luchtwegen, maar de oorzaak en behandeling bij astma zijn dusdanig anders dat de term CARA steeds minder wordt gebruikt. Nu wordt voor chronische bronchitis en emfyseem de afkorting COPD gehanteerd.

Wat is COPD?
COPD is een langdurige ontsteking van het slijmvlies van de luchtwegen. Deze begint vaak met extra slijmvorming. Later beschadigt de ontsteking de longen. Kleine luchtwegen verliezen hierdoor op den duur hun stevigheid en de longen worden minder rekbaar. Verkoudheid, luchtweginfecties of prikkelende lucht, zoals rook, verergeren de ontsteking van het slijmvlies in de luchtwegen.

Klachten
Typerend zijn veel en moeilijk hoesten en slijm opgeven. Veel mensen schamen zich daarvoor. Ook heeft u een piepende ademhaling en wordt u snel benauwd bij inspanning. Patiënten met COPD hebben vaak luchtweginfecties, die bovendien relatief langer duren. Dit kan grote beperkingen opleveren, thuis en op het werk.

Problemen met ademhaling
Inademen gaat meestal wel, maar vooral uitademen levert het grootste probleem op. Als u zich inspant gaat u sneller ademen. Daardoor kan de druk in de borstkas te groot worden voor de kleine, minder stevig geworden luchtwegen, waardoor ze dichtklappen. De ademhaling wordt kort en oppervlakkig. Ook de zogenaamde hulpademhalingsspieren gaan meedoen om toch voldoende zuurstof binnen te krijgen. Ademen kost dan echter veel energie en u wordt snel benauwd. Bij beginnend COPD merkt u dat tijdens zwaardere lichamelijke inspanning zoals fietsen tegen de wind in of hard lopen. Als COPD verergert, wordt u al benauwd bij traplopen of stevig wandelen.

Wat is de oorzaak van COPD?
Verreweg de belangrijkste oorzaak van COPD is (mee)roken. Rook veroorzaakt een lang aanhoudende ontsteking van het slijmvlies in de luchtwegen. Langdurig werken in een omgeving met bijvoorbeeld veel steen- en metaalstofdeeltjes in de lucht kan eveneens tot een ontsteking leiden. De beschadiging van het slijmvlies verergert geleidelijk waardoor klachten vaak pas na het 40ste levensjaar merkbaar worden. Verder kunnen factoren zoals luchtverontreiniging en erfelijkheid een rol spelen.

20:30 Gepost door Kristof in Aandoeningen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: ademhaling, luchtwegen, copd, roken, cara |  Facebook |

08-07-07

Sport stimuleert de groei en ontwikkeling van de hersenen

Sport doet meer dan het stimuleren van de groei van spiercellen. Lichamelijke training zorgt ook voor ontwikkeling van de hersencellen. Dit verklaart misschien waarom hardlopen en een andere sportieve activiteit depressie bestrijden.

Bjornebekk van het Karolinska Institute in Zweden concludeert dat uit een onderzoek met ratten, waarover zij publiceert in de International Journal of Neuropsychopharmacology.

Bij deze ratten was sprake van genetisch bepaalde depressiviteit. De onderzoekers kunnen uit het passieve gedrag van de ratten afleiden dat ze depressief zijn. Wanneer depressieve ratten in het water terechtkomen dobberen ze maar wat rond, terwijl normale ratten zwemmen.

Uit het onderzoek bleek dat depressieve ratten die in hun kooi dertig dagen een tredmolentje hadden gehad zwommen. Dat lag geheel anders bij de groep depressieve ratten die geen tredmolen in hun kooitje hadden gekregen.

In de hersenen van de ratten bleek het aantal neuronen in het gebied rond de hippocampus door de beweging te zijn gegroeid. De hippocampus speelt een rol bij leerprocessen en het geheugen. Er is al bekend dat dit gebied krimpt bij mensen met een depressie, en het groeit als deze mensen SSRI’s krijgen.

hippocampus

 

Vestuikte enkel: revalidatie

Als u een enkel verstuikt, begin dan zo snel mogelijk met koelen, liefst nog met de schoen aan. Daarna zijn er verschillende manieren om de zwelling te beperken.

Koelen

Koel bij voorkeur gedurende 15 tot 20 minuten met koud stromend water of met ijs. Let wel op met ijs: breng dit nooit direct op de huid aan maar bijvoorbeeld in een washandje of gewikkeld in een katoenen handdoek om te voorkomen dat de huid bevriest. Herhaal het koelen 4 tot 5 keer per dag. Uw enkel wordt dan niet zo dik en u krijgt minder pijn. Om de zwelling te verminderen, is het goed om na het koelen rondom druk op de geblesseerde enkel uit te oefenen, bijvoorbeeld met een elastisch verband of een zwachtel. Kunt u na het koelen nog steeds niet steunen op de geblesseerde enkel? Ga dan naar uw huisarts, fysiotherapeut of de eerste-hulpafdeling van een ziekenhuis.

Rust
Als uw enkel toch dik en pijnlijk is geworden, is een korte tijd rust het beste. Beperk lopen tot de ergste zwelling weg is.

Rondjes draaien
De genezing gaat sneller als u wel regelmatig uw enkel beweegt, bijvoorbeeld door rondjes te draaien met de tenen of de voet. Dit bevordert de doorbloeding, dringt de zwelling terug en voorkomt stijfheid.

Hoog leggen
Verder is het belangrijk om de voet zo vaak als mogelijk hoog te leggen. Ook dit vermindert de zwelling.

Behandeling van een verstuikte enkel
Bij een lichte tot matige verstuiking van de enkel is het vooral van belang om de zwelling en pijn te bestrijden. Meestal krijgt u een zwachtel of een elastische kous voorgeschreven.

Ernstige verstuiking
Bij een zwaardere blessure kan meer ondersteuning nodig zijn in de vorm van bijvoorbeeld tape, een brace of een spalk. Een eventuele breuk in het bot kan op advies van een arts met een röntgenfoto of scan uitgesloten worden. Bij een ernstige verstuiking kan kortdurend een gipsverband nodig zijn gevolgd door een tapeverband gedurende enkele weken of, in bijzondere situaties, een chirurgische ingreep.

Medicatie
Wanneer nodig kan een arts een ontstekingsremmend en/of pijnstillend middel voorschrijven om een eventuele ontsteking en de pijn tegen te gaan.

Verloop van herstel
Als u een paar dagen na de ‘misstap’ weer gewoon op uw enkel kunt staan en in staat bent om te lopen, kunt u ervan uitgaan dat u een lichte verstuiking had en het herstel voorspoedig verloopt. In principe kunt u de enkel belasten tijdens de gewone dagelijkse bezigheden. In de meeste gevallen van verstuiking kunt u binnen één tot twee weken weer normaal lopen en, afhankelijk van wat voor werk u doet, weer aan de slag. Vrijwel iedereen kan zes tot acht weken na een enkelbandblessure weer normaal functioneren en na acht tot twaalf weken weer sporten.

Complicaties
Complicaties komen gelukkig weinig voor. Abnormale verschijnselen zijn erge, steeds toenemende pijn, erge stijfheid, grote instabiliteit of het gevoel dat het gewricht blokkeert. In deze gevallen kunt u beter overleggen met uw arts of uw fysiotherapeut.

Bescherming
Het is verstandig om twee tot drie weken helemaal niet te sporten en daar pas weer mee te beginnen als de pijn- en zwikklachten weg zijn. Het is aan te raden om, afhankelijk van het soort sport, dan een tijdje gebruik te maken van een zwachtel of (bij voorkeur) een brace om de enkel te beschermen. Doe echter de brace niet voor lange tijd om, want dan raakt de enkel ‘gewend’ aan deze steun. Het is de bedoeling dat u op den duur weer zonder kunt. Een fysiotherapeut kan u adviseren hoe u de enkel in uw situatie het beste kunt belasten en beschermen.

Wat kan fysiotherapie (kinesitherapie) betekenen bij een verstuikte enkel?
Behandeling en begeleiding door een fysiotherapeut kunnen nodig zijn als u klachten blijft houden en uw enkel nog niet kunt belasten zoals voor de blessure. Ook met chronische klachten kunt u bij de fysiotherapeut terecht.

Advies, behandeling en begeleiding
In eerste instantie bekijkt de fysiotherapeut de aard en ernst van uw enkelbandletsel en geeft aan hoe het verwachte herstel eruit zal zien. Ook geeft de fysiotherapeut voorlichting, adviezen en oefeningen. Hij begeleidt het herstelproces en leert u, wanneer nodig, hoe u een tape, bandage of brace moet gebruiken. Als u de enkel niet kunt belasten zoals u zou willen, bijvoorbeeld voor uw werk of hobby’s, stelt de fysiotherapeut een behandel/trainingsprogramma op dat afgestemd is op uw persoonlijke situatie. Het uiteindelijke doel is dat u weer alles kunt doen met uw enkel wat u ook vóór de blessure kon, inclusief sport. Het moment dat u weer aan het werk gaat of kunt gaan sporten, al dan niet op uw oude niveau, bepaalt u meestal in overleg met de fysiotherapeut of arts.

Chronische klachten
Ook bij chronische enkelklachten geeft de fysiotherapeut u inzicht in de aard en ernst van de enkelbandblessure en het te verwachten herstel. Uiteraard zijn voorlichting, advies en oefeningen afgestemd op uw situatie. Evenals de behandeling en de begeleiding bij eventueel gebruik van tape, bandage of brace.

Preventie van enkelverstuiking

U kunt enkele voorzorgsmaatregelen nemen. Draag in de eerste plaats goed passende schoenen. U kunt uw onderbeenspieren trainen. En er is de mogelijkheid om tape of (nog beter) een brace te dragen bij met name risicovolle sporten, zoals zaal- en contactsporten. Beperk echter het gebruik ervan bijvoorbeeld tot wedstrijden. Het is af te raden om tijdens het trainen en sporten altijd een brace (of tape) te gebruiken omdat uw enkel er dan teveel ‘aan went’ en zelf onvoldoende steun biedt. Tot slot een mogelijk misverstand: het dragen van een zwachtel geeft geen bescherming tegen verstuiking.

Lees meer over: Wat is een verstuikte enkel?

Verstuikte Enkel

Het gebeurt vaak in een onbewaakt moment. Op een drempel of een ongelijke stoep, tijdens het sporten, bij een ongelukkige val of landing na een sprong. Plotseling kantelt uw voet te ver naar binnen of naar buiten. Het gevolg is een verstuikte (ook wel; verzwikte) enkel. Staan is pijnlijk en lopen gaat moeilijk.

Wat kunt u het beste doen om ervoor te zorgen dat de enkel zo goed mogelijk herstelt? Vanuit de jarenlange ervaring met fysiotherapiebehandelingen aan de verstuikte enkel geven we aanwijzingen voor de periode direct na de verstuiking. Ook leest u wat de fysiotherapeut, als specialist in beweging, kan betekenen bij de behandeling van langer durende (oftewel chronische) klachten en waarom het zo belangrijk is om blijvende problemen te voorkomen.

Wat is een verstuikte enkel precies?
Uw enkel wordt verstevigd door een gewrichtskapsel, pezen en meerdere enkelbanden. Deze lopen langs de binnen- en buitenkant van het gewricht. Bij een verstuiking gaat het meestal om de banden aan de buitenkant van de enkel. Wat er gebeurt, is dat de enkelbanden uitrekken waarbij kleine scheurtjes ontstaan. Zelfs de hele enkelband kan scheuren. Soms voelt u daadwerkelijk dat er iets knapt of scheurt op het moment dat u de enkel verstuikt. Er kunnen makkelijk bloedvaatjes stuk gaan waardoor de enkel dik en blauw wordt.

enkelverstuiking

Chronische klachten
Er is een kans dat de klachten na een enkelbandblessure aanhouden en chronisch worden. Uw enkel blijft dan pijnlijk en instabiel, waardoor u het gevoel of de angst heeft om wéér door uw enkel te zakken of regelmatig te zwikken. En dat vergroot de kans op een nieuwe blessure. Langdurige klachten kunnen leiden tot afname van kracht en een verminderde coördinatie en - na verloop van tijd - uithoudingsvermogen. Dit zorgt voor problemen bij uw dagelijkse activiteiten. Een adequate behandeling van een enkelbandblessure is dan ook belangrijk om de kans op chronische klachten te verkleinen.

Lees meer over: Revalidatie na verstuikte enkel

21-06-07

Wervelkanaalstenose vaak aanzien voor hernia

backpainKlachten over wervelkanaalstenose worden vaak niet als zodanig herkend. Hierdoor lopen mensen onnodig lang hiermee door, terwijl het sinds kort goed te opereren is. Dit stelt dr. G.N. Homminga, orthopaedisch chirurg in Kliniek Klein Rosendael dat onderdeel is van het netwerk van MediNova.

Wervelkanaalstenose komt veelal voor bij mensen van 45 tot 70 jaar en wordt veroorzaakt door slijtage. Druk op de zenuwen veroorzaakt pijn in de benen, waardoor er klachten ontstaan bij lopen en staan. Veel huisartsen denken bij deze klachten aan een hernia of vernauwde bloedvaten. Zij zijn relatief onbekend met de stenose en de behandelingsmogelijkheden vandaag de dag.

Nog steeds wordt in vele ziekenhuizen bij een stenose de gehele wervelboog verwijderd en de belendende wervels vastgezet met grote schroeven en staven: een grote operatie. Sinds kort is het echter simpel op te lossen door een titanium plaatje in de rug tussen de wervels te zetten, die de wervelkolom ‘opkrikt’. Deze operatie wordt volledig vergoed door de verzekering. In Duitsland is deze nieuwe methode al veel gebruikt en met goed resultaat.

Dr. Homminga geeft een aantal tips om wervelkanaalstenose te herkennen:

-Moeite met lopen; patiënten krijgen al last na 50 meter.

-Tijdens het lopen ontstaan heftige klachten van pijn, uitstralend in de billen en bovenbenen die de patiënt dwingen om stil te staan. Soms zijn slechts nog weinig stappen mogelijk.

-Door voorover te buigen, te gaan zitten of op de zij te gaan liggen verdwijnt de pijn weer doordat in deze houdingen in het wervelkanaal weer iets meer ruimte ontstaat.

-De meeste patiënten kunnen wel zonder klachten fietsen.

-Uitstrekken van de rug is extra pijnlijk omdat bij deze stand er nog minder ruimte in het wervelkanaal ontstaat.

Bron: Zorgkrant.nl

17-06-07

Arthrokinetische mobilisatie

Het ontstaan

De arthrokinetische therapie is ontwikkeld door Dr. Ad Warmerdam. Dr. A. Warmerdam is een kinesitherapeut en manueel therapeut die het belangrijk vond om na een behandeling een meetbaar resultaat te zien.

Dr. Warmerdam is na gewrichtsmobilisaties de spierkracht gaan testen en vond dat de spierkracht na mobilisatie van een gewricht meetbaar toenam. Om dit wetenschappelijk te kunnen onderbouwen is hij naar Amerika gegaan waar hij naar dit fenomeen wetenschappelijk onderzoek verricht heeft.

De aanzienlijk toename van de spierkracht is te verklaren vanuit de arthrokinetische reflex. Dit onderzoek heeft geleid tot een vorm van gewrichtsmobilisaties waarbij er niet alleen gemobiliseerd wordt maar ook na de mobilisatie getest wordt of er spieren daadwerkelijk versterkt zijn.

Waaruit bestaan arthrokinetische mobilisaties

skeletBij de arthrokinetische mobilisatie wordt er vanuit gegaan dat als één gewricht niet goed functioneert dit zich kan uiten in de gehele bewegingsketen. Het gewricht, de daarbij horende zenuw en de daardoor geïnnerveerde spieren worden als één geheel beschouwd.

Een eenvoudig voorbeeld is de persoon die zijn arm niet helemaal tot boven zijn hoofd kan optillen omdat hij zijn bovenrug niet goed kan strekken. Deze persoon kan dan klachten ontwikkelen in zijn schoudergewricht maar de klacht wordt eigenlijk veroorzaakt door het niet kunnen strekken van zijn bovenrug. Tijdens de arthrokinetische mobilisatie wordt op zoek gegaan naar de oorzaak van de klacht in de totale bewegingsketen. Als een gewricht niet goed functioneert kan de daarbij behorende spier ook niet goed zijn werk doen.

Tijdens spiertesten vinden we dan dit spiertje zwak, hij kan die niet goed genoeg aanspannen om zijn werk te doen. In vele gevallen is de test gelijk aan de therapie. Door het spiertje extra te laten aanspannen wordt de dysfunctie van het gewricht opgeheven en kan de spier zijn werk weer doen. Door hierna de spier weer te testen en dan te voelen of hij sterker test weet de therapeut dat er ook daadwerkelijk wat gebeurd is. Soms worden er, als een spier zwak test, zeer milde mobilisatietechnieken gebruikt om de dysfunctie van het gewricht op te heffen waardoor de spier weer sterk wordt.

Klachten die behandeld kunnen worden

Doordat arthrokinetische mobilisatie een zeer milde behandeltechniek is kan hij bij vrijwel alle klachten van het bewegingsapparaat toegepast worden. Door de mobilisaties te combineren met oefentherapie en houdingscorrecties kan het resultaat langdurig aanhouden. Voorbeelden van klachten die behandeld kunnen worden:

  • Chronisch en acute lage rugpijn
  • Nek- en schouderklachten
  • Nekklachten met uitstraling naar de armen
  • Pijnklachten in de bovenrug
mobilisatie nek

 

Het eerste resultaat van een behandeling is vaak direct voelbaar, maar soms binnen een paar dagen pas te voelen. Het kan tot een paar weken duren voor het resultaat voor de patiënt duidelijk voelbaar is.

16-06-07

Wandelen traint het geheugen van ouderen

wandelen ouderenOudere mensen die last hebben van geheugenklachten kunnen hun geheugen verbeteren door regelmatig te bewegen. Uit onderzoek van Jannique van Uffelen onder 152 ouderen blijkt dat het geheugen baat heeft bij matig intensieve lichamelijke activiteit. Van Uffelen promoveert dinsdag 12 juni aan VU medisch centrum.

Van Uffelen onderzocht de effecten van een wandelprogramma en van vitaminepillen onder 152 zelfstandig wonende ouderen tussen de 70 en 80 jaar met geheugenklachten. Een jaar lang wandelden ouderen twee maal per week een uur, ook slikten zij vitaminepillen. De vitaminepillen bevatten hoge doses foliumzuur, vitamine B6 en vitamine B12.

Het slikken van de vitaminepillen heeft tot nog toe geen aantoonbaar effect gehad op de cognitieve capaciteiten van ouderen. Maar regelmatig bewegen wel. De onderzoekster testte verschillende cognitieve aspecten, zoals de snelheid van informatieverwerking en het kunnen vasthouden van de aandacht. Zowel bij mannen als vrouwen die regelmatig deelnamen aan de wandelsessies verbeterden aspecten van het cognitief functioneren, waaronder het geheugen.

Op basis van deze resultaten en de uit de literatuur bekende gezondheidsvoordelen van een lichamelijk actieve leefstijl wordt ook aan ouderen met geheugenklachten regelmatige deelname aan matig intensieve lichamelijke activiteiten aangeraden. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van 'Body@Work' (http://www.bodyatwork.nl), onderzoeksinstituut voor bewegen, arbeid en gezondheid, een gezamenlijk initiatief van VUmc en TNO. Van Uffelen is de eerste onderzoeker die binnen het onderzoeksprogramma van Body@work promoveert.

Bron: Fysioweb.nl

09:53 Gepost door Kristof in Geriatrie | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: bewegen, vitamines, ouderen, geheugen, wandelen |  Facebook |

27-05-07

Helft minder valincidenten ouderen bij verminderen medicatie

Het aantal valincidenten bij ouderen kan met de helft worden teruggebracht wanneer het gebruik van bepaalde medicatie wordt verminderd of zelfs gestopt. Het betreft medicijnen als slaapmiddelen, kalmeringsmiddelen, antidepressiva of middelen tegen hart- en vaatziekten. Dit concludeert Nathalie van der Velde, van de afdeling Klinische Geriatrie van het Erasmus MC in haar onderzoek waarop zij promoveerde.

rollatorDertig procent van de 65-plussers in Nederland valt tenminste éénmaal per jaar. Dit loopt op naar 50% bij de 85-plussers. In eerdere onderzoeken leek al een verband te bestaan tussen valincidenten en bepaalde soorten medicatie. Bij een deel van de patiënten die medicijnen gebruiken als slaapmiddelen, kalmeringsmiddelen, antidepressiva en middelen tegen hart- en vaatziekten ontstaan bijwerkingen als gestoorde mobiliteit of bloeddrukdalingen. Van der Velde heeft voor het eerst onderzocht wat het effect is wanneer gebruik van deze medicatie wordt verminderd of stopgezet.

Zij vond dat het aantal valincidenten dan met de helft verminderde. Dit betekent een belangrijke verbetering van de kwaliteit van leven van deze ouderen. Van der Velde benadrukt wel dat verandering van medicatie alleen onder begeleiding van een specialist, bijvoorbeeld de geriater, dient te gebeuren. Patiënten zouden daarvoor bijvoorbeeld terecht kunnen bij de Valpolikliniek van de afdeling Klinische Geriatrie van het Erasmus MC. Volgens Van der Velde weegt het feit dat de kans op vallen met de helft wordt teruggebracht ruim op tegen het risico als gevolg van vermindering van het medicijngebruik. In haar onderzoek vond zij verder dat het medicijngebruik in sommige gevallen inmiddels overbodig was geworden.

Wanneer medicatie toch nodig bleek te zijn, werd daarmee weer gestart, of werd naar een alternatief gezocht.

Daarnaast deed Van der Velde voor het eerst onderzoek naar het effect van hartafwijkingen op het valrisico.

Zij vond een significant verband tussen hartafwijkingen, zoals een verminderde pompfunctie of hartklepfunctie, en het vóórkomen van valincidenten. Zij pleit daarom voor een hartecho bij hoog-risico patiënten, zodat tijdig een juiste behandeling kan worden ingezet. Tot slot berekende Van der Velde dat de vermindering van valincidenten de Nederlandse gezondheidszorg 500 Euro per val bespaart, wat neerkomt op 60 miljoen Euro per jaar.

20-04-07

Orthopedisch kussen

kussenDe meeste slaapkussens zijn slap en ondersteunen de hals onvoldoende.  Al snel ontstaat een zeer slechte slaaphouding.  D.w.z. dat structuren aan de achterzijde van de nek worden opgerekt!  De meeste “orthopedische” slaapkussens geven de hals wel voldoende ondersteuning, echter door de te harde of te hoge nekrol knikt het hoofd te ver achterover.
Met als gevolg dat de structuren aan de achterzijde van de nek worden bekneld, zoals gewrichten, zenuwbanen etc.
In beide gevallen kan deze hoofdpijn, ochtendstijfheid en/of pijnen veroorzaken uitstralend naar de schouders/armen.

Wat doet een orthopedisch kussen voor u?
Door de unieke perfolatex vulling wordt de druk in de nek gelijkmatig verdeeld, waardoor een zogenaamde ideale 0-lijn stand ontstaat.
De verstevigde nekrol geeft voldoende ondersteuning aan de hals.
De zich op ongeveer gelijke hoogte bevindende zachtere vulling ondersteunt het achterhoofd of in zijligging het gezicht.
Zodoende blijft de neutrale stand gewaarborgd.
Het geheel is afgewerkt met een 2 cm zachte toplaag van natuurrubber, die een welbehagend gevoel geeft.
Door deze eigenschappen wordt het kussen ook aanbevolen bij whiplash patiënten.